De Gelder: "Ik ben niet ziek, ge kent mijn drijfveren"

Op het proces-De Gelder is de sfeer op het einde van de dag verhit geraakt. De Gelder vroeg zijn advocaat om te stoppen met zijn aanval op onderzoeksrechter De Bruecker die getuigde over de verhoren van De Gelder. Eerder had hij zijn excuses aangeboden aan de slachtoffers en de nabestaanden van Fabeltjesland.

Weer opschudding op het proces-De Gelder, nochtans was de zitting positief begonnen met excuses van De Gelder. Maar zo aarzelend als hij zijn excuses aangeboden had, zo gepikeerd roept De Gelder "Larie" naar getuige Paul De Bruecker, onderzoeksrechter van Dendermonde. En daarbij blijft de ergernis van De Gelder niet.

Advocaat Jef Vermassen was toen aan het woord. Hij wilde zijn theorie bevestigd zien dat De Gelder tijdens zijn verhoren vaak een show opvoerde en dat hij tijdens die verhoren zichzelf beschouwde als de grote orkestleider. Hij haalde daarvoor verschillende verhoren aan, telkens bevestigde De Bruecker.

De Bruecker nuanceert bepaalde citaten evenwel en zegt dat men die reacties moet kaderen omdat De Gelder manisch was ten tijde van een verhoor. "Larie", roept De Gelder dan plots luid uit. Voorzitter Defoort wijst De Gelder terecht. Een van de twee agenten die hem flankeert, gaat wat dichterbij zitten.

Daarna neemt de advocaat van De Gelder, Jaak Haentjens, het woord. Hij maakt zich kwaad op de onderzoeksrechter omdat die geen nieuw college van gerechtspsychiaters heeft aangesteld, ondanks zijn verzoek. Volgens Haentjens was het college vooringenomen en heeft het college niet grondig genoeg de geestestoestand van De Gelder onderzocht. De Bruecker weerlegt dat.

Haentjens blijft op dezelfde nagel kloppen en neemt de onderzoeksrechter zwaar op de korrel, zelfs tot ergernis van zijn eigen cliënt. "Stopt er alstublieft gewoon mee. Ik ben niet ziek. Ge weet mijn drijfveren. Je weet dat ik ze moeilijk kan uitleggen aan de burgerlijke partijen." Haentjens herneemt onverstoorbaar, maar al snel wordt het woord aan anderen gegeven.

De Gelder had ook de vraag aan De Bruecker gesteld: "Vond u mij een seriemoordenaar?" "Dat is een vraag voor de psychiaters", antwoordt De Bruecker aan De Gelder.

Excuses voor slachtoffers en nabestaanden

Na een uitvoerige en gedetailleerde uitleg over het sporenonderzoek in Fabeltjesland, en later in het labo, is Kim De Gelder rechtgestaan om iets te zeggen. Hij aarzelt en wacht lang vooraleer iets te zeggen. "Ik zou nu graag proberen uit te leggen wat er zich heeft afgespeeld (lange pauze, het is muisstil in de zaal)."

"Ik wil gewoon duidelijk maken van... (weer lange pauze)." Hij zucht en buigt zijn hoofd. Zijn raadsman Haentjens draait zich naar hem om.

Tegen hofvoorzitter Defoort zegt De Gelder: "Vindt u het goed als ik nu, of morgen, toch nog probeer uit te leggen wat zich daar heeft afgespeeld?" "Doet u dat nu maar als u daaraan toe bent", zegt Defoort.

"Ik twijfel wel nog teveel aan mezelf om met zekerheid te kunnen zeggen wat zich daar heeft afgespeeld. Dus ik zou ...Ik wil nu gewoon op dit moment, nu ik de kans daarvoor heb, mijn excuses aanbieden voor wat zich daar heeft afgespeeld. Dat is alles wat ik nu aan de nabestaanden wil zeggen."

"Over de feiten zelf wenst u niets te zeggen voor het ogenblik?", vraagt Defoort. -Zeer lange stilte- "Ik zal wachten tot morgen." Er klinken verontwaardigde en ontgoochelde reacties in de zaal.

"Van ontkenning, over stemmen, wraak, naar depressie"

Onderzoeksrechter Paul De Bruecker getuigt over zijn onderzoek naar de moorden in Fabeltjesland en de moord op Elza Van Raemdonck. Hij zegt dat De Gelder zeer goed zijn moordplannen heeft voorbereid en dat er aan de hand van de verhoren, bekentenissen, getuigenissen en feitelijke vaststellingen geen twijfel bestaat dat Kim De Gelder de dader is van deze moorden.

De Bruecker citeert uit verhoren en verslagen om een inzicht te geven in de geestestoestand van De Gelder. "Kort na de feiten ontkent hij de dader te zijn, een maand later spreekt hij over stemmen die hem de opdracht hebben gegeven. Een week later ontkent hij weer dat het stemmen zijn geweest. Daarna spreekt hij over een ziekte, een depressie."

"Pas een jaar na de feiten spreekt hij over wraak, om uiteindelijk te zeggen dat het niet om wraak ging, dat er geen motief was, maar dat wel een ziekte, een depressie de oorzaak is."

De Bruecker heeft het ook over de moeizame verhoren vlak na de arrestatie, en ook nog daarna. "Waarom zou ik uitleg geven, als ik uitleg geef, komen jullie mij niet meer halen", heeft De Gelder gezegd. Pas een maand na zijn aanhouding spreekt De Gelder voor het eerst over de feiten.

De onderzoeksrechter geeft daarna nog verschillende citaten van De Gelder over de stemmen in zijn hoofd, over zijn moordplannen, over zijn familie, over de woede die hij voelde voor, tijdens en na de moord op Elza Van Raemdonck.

Over de dwangmatige neiging om iedereen te vermoorden in Fabeltjesland en over de angst en spijt die hij na de feiten voelde. "Ik aanvaard dat ik mijn heel leven in de gevangenis zal zitten. Ik vind dat niet erg, ik weet dat dit moet", citeert De Bruecker.

De onderzoeksrechter haalt ook enkele citaten van De Gelder aan waarin De Gelder zegt dat hij geen motief ziet voor zijn daden, dat hij spijt heeft van zijn daden en dat hij spelletjes heeft gespeeld om verwarring te creëren over een psychose.

Tijdens de uiteenzetting van de onderzoeksrechter zit De Gelder voorovergebogen op zijn plaats. Hij houdt zijn rechterhand aan zijn kraag en das, alsof hij geen adem krijgt. Zijn begeleiders houden hem nauwgezet in de gaten.

De monologen van De Gelder

De Gelder is in de eerste maanden na zijn arrestatie weinig spraakzaam geweest en komt er weinig duidelijkheid over de motieven van De Gelder. Tijdens een helder verhoor zegt beschuldigde De Gelder: "Ik ben bereid de slachtoffers een uitleg te geven, want ik ben geen psychopaat. Ik kan me immers wel inleven in hoe mensen zich voelen."

Begin 2010 maakt De Gelder een zeer moeilijke periode door, hij kan niet verhoord worden tot in februari: hij is onverzorgd, heeft een onwelriekende cel, en zit zelf bijna in een vegetatieve toestand. Op 15 februari krijgt de onderzoeksrechter een uitnodiging van De Gelder zelf. De reden: hij is tot het besef gekomen dat hij moet meewerken aan het onderzoek. De onderzoeksrechter gaat naar de gevangenis waar De Gelder hem vertelt: "Ik wil alle details verstrekken. Op 1 voorwaarde dat er naar mij wordt geluisterd."

De onderzoeksrechter vertelt ook over de twee monoloogverhoren, zoals hij ze noemt. Tijdens die verhoren, spreekt De Gelder zonder logica, zonder structuur en in een bombastische taal. Hij zegt dat hij slimmer is dan anderen, waaruit een zeker narcisme blijkt.

De Gelder vertelt tijdens die verhoren waarom hij nu wel veel praat. "Er wordt naar mij geluisterd en alles wat ik zeg, wordt opgeschreven en dat geeft mij een gezellig en gelukzalig gevoel." Zinnen verder in het verhoor geeft hij zijn interpretatie over zijn theorie van Einstein.

Over zijn motief zal De Gelder zeggen dat er geen motief is. "Geen stemmen, geen vraag, maar zijn depressieve toestand", citeert De Bruecker. "Iedereen ziet af, iedereen moet dood want dan ziet niemand af", heeft De Gelder in enkele verhoren gezegd.