Doden na veroordeling van oorlogsmisdadiger in Bangladesh

Na het doodvonnis voor een moslimleider in Bangladesh zijn volgens lokale media bij rellen minstens dertig mensen om het leven gekomen. Ook vele mensen raakten gewond, toen aanhangers van de islamitische en sociaal-conservatieve partij Jamaat-e-Islami in verschillende steden van het land rel schopten en met de oproerpolitie slaags geraakten.
Aanhangers van Jamaat-e-Islami protesteren op straat.

Onder de doden zijn vier politieagenten, van wie er twee door demonstranten werden doodgeslagen. Zeker 22 slachtoffers vielen door kogels. De demonstranten hadden ook een spoorwegbrug tussen de hoofdstad Dhaka en de havenstad Chittagong in brand gestoken.

De vicevoorzitter van de grootste Bengalese moslimpartij, Delawar Hossain Sayedee, was slechts enkele uren eerder veroordeeld wegens oorlogsmisdaden tijdens de onafhankelijksheidsstrijd in 1971. Een speciaal tribunaal bevond hem in Dhaka schuldig aan betrokkenheid bij moorden, plunderingen, brandstichtingen, verkrachtingen en gedwongen bekeringen tot de Islam tijdens de negen maanden durende oorlog.

Het oorlogstribunaal had in januari al de vroegere Jamaat-e-Islami-leider Abul Kalam Azad wegens betrokkenheid bij deze misdaden bij verstek ter dood veroordeeld. Begin februari kreeg de plaatsvervangende secretaris-generaal van de partij, Abdul Quader Mollah, een levenslange gevangenisstraf. Dat vonnis veroorzaakte vreedzame demonstraties met honderdduizenden deelnemers. De gezagsgetrouwe demonstranten eisen de doodstraf voor alle oorlogsmisdadigers en een verbod van de Jamaat-partij.