Erkent Unesco de landloperskolonies als werelderfgoed?

Belgische en Nederlandse gedeputeerden, burgemeesters en vertegenwoordigers van ministers willen de voormalige landloperskolonies in de grensstreek laten erkennen als werelderfgoed bij Unesco. Vandaag vond een eerste overleg plaats in het Nederlandse Drenthe.

De Belgische en Nederlandse partners willen op termijn een gezamenlijk dossier indienen om meer kans te maken op het begeerde werelderfgoedstatuut.

De kolonies dateren van begin negentiende eeuw, toen de Nederlandse generaal Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid oprichtte om het enorme armoedeprobleem aan te pakken. De Maatschappij stichtte "landloperskolonies" in zowel de toenmalige Noordelijke als Zuidelijke Nederlanden, waar armen en bedelaars werden opgeleid tot landarbeiders om vervolgens opnieuw te kunnen integreren in de samenleving.

In 2011 werden de drie Nederlandse kolonies al op de voorlopige Nederlandse Werelderfgoedlijst geplaatst. Dit jaar gebeurt hetzelfde aan Belgische zijde, dat zijn de kolonies van Merksplas en Wortel bij Hoogstraten.

De vijf gebieden zullen bij Unesco ingediend worden als "cultural landscape". De deadline is 2017 zodat ze in 2018 erkend kunnen worden als Werelderfgoed, tweehonderd jaar na de oprichting van de eerste kolonie.

Dat het overleg vandaag plaatsvindt, is niet toevallig. Op 1 maart 1993, exact twintig jaar geleden, werd de wet op de landloperij in België afgeschaft.