Mali, De Crem en de NAVO - Bert De Vroey

De 2 Belgische C-130-transportvliegtuigen en de 2 Agusta-helikopters blijven nog tot 31 maart, onder Frans commando, de Franse operatie Serval in Mali ondersteunen. Dat heeft de federale regering beslist. De helikopters zijn sinds kort trouwens gelegerd op een basis in Gao, nog meer naar het noord-oosten en dichter bij de zone waar Franse soldaten slag leveren met de jihadistische milities. In de stad Gao is de jongste weken het geweld ook een paar keer opgelaaid
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Hulp aan de Fransen

De Belgische bijdrage aan de Franse campagne is dus niet onbelangrijk en wordt in Parijs gewaardeerd. Niettemin hopen de Fransen op extra-hulp uit ons land.

Minister van defensie Pieter De Crem leek aanvankelijk gehaast om die hulp toe te zeggen, in de vorm van twee pelotons of een tachtigtal soldaten. Maar niet iedereen in de regering-Di Rupo zit op diezelfde golflengte; een beslissing laat voorlopig op zich wachten. De voorbije week kon de minister, op bezoek in Mali, persoonlijk vaststellen dat de kazerne waar de opleiding zal moeten plaats vinden tamelijk kwetsbaar in het landschap ligt. De bewakingsopdracht zou met andere woorden niet zonder risico zijn, en De Crem wil daarover eerst meer duidelijkheid.

Goeie leerling

Er valt een interessant debat te voeren over de noodzaak, het nut en de risico’s van operatie Serval. Ook over de officiële en de verborgen motieven van de Fransen kan je een boompje opzetten. Los van dat debat rijst nochtans de vraag of de Belgische deelname nog in verhouding staat tot de belangen die voor ons land op het spel staan.

In tegenstelling tot Frankrijk heeft België weinig economische of strategische banden met West-Afrika. Enkel als het waar is dat in Mali een levensnoodzakelijke strijd wordt gevoerd tegen een gevaarlijke jihadistische stroming, die misschien zelfs een bedreiging kan vormen voor het Europese vasteland, enkel vanuit die veronderstelling noopt de Europese solidariteit tot een solidaire deelname.

Klein maar dapper

Voor minister De Crem staat het vast dat die strijd moet gevoerd worden. De Crem is wel vaker enthousiast om Belgische troepen, schepen, vliegtuigen, ontmijners of medische teams ter beschikking te stellen van internationale operaties.

De inbreng van onze piloten en soldaten kan doorgaans op welwillende internationale bijval rekenen. Ons land krijgt zo het imago van een goede westerse bondgenoot: klein maar dapper, bescheiden maar betrouwbaar.

Ambities

Er is nochtans één vraag die een kritische en sceptische journalistieke geest nog moeilijk kan onderdrukken. Want een hardnekkig gerucht is de ronde gaan doen: Pieter De Crem wil volgend jaar graag NAVO-secretaris-generaal worden. De ambtstermijn van de Deen Anders Fogh Rasmussen loopt af op 31 juli 2014. De Crem zelf wil dat gerucht ontkennen noch bevestigen. ‘Ik ben daar op dit moment echt niet mee bezig’, antwoordde hij vrijdag in Vandaag op Radio 1.

 De sceptische vraag die zich opdringt, is de vraag of de ijver van de minister voor deelname aan internationale operaties gedeeltelijk gemotiveerd zou kunnen zijn door zijn persoonlijke ambities. Het zou goedkoop zijn om dat zondermeer te beweren, maar naïef om de vraag niet in overweging te nemen. De minister kan die vraag in elk geval ontkrachten door ijzersterke inhoudelijke argumenten aan te voeren voor elke missie die hij wil steunen.

Maar klopt het ook dat De Crem op het hoogste NAVO-ambt mikt? Er zijn signalen die dat in elk geval lijken te bevestigen. Zo heeft hij een gewezen topdiplomaat onder de arm genomen als diplomatiek adviseur. Baron Dominique Struye de Swielande is officieel met pensioen, maar stelt zijn ervaring en contacten nu ten dienste van het kabinet-defensie. Struye is ambassadeur geweest bij de NAVO en in Washington, wat hem een adresboekje heeft opgeleverd van onschatbare waarde.

Het valt moeilijk aan te nemen dat een man als Struye enkel voor De Crem zou werken om met verre landen te onderhandelen over landingspistes en opleidingskazernes. De belangrijkste opdracht die Struye is toevertrouwd is zo goed als zeker: zorg ervoor dat de minister topman van de alliantie wordt.

Kansen

Maakt De Crem een kans om Rasmussen op te volgen? Er zijn zeker troeven die hij kan voorleggen. Zo maakt De Crem al jaren een speerpunt van slimme samenwerking tussen de strijdkrachten van de lidstaten van EU en NAVO. Niet elk leger hoeft over alles te beschikken; pooling and sharing biedt de kans om te besparen en de investeringen beter te laten renderen.

In 2010 mocht De Crem een informele Europese top voorzitten in Gent waar over dat thema gepraat werd. Sindsdien verwijst hij graag naar het Ghent Framework. Om het even wie er NAVO-secretaris-generaal wordt, hij of zij zal dat soort samenwerking verder moeten bevorderen. De Crem is er al jaren hard mee bezig.


Verder spreekt de Belgische minister naar eigen zeggen zeven talen, wat in een internationale alliantie een onmiskenbaar voordeel is. Met zijn constructieve opstelling en het uitsturen van troepen heeft hij het respect gewonnen van verschillende bondgenoten – niet in de laatste plaats van de Amerikanen.
 

Minpunten

Een nadeel kan zijn dat ons land, ondanks de deelname aan internationale missies, relatief weinig geld veil heeft voor defensie. De NAVO wil dat elke lidstaat 2 % van zijn BNP aan defensie besteedt, maar België haalt slechts net iets meer dan 1 %. Als secretaris-generaal moet je de leden van de alliantie voortdurend aanporren om centen voor de strijdkrachten vrij te maken. Dat wordt moeilijker als je zelf, in een vorig leven als minister, matig presteerde op dat vlak.


Een nog groter probleem voor De Crem is zijn land- en partijgenoot Herman Van Rompuy. Niet dat die ambities heeft om Rasmussen op te volgen. Maar Van Rompuy is nog tot eind november 2014 voorzitter van de Europese Raad - ook wel ’s omschreven als ‘Europees president’.

Mocht De Crem Rasmussen opvolgen vanaf 1 augustus zouden er vier maanden lang twee Belgen aan het hoofd staan van de twee belangrijkste westerse internationale organisaties. Niet alleen twee Belgen: ook twee Vlamingen en twee christen-democraten. Zelfs met alle sympathie en welwillendheid die ons landje tegen die tijd zou kunnen verwerven, is dat voor de zowat dertig andere betrokken landen waarschijnlijk toch een beetje des guten zu viel.
 

Bert De Vroey

 

(De auteur is buitenlandverslaggever voor de VRT-nieuwsredactie.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod