"We vergeten en vergeven, geen wrok"

Maandag trekken de Kenianen naar de stembus om een nieuwe president, een nieuw parlement, een nieuwe president en nieuwe provincieraden te kiezen. VRT-journalist Stijn Vercruysse peilt ter plaatse naar de sfeer en zoekt opvallende verhalen in de verkiezingsstrijd.

Alleen de wegwijzer “Church” doet vermoeden dat er een kerk is in het dorp Kiambaa, in de Rift Valley. Maar de wegwijzer wijst naar een lege plek. Aan de rand daarvan staan dertig houten grafkruisen, met een tros kunststof bloemen erbij. “R.I.P. – Unknown” staat erin gekerfd.

Op nieuwjaarsdag 2008 kwamen hier enkele trucks met gewapende militieleden het dorp binnengestormd. Ze staken de huizen in brand, sloegen mensen in elkaar, en vernielden het dorp. Vrouwen en kinderen vluchtten de kerk in, op zoek naar veiligheid. Maar de milities, tot op heden onbekend, barricadeerden de deur en staken de kerk in brand. Zo’n 35 mensen kwamen om. De meeste lijken waren onherkenbaar. Vandaar het opschrift “unknown” op de graven.

Net als we de graven aan het filmen zijn, komt de priester aan met zijn fiets. Hij heeft een kartonnen doos mee met daarin wat geluidsmateriaal en een autobatterij, om de luidsprekers te voeden. Hij begint zich voor te bereiden voor de dienst die binnen een half uurtje moet beginnen. De kerk nu is een eenvoudige lemen hut naast de plaats waar de kerk stond. Ik vraag hem of zo’n misdienst, één dag voor de verkiezingen herinneringen oproept. “Nee”, antwoordt hij. “We vergeten en we vergeven”. Er is geen wrok, verzekert hij mij.

Mensen volgen hun leiders blindelings

Kiambaa is een Kikuyu-dorp in een Kalenjin-regio. De leiders van beide stammen waren tegenstanders bij de vorige verkiezingen. De huidige politieke leiders van beide stammen hebben nu de handen in elkaar geslagen en hebben een coalitie gevormd.

Eenzelfde staaltje van vergevingsgezindheid vinden we 30 kilometer verderop. Bij een kerk – ook daar een toevluchtsoord in 2008 - spreken we met vertegenwoordigers van 5 verschillende bevolkingsgroepen. De Kalenjin-man heeft er geen moeite mee om de gewelddadige raids van Kalenjin-jongeren tegen Kikuyu tot op de dag van vandaag goed te keuren.

Maar als de Kikuyu getuigt hoe zijn huis werd vernield door Kalenjin, zit de Kalenjin-vertegenwoordiger instemmend te knikken. “Klopt”, zegt hij, “ik heb het allemaal gezien.” De Kikuyu en de Kalenjin zijn nu vrienden. De Luo in het gezelschap is nu de tegenstander, politiek althans.

Het begint me te dagen dat deze mensen hun leiders blindelings volgen. Ze stemmen op de leiders van hun stam, zonder zich daar vragen bij te stellen. Ze komen in actie, als hun leiders dat vragen. Zelfs de antropologe die ons hier begeleidt, heeft er geen moeite mee toe te geven dat ze etnisch stemt. Als hun politieke leiders de volgende dagen maar geen domme taal uitkramen…