"Alle lof moet gaan naar de kinderverzorgsters"

Een ambulancier die op 23 januari 2009 in Fabeltjesland aankwam na de steekpartij van Kim De Gelder, heeft in de Gentse assisenzaal lovend gesproken over de verzorgsters van het kinderdagverblijf. Ook een ooggetuige die in de buurt van Fabeltjesland woont, is zijn verhaal komen doen.

"Ze hebben de kindjes een gerust en warm gevoel gegeven zodat wij ons werk konden doen", vertelt Filip Mannaert. "Als de verzorgsters niet zo hadden gereageerd, dan hadden wij ons werk zo niet kunnen doen. Zij krijgen voor mij alle lof."

"Voor mij was er binnen geen chaos, daar was structuur, daar is gewerkt zoals moest worden gewerkt", voegt de ambulancier er nog aan toe.

Kristof Neirynck, die samen met Mannaert naar Fabeltjesland reed, noemt de dag van het drama "onwezenlijk". Hij legt uit dat hij in een tunnelzicht zat. "Ik had nooit gedacht dat ik iemand zou kunnen voorbijlopen die overleden was, om naar de volgende te gaan", getuigt de ambulancier.

BELGA/DOPPAGNE

"Ik dacht dat ze tikkertje aan het spelen waren"

Vlak voor de middag komt een man getuigen die op de tweede verdieping van een flatgebouw woont dat zicht heeft op het vroegere Fabeltjesland. "Ik hoorde geween dat van het kinderdagverblijf kwam. Dat lawaai was op zich niet abnormaal, maar omdat het bleef duren, keek ik richting Fabeltjesland", steekt de man van wal.

"Ik zag een manspersoon met een rugzak op. Ik zag hem en een verzorgster samen met de kinderen kriskras door elkaar lopen. Ik had eerst niet door wat er gebeurde", vertelt hij voort. "Ik dacht dat ze tikkertje aan het spelen waren."

Toch werd het voor de ooggetuige al snel duidelijk dat er iets niet pluis was. "De beschuldigde leek rustig en de kindjes stonden niet in zijn weg", zo zag de man vanop een afstand van ongeveer 100 à 150 meter. "Hij stapte gewoon rond, hij liep niet", zegt de getuige. "Ik zag één van de verzorgsters weglopen. Ik zag de man zwaaibewegingen maken. Ik zag hem op een kindje schoppen, zoals je op een bal schopt", aldus de ooggetuige.

"Stonden de kindjes in de weg? ", vraagt de voorzitter nog eens. "Hij kon er gewoon passeren. Hij had de kindjes niet nodig om weg te gaan. Daarna zag ik hem op de fiets wegrijden. Op een rustige manier reed hij gewoon weg."