"Elza heeft gevochten voor haar leven"

Deze namiddag zijn wetsgeneesheren Marc De Leeuw en Werner Jacobs uitleg komen geven over de verwondingen van de slachtoffers van Kim De Gelder, zowel in Vrasene als in kinderdagverblijf Fabeltjesland. Het was muisstil in de zaal.

Bij Elza Van Raemdonck, de vrouw die door de beschuldigde werd omgebracht in haar huis in Vrasene op 16 januari 2009, stelden de artsen vast dat ze na een eerste steek in de buik een vluchtreactie heeft gehad. Daarna stak De Gelder haar in de zij, waarna ze is gevallen. Ook in liggende positie kreeg ze nog messteken.

"Zuiver wetenschappelijk weten we dat mevrouw Van Raemdonck, gelet op de vele afweerletsels, voor haar leven gevochten heeft", vertelt wetsgeneesheer Marc De Leeuw tijdens zijn getuigenis.

Na de moord in Vrasene doen de wetsdokters ook hun relaas over de slachtoffers van Fabeltjesland. "Als de speling van het lot anders was geweest, hadden er evengoed nog 10 bijkomende slachtoffers kunnen zijn", vertelt wetsgeneesheer Werner Jacobs.

"Vier op de vijf slachtoffers, dodelijk en niet-dodelijk, waren geraakt in de halsstreek. Allemaal potentieel dodelijke snijverwondingen", aldus de arts.

Op basis van de medische vaststellingen beschouwt de wetsdokter de feiten als een "spree murder". "Hij zwaait en steekt naar alles wat hij tegenkomt. Als men kijkt naar de aard van de letsels, interpreteer ik dat als een strooptocht. Als iemand die alles wat op zijn weg passeert, probeert uit te schakelen."

"Een mens kan zoveel gevoelens hebben"

Onmiddellijk nadat de artsen de foto's van de wonden hadden getoond, richt voorzitter Koen Defoort zich tot Kim De Gelder: "Wat doet u dat, meneer De Gelder? ", waarop De Gelder antwoordt: "Ik kijk daar liever niet naar". Terwijl iedereen in de zaal had gezien hoe hij bij elke foto het hoofd ophief om de beelden te kunnen bekijken. De beschuldigde wordt meteen van antwoord gediend door Defoort: "U hoort wat er gezegd wordt." "Wat wilt u dat ik daarop zeg?", stamelt De Gelder.

De voorzitter (foto) blijft doorvragen naar het gevoel van de beschuldigde. "Ik probeer mij te concentreren om daar niet naar te kijken", zegt die nog eens. Na nog meer aandringen van de voorzitter verklaart hij dat "een mens zo veel gevoelens kan hebben". Uiteindelijk luidt het dat hij er "liever niet over praat in de rechtszaal".

Of hij zich kan inleven met wat de slachtoffers daarvan moeten denken, vraagt Defoort vervolgens. "Ik zit al vier jaar in opsluiting", reageert De Gelder. "Ik heb het de laatste tijd moeilijk gehad." Defoort reageert snel en streng: "Dus jij hebt het moeilijk? ". De Gelder antwoordt nog dat hij weet dat hij "niet de enige" is "die het daar moeilijk mee heeft".