De eerste vlucht met de E-Jet naar Brussel

Een plaatsje veroveren tussen de Boeings en Airbussen van deze wereld. Dat is de missie van de Embraer E-190, kortweg E-Jet genaamd. Het toestel is minder bekend en daarom misschien ook wat minder bemind dan zijn Amerikaanse en Europese tegenhangers. Maar daar lijkt snel verandering in te komen, want met ruim 1000 bestelde exemplaren wil de Braziliaanse vliegtuigbouwer Embraer van de E-Jet zijn paradepaardje maken.

Kleiner, fijner en zuiniger. Zo moet het toestel wereldwijd naam maken. Toch was juist die unieke positionering ten opzichte van de andere vliegtuigtypes de zwakke plek voor de E-Jet. Veel luchtvaartmaatschappijen beschouwden het als een “regionaal” vliegtuigtype waardoor ze dachten dat het toestel beperkt was in actieradius, het aantal mogelijke bestemmingen, comfort of het aantal zitplaatsen aan boord. Kortom, geen volwaardig vliegtuig, hooguit een soort pendelbus in de lucht. Maar zie, de technologie en de economische crisis werden plotseling een bondgenoot.

Meer vliegen met minder passagiers

De marges in de luchtvaart zijn miniem en daarom kan geen enkele luchtvaartmaatschappij het zich veroorloven om met voor de helft lege toestellen rond te vliegen. Terwijl Airbus en Boeing mikken op routes met minstens 150 passagiers per vlucht, kan de E-Jet mikken op bestemmingen die slechts 120 passagiers bedienen. Dat betekent dat kleinere steden plotseling ook zonder tussenstop met elkaar kunnen verbonden worden. Rendabeler vliegen kan dus ook door kleinere vliegtuigen in te zetten die met minder passagiers wel vaker over en weer vliegen.

Net die filosofie heeft veel luchtvaartmaatschappijen in Noord-Amerika overtuigd om voor vluchten tot 2500 kilometer kleinere toestellen in te zetten. Europa volgt: Lufthansa, British Airways en Air France schaffen massaal de E-Jet aan ter aanvulling van hun Airbus en Boeingvloot. In België is het Jetairfly die als eerste op de kar springt en met twee E-Jets straks flexibeler wil vliegen naar vakantiebestemmingen in Spanje, Italië en Griekenland. De Belgische luchtvaartmaatschappij tekent ook voor een primeur: het is de eerste keer dat de E-Jet ook pure vakantiegangers zal vervoeren.

Over de oceaan

Jetairfly kocht zijn twee E-Jets in Sao José dos Campos en mocht na een ontvangstceremonie en een bankcheque van enkele tientallen miljoenen dollars het eerste toestel, tot “Explorer” omgedoopt, eind februari meenemen naar Brussel. Het vliegtuig moet van Brazilië naar België, maar de afstand van meer dan 9500 kilometer kunnen we niet in één vlucht overbruggen.

De Embraer E-190 is net ontworpen om heel zuinig en doelgericht zo’n 112 passagiers op bestemmingen te brengen die zich maximaal een paar uur van hun vertrekplaats bevinden. Dit is geen toestel om transatlantisch mee te vliegen en toch moet het deze keer. Met minder passagiers en dus minder gewicht kan de E-Jet langer vliegen en dankzij enkele strategische tussenstops raken we wel in het koude Brussel.

Commandant Dirk Bruyninckx is er gerust op. Een week voordien heeft hij voor het eerst de E-Jet, onder begeleiding van Embraer-instructeurs, tot op de limieten getest: “We hebben er alles uitgehaald en gezien welke procedures we moeten volgen wanneer we echt in een noodsituatie zouden terecht komen."

"Zo oefenden we op een “stall”, de term die we gebruiken als het vliegtuig dreigt over te trekken omdat de vleugel zijn liftkracht verliest. Wel, alle waarschuwingslichten gingen op tijd af, de vlieg-stick begon te schudden en ik kreeg het vliegtuig snel onder controle.” Voor Dirk is het duidelijk, de E-Jet combineert het beste van twee luchtvaartwerelden, die van Boeing en van Airbus. Je voelt dat Dirk een nieuwe liefde ontdekt heeft.

Brazilië-Gran Canaria-België

Het opstijgen verloopt perfect. In een mum van tijd klimmen we naar de juiste cruising hoogte. Aan boord heerst er een ontspannen sfeer, we kunnen zelfs een glimp in de cockpit opvangen waar Dirk zijn tweede vlucht uitvoert onder het waakzaam oog van de Braziliaanse instructeur Renato. Samen met enkele andere piloten en ingenieurs zullen zij straks in België instaan voor de bijkomende opleiding van 24 Jetairfly-piloten. Drie uur later landen we in Recife, onze eerste en tevens laatste tussenstop op Zuid-Amerikaanse bodem.

De volgende dag is het dan zover, de grote oversteek. Volgens de laatste berekeningen raken we op 5 uur en 20 minuten in Gran Canaria. Gunstige wind, weinig gewicht, dus moet het lukken. En als het even tegenzit, kan er uitgeweken worden naar Sal op de Kaapverdische eilanden, iets dichterbij. Het vertrek is ’s ochtends, rond 11 uur, want met het tijdsverschil in Europa, zullen we toch een etmaal in de lucht hangen.

Maar geen probleem, zoals gepland zet gezagvoerder Katia Defrancq, de E-Jet ’s avonds om 19u30 veilig aan de grond. Voor Katia die even overneemt van Dirk is het meteen haar eerste landing met de Embraer. En het was een zachte.

De laatste trip van Gran Canaria naar Brussel duurt vier uur. Wolken worden dikker, de temperatuur zakt, maar toch kan er boven de luchthaven van Zaventem nog een zogenaamde “low pass” vanaf, een scheervlucht over de landingsbaan en voor het gebouw van Jetairfly waar ondertussen tientallen werknemers zich tot op het dak verzameld hebben om hun nieuwe toestel te verwelkomen.

Na drie dagen, twee tussenstops en ruim twaalf uur tussen de wolken, heeft de Explorer zijn nieuwe thuisbasis bereikt. Vanaf begin maart kan ook de Belgische toerist die de zon in Zuid-Spanje wil opzoeken, kennis maken met de “Explorer”.

Steven Decraene is journalist bij Terzake en volgt al jarenlang de Belgische en internationale luchtvaart.