Riks commentaar en mijn melancholie - Peter Decroubele

Ik voel nog altijd hoe ik me toen voelde. Op die koude novemberavond in 1985. Toen de Rode Duivels ei zo na naar het WK in Mexico mochten, maar er ontbrak nog een goal. En het was Georges Grün die zijn rechtstreekse tegenstander John van Loen te slim af was en de bal met een knikkende kopslag achter doelman Hans van Breukelen plaatste. Wij, Belgen, verloren met 2-1, maar mochten dan toch naar Mexico.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Ten koste van “den Ollander”, oranje van nijd. Of hoe in het voetbal een nederlaag ook een glorieuze en roemrijke overwinning kan zijn. De ellendige beelden van het Heizeldrama enkele maanden daarvoor waren nog niet uit m’n herinnering verdwenen toen mij duidelijk werd hoe dramatisch mooi voetbal wel kan zijn.

Voetbal ademen

Dramatisch mooi was ook de commentator van toen. Rik De Saedeleer. Die met zijn stem, zijn empathie en zijn passende pathos een kijker meesleurde in zijn wereld. Voetbal was nog een gebeuren op zich, meer dan nu zelfs. Want er kwam maar om de zoveel tijd eens een wedstrijd op televisie, nu is er wel elke minuut ergens een match te bekijken. Zeg ik met enige lichte overdrijving, één van de vele stijlkenmerken van De Saedeleer trouwens. Laat hem ons Rik noemen, zo had hij het graag, naar het schijnt.

Rik ademde voetbal. Zelf een verdienstelijke prof geweest bij Racing Mechelen, dat in zijn tijd zijn gouden periode beleefde. Met hemzelf als menner en regisseur. Daarna ging het voor Racing langzaam maar zeker achteruit. Rik werd later maar al te graag trainer, maar dat lukte niet echt. En werd dan maar heel even columnist en uiteindelijk regisseur bij de BRT. Zeg nooit VRT… BRT! Opnieuw in een leidende rol. En later uiteindelijk commentator bij het voetbal. En zo eigenlijk ook wel een beetje trainer. Alsnog.

Schalks en volks

Nu ja, commentator. Het is een term, een begrip, een beroep eigenlijk. Rik overvleugelde dat. Zijn commentaar werd een stijl op zich, een journalistieke kunstvorm. Rik was een begrip, een icoon, een keurmerk én een handelsmerk. De naam zegt al genoeg. Châteauneuf-du-Pape heeft dat ook. Of Bach. Of Shakespeare. Of Maradona. Of Messi. Of Ceulemans, zo je wil. Rik De Saedeleer dus. Die voetbalcommentaar verhief tot theater. Meelevend, meeslepend, soms wars van objectiviteit. De stem die zei wat de supporter in de zetel dacht. Hij is dan ook de stem van en voor veel generaties. Al wie pakweg 25 of ouder is, heeft hem ooit bezig gehoord. Neen, niet waar, eigenlijk iedereen.

Want bepaalde van zijn uitspraken zijn legendarisch en behoren tot het collectief geheugen, ze worden gretig opgediept en geciteerd, het zijn mantra’s en motto’s… En meer nog, Rik was geen idool van voetbalsupporters alleen, neen, vrouwlief die half meeluisterde kent hem ook. Omdat hij aantrok, omdat hij beroerde, omdat hij meesleepte, voetbal of niet.

Helden hebben volgers en aanbidders, waarvan sommigen in de schaduw geraken. Noem één Vlaamse sportcommentator en hij/zij heeft Rik als voorbeeld. Zonder enige uitzondering. Sommigen zullen ook Jan Wauters noemen, al is die van een ander allooi. Meer literatuur, meer lyriek. Hoog niveau, maar ook hoogdravender. Rik was schalkser, volkser, de brullende fan op de tribune, de meelever en meelijder aan de zijlijn. Daardoor zo echt en zo geliefd, zo ook een stem van zijn tijd. Want nu moet het allemaal sec en objectief, feitelijk en correct. Is dat beter? Neen. Juister en eerlijker misschien, maar van te veel emoties gespeend. Wat emotie en wat theater mag wel, vind ik. Maar wie ben ik? Een fan van Rik.

Dé leidraad

Een man met belang op vele vlakken. Wie het kan weten, zegt dat hij een goeie regisseur was die de koers goed in beeld kon brengen. Geloof ik vrij, het is een deel van zijn palet wat velen nooit hebben gekend. Maar vooral ook, het spelletje waar hij zo geweldig over kon toeteren, kende hij door en door. Wat hem permitteerde om Wilfried Van Moer als krasse knar terug in de nationale ploeg te praten, met een finale op het EK in 1980 als gevolg. Het was Rik die Enzo Scifo scherp hield in Mexico, het was ook Rik -al is dat niet bewezen- die de opstelling van Guy Thys beïnvloedde. Tussen sigaar en cognac in. Dan toch trainer dus. Het was ook Rik die Walter Meeuws tot absolute ergernis dwong en de krullen bijna uit zijn haar declameerde. Walter Meeuws stapte uiteindelijk op als bondscoach.

Maar hoe zijn klaroen en zijn megafoon ook schalden tijdens zijn loopbaan, eens hij zijn pensioenbrief had ondertekend, viel ie stil. De microfoon afgekoppeld. Interviews werden schaars en de laatste jaren zelfs zo goed als onbestaande, verschijningen werden zeldzaamheden, hij liet amper nog iets van zich horen. In weerwil van velen. Want elke programmamaker wou hem zo graag opvoeren, zijn edele frasen worden nog altijd als manna uit de hemel ontvangen en keer op keer werd en wordt ie als hét voorbeeld, dé leidraad en dé beste ooit omschreven. Wellicht heel terecht.

De groten der aarde

Zelf heb ik ik Rik nooit ontmoet. Eén keer geïnterviewd, dat wel. Telefonisch, als groentje nog bij de sportredactie van de radio. Ik wou hem iets horen vertellen over de toen overleden George Best. Of Ferenc Puskás, dat kan ook. Want hij had ze zien spelen, de groten der aarde. En kon erover vertellen. Met kunde en met passie. Al was de kracht toen ook al wat uit zijn stem verdwenen, viel me op.

Nu is de kracht helemaal weg uit zijn stem. Sinds enkele dagen al. Rik is al begraven, in alle intimiteit. Zonder poespas, zonder franjes, zonder show. Wat ie zodanig in zijn werk heeft gelegd, heeft ie naderhand volledig afgezworen. Wie veel kan, zal ook veel betekenen. Eeuwig de referentie blijven. Noem het zelfs erfgoed. “Ik weet zelfs niet eens wie het is”, riep ie toen Grün scoorde. Wij weten wel wie hij is. Rik. RIP. Rik.

(De auteur is journalist bij VRT-nieuws.)