"Trots op mijn "tantes" van Fabeltjesland"

De verantwoordelijken van Fabeltjesland hebben vanochtend een geëmotioneerde getuigenis afgelegd op het proces-De Gelder. Ze hebben vooral veel lof voor hun "tantes", de kinderverzorgsters. De Gelder weigerde ook vandaag om te antwoorden op de vraag van een getuige. Ze wilde weten of hij besefte welk leed hij veroorzaakt heeft.
BELGA/WAEM

De eerste getuige vanochtend was Maddy Van Peteghem, de verantwoordelijke van onder meer het kinderdagverblijf Fabeltjesland. Ze werd bijgestaan door iemand van slachtofferhulp omdat de vrouw het moeilijk had om haar verhaal te doen. Ze heeft haar hele getuigenis in tranen afgelegd.

Van Peteghem was buitenshuis op het moment van de feiten en is meteen ter plaatse gegaan. Toen waren de hulpdiensten al aanwezig. Ze heeft hen kunnen helpen bij de identificatie van enkele baby's ter plaatse, en op basis van foto's later in het centrum De Zonnebloem, de opvangplaats van de niet-gewonden en familieleden.

"Het verdriet van de mensen dat ik daar gezien heb, gaat door merg en been. Ik heb daar nog rillingen en kou van", zegt ze. (...) Ze leeft ook nu nog met angst. "Ik schrik nu soms nog van mijn man en kinderen die in huis rondlopen."

Van Peteghem heeft vooral veel lof voor haar kinderverzorgsters, de "tantes" zoals die altijd al genoemd werden. "Hadden ze allemaal niet zo gereageerd, dan zouden er nog meer slachtoffers gevallen zijn. (...) Ik heb bewondering voor al mijn mensen, wat ze daar gedaan hebben. Als hij geen kogelvrij vest aan had, dan zou Hilde daar korte metten mee gemaakt hebben", zegt ze in tranen maar wel opgejaagd.

De vrouw voelt zich wel schuldig dat ze er niet was tijdens de dodelijke raid van De Gelder. "Ik had daar moeten zijn voor mijn mensen, voor tante Marita", zegt ze.

"Ik wil Marita hier een stem geven"

Martina Van Riet is administratief coördinator voor 2 kinderdagverblijven, onder meer Fabeltjesland. Ze was samen met Van Peteghem in vergadering op de centrale burelen. Ze mocht van de politie niet meer het kinderdagverblijf betreden en is dan naar een café in de buurt gegaan, waar de eerste ouders toekwamen. Later is iedereen verhuisd naar het centrum De Zonnebloem.

Van Riet getuigt over de overleden kinderverzorgster dat ze veel aandacht had voor alle kinderen. Kinderen die het wat moeilijk hadden, kregen extra aandacht. "Ik wil haar vandaag een stem geven", zegt Van Riet terwijl ze de tranen in de ogen krijgt.

"Ze was niemand die zomaar in een hoekje zou hebben blijven zitten zonder zich te verweren. Ze zal Rita willen beschermen hebben en de aanval hebben proberen af te weren."

"Ze heeft altijd alleen ingestaan voor de opvoeding van haar zoon en ze heeft daar een heel goede job gedaan. Ze zorgde ook voor haar moeder en haar zus die een mentale beperking heeft. Ze zal dan zeker niet veel tijd gehad hebben voor zichzelf. Twee jaar voor de feiten heeft ze iemand leren kennen en is ze ook wat minder gaan werken. En net op het moment dat ze een beetje kon profiteren van haar leven, wordt haar dat ontnomen."

Hofvoorzitter Defoort overloopt ook de andere kinderverzorgsters, Van Riet heeft er alleen positieve woorden voor.

De Gelder antwoordt weer niet op vraag

Van Riet had nog een vraag voor Kim De Gelder: "Ik wil vragen of gij beseft hoeveel leed hij in godsnaam de slachtoffers hebt aangedaan?" "Hebt ge daar een antwoord op?", vraagt hofvoorzitter Defoort aan De Gelder.

"Neen, voorzitter", antwoordt De Gelder met krachtige stem. "Als ge nog iets wilt zeggen, dan steekt ge maar uw hand op. Ik ga u niet meer telkens vragen of ge gaat antwoorden", zegt Defoort kort tegen De Gelder.

"Kinderverzorgsters zaten bibberend op hun stoel"

Rudy Moreel van Slachtofferbejegening is komen getuigen over de morele opvang van de slachtoffers. Moreel was zelf contactpersoon van de kinderverzorgsters en de poetsvrouw. "Toen ik daar toekwam, zag ik mensen in paniek. Ze waren in shock, bibberend op hun stoel, wenend met tussenpozen, ze staarden lange tijd pal voor zich uit en waren sprakeloos."

"Een andere kinderverzorgster zat ineengekrompen op haar stoel en vertelde onsamenhangende dingen.Ze hadden allemaal een zeer intense angst, voelden zich hulpeloos. Ze voelden zich ook allemaal heel schuldig. Een moeilijk moment was de fotoherkenning van de kinderen."

Moreel vertelt ook hoe zwaar de kinderverzorgsters het hadden tijdens hun verhoren, vlak na de feiten maar ook bij de latere verhoren. Telkens was Moreel daarbij aanwezig. Ook later heeft hij hen op verschillende momenten nog bijgestaan.

Hij heeft met de kinderverzorgsters vaak gepraat over het schuldgevoel dat ze hadden, en heeft hen proberen duidelijk te maken dat hen geen schuld treft. Toch is dat gevoel er tot op vandaag nog. "Wonden op het lichaam helen, maar wonden op de ziel blijven altijd open", zegt Moreel daarover.

"Ik heb het gevoel dat ik niet genoeg gedaan heb"

Ellie Verboven, begeleidster bij de buitenschoolse opvang De rakkertjes, heeft ook getuigd over wat ze gezien en meegemaakt heeft op 23 januari. Gisteren hebben haar collega's dat ook al gedaan. Ze zag een voor een de kinderverzorgsters en de kinderen toekomen in De Rakkertjes. Ze heeft met begeleiding van de hulpdiensten enkele kinderen verzorgd.

"Op het moment zelf dacht ik: Is dit nu echt aan het gebeuren", zegt de vrouw terwijl ze tranen in de ogen krijgt. "Ik heb het gevoel dat ik op dat moment niet genoeg gedaan heb." Voorzitter Defoort zegt dat het voor niets nodig is om het gevoel te hebben dat ze tekort gedaan heeft.