Vroeger was het beter -Ivan De Vadder

Sommige interviews met politici zitten vol heimwee. Heimwee naar hoe het vroeger was, en vroeger was het steevast beter. Neem nu Servais Verherstraeten, staatssecretaris voor de Staatshervorming, in Terzake. Verherstraeten is een CD&V politicus uit de Kempen, én zoals dat heet ‘van ACW-signatuur’.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Het klinkt natuurlijk logisch dat een CD&V-politicus van ACW-signatuur heimwee heeft naar het verleden. Zijn partij is in de loop der jaren alsmaar kleiner geworden, en zijn strekking binnen de partij is tanende. Servais Verherstraeten is op dit moment nog de enige ACW-politicus in de federale regering, terwijl het ACW in het verleden altijd de premier, of op z’n minst een vicepremier leverde.

Maar Servais Verherstraeten heeft vooral heimwee naar het verleden, zo vertelt hij, omdat de politieke zeden vroeger minder ruw waren, waarmee hij eigenlijk impliceert dat in die vroegere tijden, met zachtere politieke zeden, een minister als Steven Vanackere wellicht niet zou zijn afgetreden. Bovendien kijkt hij ook wat beschuldigend naar de N-VA, die volgens hem een ‘ruk naar rechts hebben gemaakt’, waar nu het ACW het slachtoffer van werd.

Maar klopt dat heimwee wel? Is het geheugen geen ‘valse vriend’, die verraderlijk werkt en ons, of dit geval Servais Verherstraeten, valse beelden opdringt?

Druk van eigen partij

Het ontslag van een minister is van alle tijden, met alle mogelijke oorzaken. Ontslag nemen is duidelijk het resultaat van een persoonlijke inschatting. Laten we eens voor de vuist weg opsommen: Johan Vande Lanotte en Stefaan De Clerck naar aanleiding van de ontsnapping van Marc Dutroux, Marcel Colla en Karel Pinxten naar aanleiding van de dioxinecrisis, Johan Sauwens omdat hij een bijeenkomst van het Sint-Maartenfonds had bijgewoond, Bert Anciaux omdat de Vld vond dat na het uiteenvallen van de Volksunie de erfgenamen van die partij het met minder ministers moesten stellen; Mieke Vogels en Vera Dua als Vlaams minister omdat hun partij geen enkele zetel meer haalde bij een federale verkiezing; Anissa Temsamani omdat ze niet de waarheid vertelde over haar diploma; Louis Tobback na de dood van Sémira Adamu; een PS staatssecretaris die ‘kampeerde in de auto’ omdat hij nog geen kantoor had, terwijl dat kantoor op de minister stond te wachten; Jo Vandeurzen omdat hij door de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie in de wind werd gezet; en vervolgens ook Inge Vervotte en Yves Leterme, in de nasleep van de juridische afwikkeling van de Fortis-rechtszaak.

Wie al deze gevallen zal onderzoeken, zal merken dat de regeringsleden vaak onder druk stonden. Ze waren meestal ‘omsingeld’ door druk: van de oppositiepartijen, van de pers, en soms ook – en dat is meestal het doorslaggevende argument - van de eigen partij.

Politieke zeden zijn altijd ruw geweest

Maar evengoed zijn er Patrick Dewael en Laurette Onkelinx die niet opstappen na de ontsnapping van Ferye Erdal. En Laurette Onkleinx nam ook geen ontslag na de ontsnapping van 28 gevangenen tegelijk in Dendermonde. Er was Charles-Ferdinand Nothomb die na de doden tijdens het Heizeldrama minister bleef; er was Marc Eyskens die niet opstapte nadat een terrorist een wandeling maakte op de Brusselse Grote Markt, en er was Elio Di Rupo die zijn onschuld staande hield in een beschuldiging van pedofilie.

Het ontslag van een minister is dus het gevolg van een hele reeks factoren, waarbij de persoonlijke inschatting, en de persoonlijkheid van de minister wellicht de belangrijkste factor is.

De ruwe politieke zeden kunnen geen doorslaggevend argument zijn, en bovendien durf ik beweren dat de politieke zeden altijd ruw zijn geweest. Ik herinner me de hevige debatten op televisie tussen Louis Tobback en Guy Verhofstadt, begin jaren ’90, waarbij de zware woorden niet werden geschuwd. Er zijn de overbekend koosnaampjes ‘Caligua’ of ‘kwal’ die oppositieleider Louis Tobback gebruikte voor de premier; en de Groene minister van Landbouw Vera Dua werd destijds een ‘groene hoer’ genoemd in een betoging waar ook enkele liberale ministers mee opstapten.

Programma N-VA was bekend

Tenslotte is de er politieke analyse: Servais Verherstraeten zegt dat de ‘N-VA stevig naar rechts is opgeschoven’. In het kader van mijn reeks ‘De Coulissen van de Wetstraat’ ben ik het VRT-archief ingedoken. Zo is er de persconferentie einde november 2006 naar aanleiding van de (kortstondige) overstap van Jean-Marie Dedecker naar de N-VA. Tijdens die persconferentie zeggen Bart De Wever én Jean-Marie Dedecker samen hoe erg hun sociaaleconomisch programma op elkaar lijkt.

De ‘ultraliberaal’ Dedecker zegt zelfs letterlijk op de persconferentie: ‘Er is niet 90% dat ons scheidt, maar 90% dat ons bindt, en ik ben eerlijk gezegd nog altijd op zoek naar die 10%.’ Hij werd door geen enkele N-VA’ er tegengesproken. Dedecker werd pas als lid aanvaard nadat alle aanwezigen (mensen als Louis Ide en Frieda Brepoels) het boek van Dedecker ‘Rechts voor de Raap’ hadden gelezen én goedgekeurd. Even later koos de N-VA dan toch opnieuw voor het kartel met de CD&V, maar hun sociaaleconomische standpunten stonden vast.

Waren de christendemocraten zich daar dan niet van bewust? Hebben ze die wetenschap naast zich neergelegd? Hebben ze zich dan al die jaren in slaap laten wiegen? Of weet Servais Verherstraeten beter, en is de ‘verruwing van de politieke zeden met een N-VA die een ruk naar rechts maakt’ een manier om het aftreden van Steven Vanackere een politieke plaats te geven?

De auteur is politiek journalist en presentator van De Zevende Dag.)