Vive le métro - William van Laken

Zelfs ónder de grond, in de Brusselse metro, hing de afgelopen week al iets van lente. Wij, dat allegaartje van metrogebruikers, hadden de winterjassen thuisgelaten, de gezichten leken me iets minder somber, al kan dat wishful thinking zijn geweest. Ik realiseerde me weer eens hoe gek ik ben op dat transportmiddel. Waarom geen ode aan de metro, Pablo Neruda schreef er wel één aan de aardappel?

Klokvast

Ik kan er intens van genieten, zoals laatst: je rijdt ’s avonds door zo’n ondergrondse bocht en dan komt plots een tegenligger op je afgestormd, als een reusachtige stalen rups, van binnenuit spookachtig verlicht, die rakelings langs je raam scheert en een rilling over mijn rug jaagt. Ook nu weer was mijn metro stipt vertrokken en was ik een half uur later weer klokvast aangekomen. De metro is te vertrouwen, daarin verschilt hij van zijn grote broer, de trein. Het is waar, soms gaat hij wel eens bruusk in de remmen, dan worden we even door elkaar geschud, een enkele keer hoor je dan een oudere dame een gilletje slaken. Eén keer maakte ik iets engs mee: de metro bleef plots staan, ergens onder de grond tussen Schuman en Merode, het was warm, we waren met veel, dicht op elkaar zoals dat hoort op het spitsuur. We stonden daar zo’n twintig minuten en we wisten niet waarom, leuk is anders. Ik moest terugdenken aan die overvolle bus in Napels waar ik het ontzettend benauwd kreeg en op het punt stond om te gaan schreeuwen. Maar net als toen concentreerde ik me nu op mijn krant en m’n opstootje van claustrofobie ging over.

Grootstedelijk flair

Oké, er wordt wel eens gestaakt en dan rijden er geen of heel weinig metrostellen. Het zij zo, ik geef de stakers altijd het voordeel van de twijfel, ik doe dat uit principe. De dag erna rijdt hij weer en ben ik de gebruiker van een transportsysteem waarvan de eerste kiemen al gelegd zijn in 1892. Toen al waren er in Brussel hoge heren die, in navolging van Londen en Parijs, grootse dromen koesterden voor hun stad. Maar tussen droom en daad is vooral een tekort aan financiële middelen, het zou tot de jaren ‘50 van de vorige eeuw duren vóór er tunnels werden gegraven waar dan trams doorheen reden, de zogenaamde premetro, en pas in 1976 kregen we een eerste volwaardige metrolijn, lijn 1 van Brussel-centrum naar het oosten, later doorgetrokken tot eindstation Herrmann-Debroux in Oudergem. (Geen flauw idee wie die Herrmann en Debroux zijn, blijkbaar niet beroemd genoeg voor Wikipedia, maar het is bij hen dat ik altijd in- en uitstap.)

Vandaag zijn we met een half miljoen mensen die elke dag de metro gebruiken. In 2009 werd het net grondig gereorganiseerd, vier volwassen lijnen en twee premetrolijnen, en met Weststation als nieuwe draaischijf. Bovendien is zopas het licht op groen gezet voor een nieuwe lijn die onder Schaarbeek door naar Evere zal lopen. In 2018 beginnen ze te graven, in 2022 zouden de eerste treinen moeten rijden. Ach, dat is allemaal heel bescheiden als je het naast de indrukwekkende ondergrondse spinnenwebben van Berlijn of Londen legt, maar dit is maar Brussel, de kleine hoofdstad van een klein landje. Maar toch, ze is onder meer door haar metro onze enige stad met een beetje grootstedelijk flair – n’en déplaise à Anvers.

Multiculti-kermis

Wat we zoal doen in onze metro? Ik deed een kleine steekproef. Verreweg het grootste aantal mensen is met zijn mobieltje aan het prutsen. Daarna komen degenen die gewoon voor zich uit staren. Op drie zij die lezen in het wegwerpkrantje dat - heel toepasselijk - Metro heet, of in een andere krant of boek - altijd zit ik te loensen naar de titel: zeg mij wat je leest en ik zal zeggen wie je bent. Op de laatste plaats komen de reizigers die praten tegen elkaar, of roepen, want zo’n metro maakt veel lawaai. Ikzelf behoor meestal tot de derde groep, de lezers. Het lawaai deert me niet, ik kan me goed concentreren, dat heb ik geleerd op een redactie. (Ik zag eens een man tegenover mij twee oordoppen in zijn oren duwen alvorens hij begon te lezen.)

Af en toe laat ik mijn krant zakken en geef ik me godzalig over aan het observeren van de multiculti-kermis die de metro is. Tegenover mij staan twee vrouwen, ze houden zich met één hand aan zo’n lus vast en praten met schelle Spaanse stemmen. Tussen hun armen door zie ik op de bank een mooie zwarte vrouw die met een lepeltje stukjes gebak voert aan haar twee kinderen. Is ze bang dat ze anders zouden morsen? De kinderen letten goed op of ze wel allebei evenveel van het gebakje krijgen. De moeder veegt daarna zorgvuldig hun mondjes schoon. In de doos die in een plastic tas aan haar zijde bungelt zit vermoedelijk nog meer lekkers. Paul, maison de qualité, fondée en 1889 staat op de tas. Ik weet dat er vlakbij de halte Brouckère zo’n zaak is, waarschijnlijk heeft ze de pâtisserie fine daar gekocht. Ik ben een kruising van een voyeur en een detective.

Solidariteitsbijdrage

Geen metro zonder bedelaars. Ze rammelen hun litanie af, bedoeld om ons medelijden op te wekken, maar er zijn maar heel weinig mensen die een muntstukje bovenhalen. Wat wil je, met een flauwe boodschap zoals “Excusez-moi de vous déranger, mais je suis dans une situation critique. Je n’ai ni logement, ni de quoi manger”. Hij zegt het met krachtige stem, hetgeen verraadt dat hij niet van honger gaat sterven, hij staat vlak achter mij en zijn adem ruikt naar goedkoop bier. Twee haltes verder stapt een collega van hem in: “J’ai 34 ans et plus aucun avenir…”. Uit principe geef ik enkel aan bedelaars-muzikanten, van hen krijg je tenminste nog iets terug.

De wonderen zijn de wereld niet uit: van al dat fraais heb ik bijna drie jaar lang kunnen genieten zonder één euro uit te geven, mij onderwijl snel en veilig door Brussel verplaatsend! De dag nadat ik vijfenzestig was geworden (iets wat mij niet met vreugde vervulde) toog ik naar een ‘Bootik’ van de MIVB waar mij voor 5 euro “administratiekosten” een plastic badge werd overhandigd waarmee ik gratis op tram en metro kon. Dat wordt nu spoedig anders. Economische wetmatigheden zorgen ervoor dat het Steve Stevaert-principe van gratis rijden zijn beste tijd heeft gehad. Vanaf 1 mei zal ik als 65-plusser een “solidariteitsbijdrage” betalen van 60 euro per jaar, tenzij ik kan aantonen dat ik in de onderste inkomensklasse zit, maar dat lukt me niet. Een jaar lang metroplezier voor maar 60 euro! Ik blijf klant.

lees ook