Wie was de eerste echte paus?

Simon, beter bekend als Petrus, zou als rechterhand van Christus en later bisschop van Rome ook de eerste paus zijn geweest. Of dat zo was, is niet zeker en bovendien heeft de functie van paus in de loop der eeuwen nogal wat wijzingingen ondergaan.
AP2006

"Jij bent Kefas (Petrus), de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen". Zo kondigt Jezus Christus in het Evangelie van Mattheüs aan dat zijn apostel Simon bar Jona, zijn opvolger zou worden. Jezus noemde hem dus Kefas, (rots in het Aramees), wat in het Grieks vertaald werd als Petros.

Dat is evenwel nog niet hetzelfde als het benoemen van Petrus tot eerste paus, zoals de officiële lezing van de katholieke Kerk volhoudt. Petrus verhuisde wel naar Rome, waar hij een christelijke gemeenschap stichtte en genoemd wordt als "bisschop van Rome". Dat is nog altijd de eerste en belangrijkste titel van de pausen. 

Rome was toen het centrum van het Romeinse rijk en voor veel mensen uit die tijd ook van de bekende wereld. Nu is het mogelijk dat Petrus als bisschop van Rome meer gezag had dan andere bisschoppen elders, maar zeker is dat niet. In het beste geval was hij wellicht een soort "primus inter pares", een eerste onder gelijken van de bisschoppen.

Het valt overigens op dat Petrus veel minder op de vroege christelijke kerk gewogen heeft dan bijvoorbeeld Paulus, de even bekende zendeling. Van Paulus (links) zijn niet minder dan zeven brieven bekend die zijn opgenomen in het Nieuwe Testament en een grote ideologische invloed hadden op de vroege Kerk. Paulus -die geen paus was- wordt door sommige beschouwd als de echte stichter van het christendom omdat hij dat los heeft gemaakt van het jodendom en meer richtte op de, vooral Griekse, heidenen.

Siricius de eerste paus?

Volgens sommige bronnen zou Siricius (384-399) de eerste bisschop van Rome geweest zijn, die zichzelf tot "paus" heeft uitgeroepen. Van hem is alleszins het oudste nog bestaande pauselijke decreet bewaard gebleven. Dat is een document met bindende juridische waarde, al is het mogelijk dat zijn voorgangers ook al dergelijke decreten uitvaardigden.

Siricius zou dan mogelijk al de vorige bisschoppen van Rome met terugwerkende kracht tot paus hebben verheven. Op die manier zou hij meer legitimatie verschaffen aan zijn eigen primaat boven de andere bisschoppen. Het woord paus komt van het Griekse "papas" of vader en de term werd in de eerste eeuwen van het christendom gebruikt door alle bisschoppen.

Van Siricius weten we dat hij erg gebrand was om zich boven de andere bisschoppen te verheffen. Het was blijkbaar een evolutie die al bezig was, want ook zijn voorganger Damasus I (366-384) vermeldde als eerste het concept van "Apostolische Stoel" en de heilige Hiëronymus, die het Nieuwe Testament uit het Grieks naar het Latijn vertaalde, schreef hem "Ik volg geen leider behalve Christus en u". 

Hoe dan ook leek het pausdom of het bisdom Rome aan gewicht te winnen naarmate de autoriteit van de West-Romeinse keizers afbrokkelde. Paus Leo I de Grote (440-461) kon de Hunnen overtuigen om Italië niet binnen te vallen (links) en na hem vulden de pausen het machtsvacuüm in de regio in. 

Opkomst en verval van de pauselijke macht

Van dan af werden de pausen zowel geestelijke als wereldlijke leiders die heersten over heuse "Pauselijke staten" en dat tot de 19e eeuw. De pausen kwamen in de 11e eeuw als overwinnaars uit de Investituurstrijd, een machtsstrijd met de Duitse Roomse keizers over de controle over de kerk in het Heilig Roomse Rijk.

Ook de Kruistochten verschaften hen een morele suprematie over Europa en over de Europese vorsten. De opkomst van grote natiestaten zoals Frankrijk en Engeland beperkten echter geleidelijk de opperheerschappij van de pausen op het continent, net als de opkomst van het protestantisme en de scheuring in de Kerk.

Tegen de 14e en 15e eeuw werden de pausen steeds meer de speelbal van de Europese koningen en keizers die grote invloed uitoefenden op de pauskeuze en zo het machtsevenwicht in Europa naar hun hand konden zetten. Het was ook de periode van talrijke tegenpausen, met eigen aanhangers. De pausen resideerden ook niet altijd in Rome, maar tussen 1306 en 1378 ook in Avignon (links) in Frankrijk en soms zelfs in Pisa of Bologna.

De eenwording van Italië en de annexatie van de pauselijke staten in 1870 zetten een punt achter de wereldlijke macht van de pausen. Pas met het Verdrag van Lateranen in 1929 schonk de Italiaanse dictator Mussolini de pausen opnieuw een ministaatje in en rond Rome: het Vaticaan. 

Toch is macht niet hetzelfde als invloed en heeft dat zeker meegespeeld onder de "Poolse paus" Johannes-Paulus II toen Oost-Europa in opstand kwam en het communisme ten val bracht.