Na 12 eeuwen weer een niet-Europese paus

De verkiezing van de Argentijn Bergoglio tot paus doorbreekt het Europese monopolie op kerkvorsten dat sinds de achtste eeuw bestond. Het zwaartepunt van de katholieke Kerk verschuift echter niet zo makkelijk. De laatste paus van buiten Europa regeerde in de achtste eeuw.
De Syriër Gregorius III richtte de Kerk op het Westen.

De verkiezing van "de Poolse paus" Johannes-Paulus II (links) in 1978 doorbrak de ongeschreven wet dat een paus steeds een Italiaan moest zijn. Tenminste, dat was zo sinds Adriaan Floriszoon Boeyens of Adrianus VI (1522-1523), zowaar een paus uit wat nu Nederland is, maar die lang in Leuven vertoefd heeft.

Eens het Italiaanse monopolie doorbroken, bleek de poort van het Vaticaan in 2005 ook open voor een niet-Europese paus, maar de verkiezing van de Duitse kardinaal Josef Ratzinger tot Benedictus XVI stak daar een stokje tussen. 

Nu is het zover en er is ook iets voor te zeggen. De katholieke Kerk heeft veel prestige verloren in Europa, terwijl de kerk sterk bloeit in Noord- en Zuid-Amerika en vooral in Afrika. 

Toch zijn tradities in het Vaticaan erg taai. Van de 265 officieel door de Kerk erkende pausen, waren er 217 Italianen en daarna 17 Fransen, 13 etnische Grieken, vier Syriërs en drie mensen uit Noord-Afrika. Slechts 11 van hen werden geboren buiten Europa en onder hen waren er dan nog een paar van Griekse afkomst. Slechts een paus -Petrus- kwam uit Judea, waar het christendom ontstaan is, maar waar het bij de joden niet echt aansloeg.

Petrus ging toen zijn boodschap maar verkondigen in Rome, de hoofdstad van de bekende wereld. Dat verklaart waarom de Kerk zich al snel een Europese mantel aanmat en vooral Europeanen tot paus koos. Niet verwonderlijk: zelfs vandaag zijn 60 van de 115 van de stemgerechtigde kardinalen Europeanen.

AP2001

In het voetspoor van Gregorius III

Voor de laatste niet-Europese paus moeten we dus 1.272 jaar teruggaan tot Gregorius III in de achtste eeuw. Die man kwam uit Syrië, een gebied dat toen al een eeuw deel uitmaakte van het Arabische moslimrijk van de Ummayyaden-dynastie.

Gregorius III (731-741) zou overigens nog voor andere redenen de geschiedenis ingaan (al is hij na twaalf eeuwen niet meer zo beroemd). Zo was hij de laatste paus die voor zijn verkiezing nog de goedkeuring moest krijgen van de Byzantijnse of Oost-Romeinse keizer.

Het weerhield hem er niet van om meteen in conflict te treden met de Byzantijnen. De paus die ook bedreigd werd door de Germaanse Longobarden in Italië, zocht en vond tenslotte militaire en politieke bescherming elders: namelijk bij de Karolingische Franken. Ook zette hij zich erg in voor de kerstening van Germaanse gebieden in Duitsland en de Lage Landen, waar hij missionarissen zoals Bonifatius steunde.

Het is dan ook een vreemde wending van het lot dat het net de laatste "oosterse" paus was die in de katholieke kerk de strategische ommezwaai van Oost- naar West-Europa maakte die tot vandaag voortduurt.  Meteen zaaide hij ook de kiem van het Oosters Schisma dat in 1054 de katholieke kerk losmaakte van de orthodoxe kerk in het oosten.

Alle wegen leiden naar Rome

Een overzichtje van de "vreemde" pausen:

  • Petrus (30-64), uit Bethsaida in Galilea
  • Anicetus (150-167), Syriër uit Homs
  • Victor I (189-199), uit Noord-Afrika (Berber?)
  • Miltiades (311-314), Noord-Afrika
  • Gelasius I (492-496), uit Noord-Afrika
  • Theodorus I (642-649), Griek uit Jeruzalem
  • Johannes V (685-686), Griek uit Antiochië (Turkije)
  • Johannes VI (701-705), Griek uit Efese (Turkije)
  • Sisinnus (708), uit Syrië
  • Constantinus (708-715), uit Syrië
  • Gregorius III (731-741), uit Syrië
  • Franciscus I (2013-heden), uit Argentinië

Over Victor I (189-199) doet een hardnekkig gerucht de ronde dat hij de eerste en enige "zwarte" paus geweest zou zijn. Als Berber uit Noord-Afrika was hij wellicht bruiner dan de Romeinen, maar wellicht zeker niet echt zwart. Belangrijker is dat Victor I het Latijn in plaats van het Grieks verkoos als liturgische taal in de Kerk.