Waarom scheert de Dow Jones opnieuw hoge toppen?

De belangrijkste index van het Amerikaanse beurswezen blijft verbazen met een miraculeuze wederopstanding na de financiële en industriële crises van de voorbije jaren. Amerika pakt de crisis anders aan dan Europa.
AP2013

Vorige week konden we melden dat de Dow Jones sloot op de hoogste koers ooit. Daarmee was het vorige record van oktober 2007 gebroken. Dat was toen de piek net voor de vastgoedcrisis eerst de Amerikaanse (en andere) banken en daarna de industrie in de Grand Canyon leek te storten.

De voorbije week ging de Dow Jones op dat momentum door en zette de index een winstrij van vijf opeenvolgende beursdagen met records neer. De teller staat nu op ongeveer 14.450 punten en geen mens weet waar het plafond zit. De Dow Jones staat nu iets meer dan 10% hoger dan een jaar geleden en in zijn spoor volgden ook de Nasdaq (+7,3%) en de bredere S&P500 (+8,8%).

Traditioneel volgen de andere beursindexen wereldwijd de trendsetter die de Dow nog altijd is. In Tokio herpakte de Nikkei zich op een jaar tijd zelfs met een winst van 17,7%, maar dat had deels te maken met het herstel na de kernramp van Fukushima.

De Dow kon zelfs de Europese indexen stimuleren. Op een jaar tijd deed de FTSE100 in Londen (+9,5%) het nauwelijks minder dan New York. Veelzeggend is evenwel de kleine jaarwinst van 2,3% voor de EuroStoxx50. Dat is de toonaangevende index van 50 grote aandelen uit de eurozone. Dat die weinig kon profiteren van het Dow-effect, heeft natuurlijk alles te maken met de eurocrisis.

AP2011

Uncle Sam strikes back

Met uitzondering van Londen kon het Amerikaanse beursherstel de Europeanen niet echt veel mee trekken naar boven. Amerika trekt zich de eurocrisis niet echt aan en heeft andere katten te geselen.

Nu is er wel niets zo grillig als de beurs, maar toch zijn er wel degelijk economische funderingen voor het herstel van de Dow. In de nasleep van de financiële en industriële crises van 2007 en 2008 haalde de Amerikaanse overheid met president Barack Obama op kop de grote middelen boven. De kwakkelende banken en industriële groepen werden ondersteund door honderden miljarden dollars overheidsgeld en ook de centrale bank Federal Reserve zette de monetaire sluizen open.

Het was een groot risico, maar vanaf 2009 bleken de meeste bedrijven en banken zich niet alleen te herpakken, maar bovendien verdiende de overheid nog aan de reddingsplannen. Amerika kent nu opnieuw economische groei, er komen opnieuw veel banen bij en zelfs de vastgoedmarkt lijkt opnieuw een evenwicht te vinden.

AP2013

Amerika is Europa niet

Keerzijde van de medaille is dan weer de recordhoogte van de Amerikaanse staatsschuld die steeds verder oploopt en nu al 100% van het bruto binnenlands product omvat. Deels is die schuld het gevolg van de (nu bijna aflopende) oorlogen in Irak en Afghanistan, maar vooral van de Amerikaanse stimulansen voor de economie.

In diezelfde periode kampt de EU evenwel met de eurocrisis en moesten diverse hulpplannen voor Griekenland, Ierland, Portugal en de Spaanse banken worden opgezet. In ruil wordt daar, maar ook in de rest van Europa fors bespaard op de overheidsuitgaven en dat heeft uiteraard ook zijn gevolgen voor de groei. Liever negatieve groei, want de meeste landen en de eurozone in zijn geheel zitten nu in een recessie.

Er zijn dus duidelijk twee manieren van aanpak van de economische problemen, elk met hun eigen voor- en nadelen. Het verschil heet John Maynard Keynes, naar de Britse economist die in de jaren 30 voorstander was van overheidsingrepen en -stimulansen voor de economie. Niet dat Keynes wou potverteren, maar volgens hem mag de overheid in slechte tijden -als de bedrijven snoeien- schulden maken om de groei te stimuleren en moet ze besparen in "vette jaren" als de bedrijven fors investeren. 

In de jaren 30 koos Amerika met de "New Deal" van president Franklin Roosevelt voor het model-Keynes en nu doet Obama dat min of meer opnieuw. Wij kiezen een andere weg, maar moeten wel vermijden dat we met zowel torenhoge overheidsschulden als negatieve groei blijven zitten.