Hebben we iets geleerd uit het proces De Gelder? - Philip Heymans

Het doek is gevallen, na vier en een halve week proces: Kim De Gelder is toerekeningsvatbaar en schuldig, en verdwijnt levenslang achter de tralies. De belangrijkste vraag is dus beantwoord. Maar dit proces heeft ons nog meer geleerd. En ook enkele extra vragen opgeroepen.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Dat Kim De Gelder voor de rest van zijn leven uit onze maatschappij verwijderd wordt, wisten we eigenlijk al nog voor de jury geselecteerd werd. Hij is en blijft gevaarlijk, dat zegt iedereen. De vraag was alleen of we hem levenslang achter deur A of achter deur B zouden stoppen: voorgoed achter de tralies, of voor altijd in een psychiatrische instelling.

Nederland als voorbeeld

Net die keuze heeft duidelijk gemaakt welke problemen er nog altijd zijn met de forensische psychiatrie en de toestand van de geïnterneerden in ons land. Te beginnen bij de diagnose: ook op dit proces kwam het weer tot een hevige discussie tussen de gerechtspsychiaters en de psychiaters van de verdediging. Waarbij 12 gewone burgers uiteindelijk de knoop moesten doorhakken.

Bij dat systeem werden niet voor het eerst vraagtekens geplaatst, en zoals zo vaak werd verwezen naar het Nederlandse voorbeeld. De ernstigste misdadigers worden daar wekenlang in een observatiecentrum geplaatst waar ze 24 uur per dag in de gaten gehouden worden. Dat levert oneindig veel meer informatie op dan 25 gesprekken met een deskundige, en het zorgt ervoor dat er in Nederland nauwelijks discussie is over toerekeningsvatbaarheid.

Eén van de gerechtspsychiaters, Paul Cosyns, merkte op dat het gebrek aan zo’n instelling een serieuze rem is op het onderzoek. Het wordt nog schrijnender als je weet dat de “nieuwe” wet op de internering uit 2007 in zo’n instelling voorziet. Maar door geldgebrek is die wet nog altijd niet uitgevoerd.

Bij ons is het ja of nee

Een tweede punt waarop Nederland vooroploopt, is de mate van toerekeningsvatbaarheid. Als je bij De Gelder alleen mag kiezen tussen volledig toerekeningsvatbaar en volledig ontoerekeningsvatbaar, dan kies ik voor volledig toerekeningsvatbaar, zei psychiater Cosyns. Maar je voelde dat hij daar eigenlijk niet gelukkig mee was.


Ook advocaat Jaak Haentjens en zelfs verschillende advocaten van de burgerlijke partijen merkten op dat ons systeem te zwart-wit is: in werkelijkheid is toerekeningsvatbaarheid een kwestie van gradaties. In Nederland bestaat er een schaal van toerekeningsvatbaarheid, in België is het ja of nee. En daardoor werd het voor De Gelder ofwel de gevangenis, zonder enige vorm van psychiatrische hulp, ofwel een psychiatrische instelling.

In de praktijk is het altijd de gevangenis

Al is ook dat laatste relatief. Want de kans is groot dat deur A en deur B voor De Gelder eigenlijk in dezelfde ruimte uitkomen: de gevangenis. 1100 gedetineerden zitten nog altijd achter de tralies, terwijl ze daar eigenlijk niet thuishoren. En terwijl ze daar ook geen enkele kans op genezing hebben, omdat ze er nauwelijks psychiatrische hulp krijgen. Op dit ogenblik wordt er wel aan twee forensische psychiatrische centra gebouwd, die de ernstigste nood zouden moeten lenigen, maar die zijn er nog niet.

Het verhaal van de slachtoffers

Alles draaide dus om die ene vraag. Moest het proces dan wel zo lang duren? Verschillende getuigenissen waren eigenlijk overbodig: waarom moeten we een uitgebreide beschrijving van het huis van Elza Van Raemdonck krijgen (inclusief de puree op de borden), als er geen discussie is over wie haar gedood heeft?

Vier weken was erg lang. Anderzijds heeft ons dat de kans geboden om De Gelder uitgebreid te observeren.

En opnieuw werd duidelijk hoe belangrijk het is voor de slachtoffers om hun verhaal te doen. Nadat ze, vier jaar na de feiten, publiek hun hart hadden kunnen luchten, zag je verschillende slachtoffers zelfs fysiek opleven. Zeker de tantekes, de kinderverzorgsters van Fabeltjesland. Allemaal zaten ze nog met een huizenhoog schuldgevoel, omdat ze die 23e januari niet nog meer hadden gedaan om kinderen te redden. Dat ze hier verschillende keren van iedereen te horen kregen dat ze heldinnen waren, die mirakels hadden verricht, heeft voor hun verwerkingsproces veel goeds gedaan. Ook dat is belangrijk.

Oproep aan onszelf, de journalisten

Ten slotte nog twee opmerkingen voor mijn eigen beroepsgroep, de journalisten. Ten eerste heeft dit proces duidelijk gemaakt dat journalisten, advocaten en magistraten wel degelijk met elkaar kunnen praten zonder dat dat een sereen proces in de weg staat. Vooraf hebben we met elkaar gepraat, en redelijke afspraken gemaakt. En daar heeft iedereen zich aan gehouden. Justitie hoeft dus niet meteen alle deuren te sluiten zodra het journalisten aan de einder ontwaart.

Daarnaast is me opgevallen hoeveel slachtoffers zeiden dat ze het nieuws over Fabeltjesland eerst op de radio hadden gehoord. Of dat ze de radio hadden opgezet zodra ze een telefoontje hadden gekregen dat er iets was gebeurd. Dat is niet alleen fijn om te horen, het is ook een oproep aan mijn collega’s en mijzelf om ons werk op de juiste manier te blijven doen, en te beseffen hoe mensen soms met een bang hart op onze informatie zitten te wachten. Die combinatie van snelle en accurate informatie, daar moeten we aan blijven werken.

(De auteur is gerechtelijk verslaggever bij VRT Nieuws.)