Onthou hoe je moet vergeten - William van Laeken

Zelfs in volle mediageweld van het proces-De Gelder liet het thema dementie zich niet wegdrukken. In dezelfde week herdachten we de vijfde verjaardag van de gekozen dood van Hugo Claus, in de Senaat werden hoorzittingen gehouden over een eventuele uitbreiding van de euthanasiewet naar kinderen en wilsonbekwame dementerenden, en een opiniepeiling van het Expertisecentrum Dementie leerde ons dat bijna één op twee Vlamingen kiest voor euthanasie als ze te horen krijgen dat ze dement worden.

Dat verrassende cijfer wordt door een onderzoekster van de KU Leuven “verontrustend” genoemd. Dementie is geen doodvonnis, zegt ze, net zo min als kanker dat tegenwoordig is. We kunnen er nog flink wat jaartjes mee leven en dementerenden in een gevorderd stadium zouden “toch nog kunnen verwoorden wat ze willen en zelfs beslissingen kunnen nemen”.

Doemcijfers

Als je niet meer van de jongsten bent ga je meer letten op de vergrijzing rondom jou. Die veroudering blijkt niet enkel uit statistieken, je ziet ze op straat. Op de wekelijkse markt in mijn dorp waan ik me soms op een planeet waar uitsluitend gepensioneerden en bejaarden wonen. Schrijver Oscar van den Bogaard bedacht onlangs in De Standaard de grappige term ‘hangbejaarden’, en die zijn volgens hem een groter probleem dan hangjongeren. Het klopt dat bejaarden omnipresent zijn, in de trein, in de shoppingcentra en straks weer vrolijk stappend in het bos, daarbij al of niet geholpen door twee ‘nordic sticks’.

Hoe zal het ons, hoe zal het mij vergaan over tien, vijftien jaar? De doemcijfers ken ik inmiddels van buiten. Tegen 2040 zal in de rijke wereld, in de wereld van de ‘nordic sticks’, het aantal dementerenden verdubbelen. In ons land schuiven we op naar de tweehonderdduizend. Van de groep 80 tot 85-jarigen is 15 à 20 procent dement, bij de nóg ouderen klimt dat naar 40 procent.

Achterneef

Er bestaan studies waaruit zou blijken dat mensen met een hoger opleidingsniveau een kleinere kans hebben op dementie. Daar moest ik aan denken toen ik onlangs een schitterende documentaire zag over een bejaarde Amerikaanse academicus die Alzheimer heeft. De film heet “First Cousin Once Removed” , dat is ingewikkeld Engels voor ‘achterneef’. Regisseur Alan Berliner was niet zomaar een neef, hij was ook vriend aan huis. Gedurende vijf jaar zoekt hij zijn intellectuele mentor op en voert gesprekken met hem over zijn leven maar vooral over zijn ziekte. De film is een bijna klinisch verslag van het aftakelingsproces van een geheugen.

De man in kwestie heet Edwin Honig en hij was niet de eerste de beste: een knap dichter, literair criticus, universiteitsdocent, vertaler. Voor zijn briljante vertalingen naar het Engels van de poëzie van Garcia Lorca en Fernando Pessoa werd hij geridderd door de koning van Spanje en de president van Portugal. Maar Alzheimer is daarvan niet onder de indruk. Als Alan Berliner aanbelt wordt hij de ene keer herkend, de andere keer is hij een vreemde. Als ze samen door het raam naar een prachtige boom in de tuin kijken, vraagt Edwin Honig “What do you call them on the trees?”. “Leaves”, antwoordt Berliner. Aap-noot-mies-woordjes die wegvallen, zoals bij de moeder van schrijver Erwin Mortier: ze staat voor zijn boekenkast maar kan niet op het woord ‘boek’ komen. Edwin Honig hield heel zijn leven dagboeken bij maar hij is dat wel vergeten. Als hij aan die dagboeken herinnerd wordt en gevraagd wordt waaróm hij ze bijhield, zegt hij plagerig “Because I didn’t want to forget”.

Geheugenpaleis

Edwin Honig heeft in het begin nog lucide momenten, maar zelfs als hij al verder weg is blijft hij een aandoenlijk en grappig spel spelen met woorden. Eens dichter, altijd dichter. Hij was ook gek op vreemde talen en soms breken nog flardjes Jiddisch of Spaans door de alsmaar dikker wordende mist die om zijn geheugen hangt. Wat het langst verzet lijkt te bieden tegen de sloop van zijn geheugenpaleis is de herinnering aan het grote drama uit zijn leven: toen Edwin vijf was kwam zijn jongere broertje achter hem aangelopen op straat en werd door een auto doodgereden, iets wat zijn vader hem altijd is blijven verwijten. Wat hij het liefste zou vergeten raakt hij niet kwijt. Eerder in de film, op één van zijn lucide momenten, vraagt zijn jonge vriend hem of hij een boodschap heeft voor al die mensen die naar hem zullen kijken. Edwin Honig denkt lang na en zegt dan: “Remember how to forget”, onthou vooral goed hoe je moet vergeten.

Euthanasie

Op het einde komen uit de mond van een man die zijn leven lang gegoocheld heeft met woorden en zinnen, nog nauwelijks woorden. Hij is overgeschakeld op klanken, dierlijke geluiden bijna, en blaast nog één keer met een verdwaasde blik een kaars uit, op zijn eenennegentigste verjaardag. Zijn aftakeling wordt ons hard en compromisloos getoond. Waarom is er nooit euthanasie overwogen, vraag je je spontaan af. Een te simpele vraag. Euthanasie voor dementen is een uiterst moeilijke kwestie. Je kan tijdig een wilsbeschikking opstellen maar het gebeurt nogal eens dat de dementerende later daarover onzeker wordt en ‘terugkrabbelt’. Er lijkt mij maar één uitweg: als je nog bij zinnen bent, nu dus, met de kinderen en de vertrouwensartsen afspreken dat je in geval van gevorderde dementie de regie over je leven uit handen geeft en aan hen overdraagt. Zij moeten dan maar beslissen. En juist zo’n film doet je zelfs daar nog aan twijfelen. Je hebt immers gefascineerd zitten kijken naar die man en zijn geheugen dat week na week, maand na maand voor goed uit hem weglekt. Maar het blijft een boeiende man, óók in zijn dementie. Zijn we dan zo zeker of Edwin Honig en zijn lotgenoten wel willen dat we hun helletocht naar de duisternis, met wie weet nog een lichtstraaltje af en toe, in hun plaats afbreken?

lees ook