Relatief veel Belgische jongeren naar Syrië

Relatief veel Belgische jongeren gaan in Syrië meevechten aan de zijde van de rebellen tegen het regime van president Bashar al-Assad. Dat bevestigt Edwin Bakker in De Morgen, professor (contra)terrorisme aan de Universiteit van Leiden, verbonden aan het Clingendaelinstituut.

Er zouden momenteel 70 à 80 Belgen meevechten in Syrië. "België is relatief gezien de nummer één als het gaat over het aantal jongeren dat naar Syrië trekt om er te strijden", zegt Edwin Bakker.

"In België is er nog een groot potentieel aan strijders. Vele jongens staan al jaren te trappelen om te gaan vechten maar kregen de kans niet. In de buurlanden ligt dat anders. Vanuit Groot-Brittannië gingen er veel jongeren naar Pakistan, vanuit Duitsland naar Afghanistan", zegt hij. "Zij maakten het al eens mee, maar de Belgische jongeren - meestal met een Turkse of Marokkaanse achtergrond - hadden weinig opties. En nu is er Syrië: een strijd waarmee ze zich verbonden voelen en een land dat gemakkelijk te bereiken is."

Bakker weet niet zeker of het inmiddels verboden Sharia4Belgium actief heeft geronseld. "Vaak is dat niet nodig en is de bereidheid om te gaan sowieso erg groot. Wel is het zo dat er gefaciliteerd wordt. Hier in Nederland heeft Sharia4Holland safe houses opgericht: appartementjes waar jongeren eerst een paar dagen onderduiken. Als ze eenmaal een paar honderd euro hebben, vertrekken ze."

Bakker waarschuwt dat veel jongeren ontgoocheld zullen terugkeren. "Ze zien heldhaftige beelden, verwachten dat ze krijgers zullen worden, maar het merendeel krijgt niet eens een wapen in handen. Ofwel bouwen ze barricades ofwel staan ze aan een uitkijkpost ofwel worden ze gebruikt als kanonnenvlees."

Ook zouden de rebellen zelf niet altijd even enthousiast zijn over die jongeren uit West-Europa. "Ze zijn bang dat die westerse jongeren infiltranten zijn", legt Bakker uit. "Bovendien spreken ze amper Arabisch en kunnen ze geen wapen hanteren."

Hoe voorkomen?

Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH) heeft een task force opgericht over de problematiek.

"Iemand die een heilige oorlog wil voeren, hou je niet tegen", relativeert Edwin Bakker. "Wat zeg je tegen zo iemand? Het is een emotionele beslissing die gevoed wordt door foto's die ze te zien krijgen: rebellen die kameraadschappelijk rond een sneeuwman met een FC Barcelona-muts staan. Dat groepsgevoel is aantrekkelijk."

Een taskforce kan volgens hem wel nuttig zijn voor zij die ontgoocheld terugkeren van het front. "Je moet immers zo snel mogelijk weten wie nog extremistisch is. Tegen hen moet je repressief optreden. De rest heeft ontdekt dat het gras niet groener is aan de overkant en beslist waarschijnlijk om bij nader inzien toch maar een opleiding te volgen."