Talenbeleid van Vlaamse scholen stagneert

Maar 60 procent van de Vlaamse scholen heeft een talenbeleid waarin onder meer de begeleiding van anderstalige leerlingen en scholieren met taalproblemen is uitgewerkt. Dat blijkt uit het jaarlijkse verslag van de onderwijsinspectie.

De inspectie heeft vorig jaar 537 scholen doorgelicht, waarvan er 311 een gunstig advies kregen. Drieëntwintig scholen kregen een ongunstig advies, tegenover zes in het jaar 2010-2011. Maar in tegenstelling tot vroeger betekent dat niet dat die scholen meteen hun deuren moeten sluiten. "Sinds 2009 krijgen die scholen nog een kans", zegt inspecteur-generaal Lieven Viaene. "Er volgt een verplichte ondersteuning, met een nieuwe inspectie na drie jaar. Onze inspecteurs zien nu in dat een dergelijke procedure vruchten afwerpt, en geven daarom sneller een ongunstig advies".

Wat de vakken betreft, blijven dezelfde problemen als vorige jaren bovendrijven. In het basisonderwijs gaat het voornamelijk om muzische vorming en wereldoriëntatie.

Het resultaat in het algemeen secundair onderwijs is globaal genomen goed, al presteren onder meer de richtingen humane wetenschappen en economie-moderne talen minder. In het beroeps- en het kunstonderwijs schiet de basisvorming, die meestal wordt verpakt in het vak PAV, te kort, maar de kwaliteit van de specifieke praktijkvakken is goed.

Minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) is vrij tevreden met de doorlichting, al noemt hij de stagnatie van het talenbeleid wel opvallend. "Scholen moeten beter leren omgaan met taalverschillen", zegt Smet. Ook ondersteuning van leerkrachten, vooral in het begin van hun carrière, kan beter volgens de minister. "We moeten daarom naar grotere bestuurlijke scholengroepen evolueren", besluit hij.