Als de kat van huis is

Ik ben een laatbloeier, op velerlei gebied. Zo was ik al flink in de dertig toen ik voor het eerst oog in oog stond met een muis. Opmerkelijk als je bedenkt dat ik een idyllische plattelandsjeugd achter de rug heb. In bomen klimmen, kikkerdril bestuderen en sprinkhanen vangen: ik heb het allemaal gedaan, tot ik besefte dat ik helaas een meisje was.

Muizen leerde ik pas kennen in Amsterdam. Rond de eeuwwisseling woonde ik daar op een zolderetage in het centrum. Het was een fantastische tijd. Ik was de hectiek van de journalistiek ontvlucht en leefde een jaar lang van de schone kunsten. Overdag organiseerde ik tentoonstellingen en debatten, ’s avonds struinde ik heel Amsterdam af op zoek naar de mooiste voorstellingen. Theater, cabaret, lezingen, film: het lag allemaal letterlijk binnen handbereik.

Mijn hoekflatje bevatte niet veel meer dan een matras op de grond, een uitgewoonde sofa en een popperig tafeltje. Maar ik voelde me de koning te rijk. Elke week kocht ik een reuzenbos tulpen en ik had een onbetaalbaar uitzicht: een knooppunt van grachten, omzoomd door iepen die het lentelicht prachtig filterden. Ik was jong, arm en gezond. Kortom gelukkig.

Op een zaterdagochtend lag ik heerlijk te soezen op mijn matras, toen ik vanuit de openstaande keukendeur geritsel hoorde. Was dit een attente minnaar die alvast naar een banketbakker was gesneld voor mij? Ik weet nog dat ik even stilstond bij die mogelijkheid, zoals je soms in de verleiding komt om te bedenken wat je met lotto-miljoenen zou doen. Maar het geritsel werd luider. Dit kon geen toevallig briesje meer zijn uit een tochtig raam. Ik moest gaan kijken. En wat ik in die keuken zag, staat tot de dag van vandaag op m’n netvlies gebrand. Gevoelige lezers kunnen hier dan ook beter stoppen met lezen.

Mijn beste (muizen)vriendin

Twee grijze muizen schommelden op het klapdeksel van mijn grote vuilnisbak. Ze vermaakten zich uitstekend. Met hun eigen gewicht zakten ze om beurten in die grote hoop lekkers die ik de voorbije dagen voor ze verzameld had: kaaskorstjes, broodrestjes... Te veel om op te noemen, u kent de Nederlandse keuken. Dit was het muizenparadijs.

Ik sloeg de keukendeur dicht en bleef een tijdlang verstijfd staan. Ik zou hier noodgedwongen de rest van mijn leven moeten blijven. Nooit kon ik nog naar de keuken. En ook nooit meer naar het toilet of naar buiten, want daarvoor moest je langs de keuken. Ik had gelukkig wel een telefoon voor contact met de buitenwereld. Ondertussen ging het gestoei in de keuken vrolijk verder.

Na een tijdje belde ik een moedige Amsterdamse vriendin. Ik smeekte haar naar mijn huis te komen, maar eerst moest ze verplicht langs een drogist om het sterkste muizengif aller tijden te kopen. Het duurde naar mijn gevoel eeuwen voor ze er was. Ze verdween enige tijd in de keuken. Geen idee wat ze daar uitvoerde, maar de muizen zag ik niet meer en ik beschouw haar sindsdien als mijn beste vriendin.

Nu ik weer in muizenland ben, is het dus oppassen geblazen. Ik ben beducht op kieren, spleten en gepiep. Mijn eerste aankoop was een vuilnisbak die ik zelf amper open krijg. Toch trok ik een paar weken geleden naar een Amsterdams etablissement waar ik in een ver verleden ook al eens een muis zag wegrennen. Het restaurant bevindt zich in hetzelfde huizenblok als mijn flatje van weleer, zeg maar het muizeneiland. Maar het eten is er lekker en het uitzicht fabelachtig.

Dus zat ik er op een donkere winteravond nietsvermoedend boven een bord risotto. Aan een tafeltje verderop zaten 2 vrouwen gezellig te keuvelen, maar plots begonnen ze beiden met hun vuisten op tafel te slaan. Ik keek hen verbaasd aan. Amsterdam telt veel gekken, maar van deze dames had ik het niet verwacht. Eén van hen fluisterde me toe: “Een muis!”. Ik knikte begrijpend en checkte vliegensvlug of ik niets in de grond had gezet. Ik probeerde nog verder te genieten van de risotto, maar dat werd moeilijk. Een van de obers stampvoette opvallend bij het uitserveren aan een lange tafel verderop. In mijn linkerooghoek zag ik intussen een grijze muis mijn richting opkomen. Duidelijk een van de nazaten van de olijke keukenbrigade. Zelfverzekerd baande hij zich een weg naar mijn tafeltje. Ik griste mijn tas en liep met grote passen richting kassa. Dat werd dus geen dessert, zelfs geen koffie. Razendsnel rekende ik af, even later stond ik weer op de koude straatstenen.

AP2007