Genetische risicofactoren voor bepaalde kankers blootgelegd

Een internationale onderzoeksgroep heeft de genetische risicofactoren voor borst-, prostaat- en eierstokkanker blootgelegd. Daarvoor hebben ze het erfelijk materiaal van honderdduizend kankerpatiënten vergeleken met dat van evenveel gezonde mensen. De resultaten stonden vandaag in twaalf verschillende topbladen.

"De resultaten uit deze internationale samenwerking tonen aan hoe complex kanker is", zegt Diether Lambrechts (Vlaams Instituut voor Biotechnologie/KU Leuven, foto in tekst), die het Belgische luik van het onderzoek coördineerde. "Honderden genen spelen een rol in het ontstaan van kanker. Begrijpen waarom sommige mensen een groter risico op kanker lopen dan anderen, is heel belangrijk. Het opent perspectieven om in de toekomst hun kansen op kanker te verkleinen of om de ziekte aan te vallen in het allervroegste stadium en bijgevolg hun kans op overleven te verhogen."

De wetenschappers gingen in meer dan 40 landen op zoek naar genetische variaties, "single nucleotide polymorphisms (SNPs)", die een verhoogd risico geven op kanker. Hiervoor vergeleken ze het DNA van 100.000 kankerpatiënten met dat van 100.000 gezonde mensen. Zo vonden ze SNPs die meer voorkwamen bij de mensen met prostaat-, borst- of eierstokkanker. Eén enkele SNP verhoogt het risico op kanker minimaal, maar het is vooral als mensen verschillende varianten in het genetisch materiaal tegelijk hebben, dat hun risico op kanker erg stijgt.

Veel van de nieuw geïdentificeerde risico-SNPs bevinden zich in DNA-regio's met een controlefunctie op het gedrag van genen. Deze SNPs kunnen de controle ontregelen en op die manier de "remsignalen" die cellen het signaal geven om te stoppen met groeien tegenwerken. Verder onderzoek naar hoe deze genen betrokken zijn in kanker, is belangrijk om de ontwikkeling van kanker beter te begrijpen en op basis daarvan nieuwe inzichten in de behandeling te genereren.

"Bedoeling om gerichter en vroeger te screenen"

Een volgende stap is het DNA van mensen te gaan screenen, want kanker is nu beter te voorspellen. "Het is de bedoeling om gerichter -en bij sommige patiënten ook vroeger- te gaan screenen om zo de kanker nog sneller te kunnen opsporen", zegt Lambrechts. "Momenteel denkt men aan prostaatkanker, maar ook borstkanker zou tot de mogelijkheden behoren."

"Het blijft wel de maatschappelijke vraag of mensen dit willen weten", zegt Lambrechts. "Men zou alle varianten die gekend zijn in iedere persoon die gescreend wordt kunnen nakijken. Mensen die een hoog risico hebben, zouden intensiever gescreend kunnen worden. De kosten die men uitspaart door patiënten vroeger te diagnosticeren, zouden wel eens kunnen opwegen tegen de kosten voor het screenen van al die mensen op genetisch niveau."