Verenigde Naties steken tandje bij in Congo

De VN-Veiligheidsraad heeft een resolutie goedgekeurd waardoor de bestaande Monusco-vredesmacht in Congo wordt versterkt met een snelle interventiemacht. Die zou zo'n 2.500 manschappen sterk zijn en offensieve operaties tegen gewapende groepen in het oosten van het land gaan uitvoeren, samen met het Congolese regeringsleger.
AP2012

De Russische VN-ambassadeur Vitaly Churkin zegt dat de VN de noodzaak erkent om het destructieve geweld een halt toe te roepen waaraan het oosten van Congo ten prooi is gevallen sinds de volkenmoord in buurland Rwanda, in 1994.

De huidige Monusco-vredesmacht van de VN telt een kleine 20.000 blauwhelmen, maar heeft in het verleden niet bepaald uitgeblonken in daadkracht. Dat bleek nog eind vorig jaar, toen de blauwhelmen aan de zijlijn toekeken hoe de M23-rebellen de stad Goma onder de voet liepen. 

Kinshasa is overigens al lang vragende partij voor een versterking van het mandaat van de Monusco. Met de nieuwe interventiemacht lijkt de VN enigszins tegemoet te komen aan die vraag. De nieuwe troepen zullen trouwens in Goma worden gestationeerd.

Het mandaat van de huidige VN-blauwhelmen in Congo wordt ook nog eens met een jaar verlengd.

Of de ontwapening en de ontbinding van allerlei gewapende groepen nu wél zal kunnen worden gerealiseerd, zal nog moeten blijken. In elk geval is het Congolese leger daar de voorbije jaren grandioos in mislukt.

De zucht naar macht en rijkdom

De oorlog in het oosten van Congo heeft alles te maken met de gevolgen van de volkenmoord in Rwanda, in 1994. Toen zijn heel wat voormalige Hutu-soldaten van het verdreven regime van Juvénal Habyarimana naar Congo gevlucht, waar ze zich in het regenwoud hebben gehergroepeerd tot een rebellenbeweging.

Dat was voor het nieuwe Tutsi-regime in Rwanda het ideale voorwendsel om zelf te interveniëren in Oost-Congo, zogezegd omdat Kinshasa de Hutu-rebellen zelf niet onder controle had. Rwanda, maar ook Oeganda, sponsorden ook rebellenbewegingen in Oost-Congo die om allerlei redenen niet moesten weten van de Congolese machthebbers.

Maar de échte beweegreden voor al dat wapengekletter zijn de bodemrijkdommen in Oost-Congo, waarmee al die lokale krijgsheren hun wapens kopen en zichzelf verrijken. Tegelijkertijd krijgen ook Rwanda en Oeganda hun deel van de koek.