Leo Stoops: van allroundjournalist tot justitiespecialist

Op 1 april gaat VRT-journalist Leo Stoops met pensioen. Speciaal voor deredactie.be blikt hij terug op zijn loopbaan bij de VRT, van allroundjournalist tot justitiespecialist. Hij zag de nieuwsdienst veranderen van een kleine redactie waar iedereen alles moest kunnen tot een geoliede machine. Op professioneel vlak was de zaak-Dutroux voor hem een keerpunt. Hij ging zich toen toespitsen op justitie.

Als ik terugblik op de vroegere jaren dan zie ik vooral het verschil tussen onze kleine redactie van toen en de geoliede machine van nu. In de jaren 70 en vroeger deed je mee aan een objectief examen en als je slaagde was je meteen volbloed journalist en kreeg je alle kansen. Je werd geacht alles te kunnen. De eerste week al presenteerde je het hoofdjournaal.

Ik ben van dezelfde lichting als Martine Tanghe, Geert Van Istendael, Paul Jambers en Jef Lambrecht. Op de redactie zat altijd maar een paar man: de eindredacteur, één journalist die het nieuws presenteerde en een andere journalist die de teksten van de filmpjes live las en die tegelijkertijd de onderschriften drukte. De twee journalisten schreven met hun tweetjes de volledige tekst van het journaal en ze deden tussendoor ook de beelduitwisseling van de Europese omroepvereniging Eurovisie. Dat ging.

Ik herinner me dat op een bepaalde zondag mijn collega ziek was en dat ik het journaal helemaal op mijn eentje heb gedaan: alle teksten geschreven, alle onderschriften gemaakt, de Europese beelduitwisseling gedaan, het nieuws gepresenteerd, live het commentaar gelezen en de onderschriften gedrukt van op de set. Dat was natuurlijk gekkenwerk. Maar het gaf me later wel zelfvertrouwen toen ik zelf eindredacteur werd: ik kon altijd denken "desnoods doe ik het wel alleen".

De evolutie die ik op technisch vlak mocht meemaken is misschien nog veel ingrijpender. In begin werd alles gefilmd op pellicule. Vóór het interview moest je dan één keer in je handen klappen voor de camera, zodat je later, bij de montage, het beeld en het geluid synchroon kon zetten. Later deden dan de professionele videocamera's hun intrede. Nog niet zo lang geleden werd de hele redactie gedigitaliseerd.

Per ongeluk in twee oorlogen gesukkeld

Toen ik begon, was er nog geen binnen- en buitenlandredactie. Je coverde alle onderwerpen. Zo ben ik, per ongeluk, twee keer in een oorlog gesukkeld. De eerste keer zat ik rustig op de redactie toen ik een telefoontje kreeg van de ambassade van Irak met de boodschap: "Wij verwachten u vrijdag in Bagdad".

De hoofdredacteur zag geen brood in de invitatie, zodat ik besloot wat recup te nemen, om Bagdad te bezoeken. Wat de ambassade van Irak er niet had bijgezegd was dat de Iraniërs de volgende dag zouden binnenvallen. Daar stond ik dan, alle grenzen dicht, zonder cameraploeg, zonder geld en met recup. Ik heb daar een paar bange weken doorgebracht.

De tweede keer was toen ik in Burundi was voor een reportage over een project van de KU Leuven om de kwaliteit van bananen te verbeteren. Ik was juist klaar om terug te keren toen de genocide in buurland Rwanda begon. Ik herinner me nog heel goed een fax van de redactie of ik "daar eens een kijkje wou gaan nemen".

AP1980

Klinkt goed vanuit Brussel, maar ik was niet van plan de brousse in te trekken zonder te weten wat er zich precies afspeelde. Een goede beslissing want aan de eerste wegcontrole waren we ons leven niet zeker.

Dat soort situaties wordt nu heel anders aangepakt: we hebben gespecialiseerde journalisten, zoals Rudi Vranckx, die het land kennen en die zich laten begeleiden door een fixer ter plaatse: straffe mannen, professionele aanpak.

AP1997

De zaak-Dutroux en de crimi-cel

Ik maak me geen illusies, ik zal op de VRT (eventjes) blijven voortleven als de oprichter van de crimi-cel. Dat was een uitloper van de zaak Dutroux die in 1996 uitbarstte.

Ik was toen eindredacteur, maar liep voortdurend achter de feiten aan. We hadden geen enkel contact met de wereld van justitie. Op een bepaald ogenblik belt onze toenmalige hoofdredacteur, Leo Hellemans, met een magistraat, die nogal open was voor de pers, om wat informatie te vragen.

Het antwoord van de magistraat was: "Mijnheer, wie bent u eigenlijk?" Leo Hellemans had het begrepen. In december 1996 vroeg hij me om een cel van gespecialiseerde gerechtsjournalisten op te richten binnen de pas opgerichte redactie binnenland. Onze opdracht: contacten leggen met justitie, zowel op het niveau van het parket als van de rechtbank.

Het tijdstip was perfect gekozen: ook binnen justitie waren er enkele mensen die vonden dat de contacten met de pers beter moesten. Zij hadden gezien hoe het Spaghetti-arrest leidde tot rellen. Dat begrepen ze niet: het arrest was juridisch toch helemaal correct?

We zijn toen gaan samenzitten, met magistraten en journalisten en onder meer de idee van de parketwoordvoerders en woordvoerders van de rechtbanken is daar ontstaan.

Als ik terugkijk op mijn "criminele loopbaan", dan heb ik daaraan eigenlijk het meest genoegdoening beleefd: het werken aan het wederzijds begrip tussen magistratuur en pers. Daarom vind ik het bijzonder jammer dat de laatste jaren de twee partijen weer in hun eigen hoekje zijn gaan zitten, overtuigd van hun eigen gelijk.

AP1996

De believers en non-believers

De crimi-cel was nog maar amper operationeel of er kondigde zich al een grote crisis aan. Via onze pas aangelegde kanalen kwamen we te weten dat er zich ongelofelijke verhalen afspeelden. Een zekere Regina Louf (codenaam: X1) beweerde dat er geheime genootschappen waren "met hooggeplaatsten" die sadistische orgieën hielden in kastelen en met kruisbogen schoten op kinderen.

Onze eerste contacten met justitie waren alarmerend: "het was allemaal waar en we mochten er met niemand over praten". Dat was een zware last om alleen te dragen, maar het heeft uiteindelijk maar een week geduurd. Toen kwamen de eerste signalen dat het mogelijk om fantasieverhalen ging en dat werd later bevestigd. Toch waren er collega's die geloof bleven hechten aan de verhalen en het kwam binnen de pers tot een splitsing tussen believers en non-believers.

Ik heb aan die zaak teruggedacht toen er in Portugal gelijkaardige verhalen de ronde deden. Daar zijn de mensen die kinderen uit een weeshuis zouden misbruiken wel veroordeeld. Ik vraag me af of onze Belgische expertise misschien van nut had kunnen zijn.

Een huzarenstukje op het proces-Dutroux

De zaak Dutroux dateert van 1996 maar het proces kwam er pas in 2004. De "crimi's " (Caroline Van den Berghe, Sophie Demeyer, Machteld Libert, Mark Morren, Bert Lauwers, Koen Wauters en ikzelf) waren bijzonder goed voorbereid. Het proces zelf heeft vier maanden geduurd en het was loodzwaar.

Bij de uitspraak van het arrest hebben we een huzarenstukje uitgehaald: onze kijkers kenden de uitspraak nog vóór Dutroux zelf. De jury moest op een massa vragen "ja" of "nee" zeggen. Die antwoorden werden voorgelezen door het hoofd van de jury zonder dat de beschuldigden aanwezig waren.

Omdat we onze gsm's moesten afgeven hadden we een soort estafette georganiseerd: elke crimi noteerde een tiental antwoorden en snelde daar mee naar de camera om ze daar voor te lezen.

Toen alle vragen beantwoord waren, werden de beschuldigden binnengeleid en las de griffier het verdict nog eens voor, maar onze kijkers kenden het al. Ondertussen is de procedure voor assisen veranderd, dus zo'n "snelle informatie" is nu niet meer mogelijk.

Koele minnaar van assisenprocessen

Naast de zaak-Dutroux heb ik nog vele andere assisenzaken gedaan en ik ben er steeds een koele minnaar van geweest. Ook nu, met de zaak-De Gelder: dit proces kan op 1 dag gevoerd worden, denk ik. Een confrontatie tussen de psychiaters en een rechter die de knoop doorhakt.

Als ik het leed zie van de slachtoffers die na vier jaar nog eens geconfronteerd worden met de gruwelijke feiten, dan vraag ik me af wat dat bijbrengt.

Tot slot moet ik het zeggen zoals het is: ik ga met pensioen omdat ik de vereiste leeftijd en dienstjaren heb, maar eerlijk gezegd ook omdat alles wat na de zaak-Dutroux kwam hoe dan ook - op professioneel vlak - minder fascinerend was.