Vlaanderens mooiste - Peter Decroubele

Zondag is het weer hoogdag. Pasen. Met een verse paus dan nog. Maar er is ook de Vlaamse hoogmis van het wielrennen, de Ronde van Vlaanderen. Vlaanderens Mooiste. En dan hebben we het niet over een rondborstige schone, met een verlokkelijke glimlach en een gezonde blos op de wangetjes. Neen, ’t gaat over een ellendig lastige koers, vol hellingen en kasseien, vaak met té veel tegenwind en soms onderhevig aan maartse buien of aprilse grillen. Ook nu weer, zeker nu de seizoenen zich van moment lijken te hebben vergist.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Het zit in de genen

De Ronde van Vlaanderen, ’t is een fenomeen op zich. Maar snel verklaard. Want niets benadert de echte Vlaamse volksaard meer dan die wedstrijd. Het is hard werken en zwoegen voor de renners, helden die ze zijn en waar de Vlaming zo dol op is. Het is stampen op pedalen, een keiharde sport waar de Vlaming al van bij het begin wild van is. Het is al vaker gezegd en geschreven: de koers zit in onze genen, wij ademen koers en fiets. En lucht. En snot. En zweet. En stof. En klei. En aarde. Bescheiden en gebogen als we zijn. Zwaaiend met de Vlaamse vendel.

Vol van de koers

Raar, maar waar, maar werkelijk iedereen is op een dag als zondag vol van de koers. Jong en oud, man en vrouw, in sport geïnteresseerd of niet. Op sommige van die dagen leeft de hele natie op. Of is het gouw? Of regio? Of gewest? Allemaal gevaarlijk in communautaire tijden.

Dan wordt iedereen één met het evenement, zoals bij de Rode Duivels op een groot toernooi of bij het mondiaal succes van een tennisspeelster uit Limburg. Iedereen doet mee. Mooi hoe Jeroen Wielaert het omschrijft in zijn recent boek “Vlaanderen en de Ronde: “Van arbeider tot professor, een volk van pallieters en plantrekkers, foefelaars en filosofen, zagers en zotten, zangers en zuipers - een bont spectrum van gewone en ongewone mensen."

Brood en spelen

Tom Lanoye kon het niet beter hebben beschreven. De Vlaming doorprikt, een volk van diversen en extremen. Maar gezellig en Bourgondisch van aard. Smullen van alweer een grote koers, letterlijk ook, met worst en bier langs de kant van de weg. Zoals in het veldrijden, waar de sfeer van de Vlaamse pensenkermis nooit ver weg is. Als de mens zich amuseert, dan wil ie zich ook blijven amuseren. Soms is het succes van iets zo eenvoudig te verklaren. De Ronde is een schoolvoorbeeld van hoe een “product” is afgestemd op het publiek. Geef het volk wat het wil en het blijft stil: brood en spelen!

Dé Muur!

Want dat publiek durft al eens tegenstribbelen. Toen Wouter Vandenhaute, de Vlaamse mediatycoon, de Ronde opnam in zijn aandelenportefeuille schreeuwde iedereen moord en brand. Want hij zou de boel plat commercialiseren. Meer nog, dat ventje had zelfs de “culot” om de Muur uit het parcours te schrappen! Dé Muur! Die van Geraardsbergen! En dat voor iemand die zelf groot is geworden in de Vlaamse Ardennen!

De volkswoede keerde zich tegen de man en de Vlaming, katholiek van geboorte, maar nog maar bitter weinig praktiserend, bad tot de hemel en bij uitbreiding tot God. Dat dat niet kon en moest herroepen worden! Gevolg, niets veranderde en inderdaad, de Ronde van vorig jaar kreeg dan toch een spannend verloop, zoals was voorspeld door de Überwoestijnvis.

Nu, het dient gezegd, een volger en een liefhebber zoals ik voelt ook een steek in zijn hart als zoiets als de Muur wordt weggehaald. Het is toch een spektakelstuk, er is soms toch historie geschreven, maar evenzeer was de tocht van de Vesten tot aan de kapel na de Muur vaak een maat voor niets. Maar ach, dat protest neemt wel af. Dat dimt wel, een mens vergeet snel. Als er maar spektakel is. En bier. En schoon weer. Dan is iedereen content. Amusement en vertier, meer moet dan niet zijn.

Een fenomeen

Vlaanderens Mooiste, of hoe een fenomeen omdat het een fenomeen is nog een groter fenomeen wordt. De Ronde genereerde boeken en kronieken, een (onvolprezen) televisiereeks, zorgt voor city- en regiomarketing, lokt sponsors en VIP’s in hun paleizen en beklijft massa’s toeschouwers, kijkers en luisteraars. Wees maar zeker, zondag is er geen kassei of plavei meer veilig, hangt iedereen voor de televisie of aan de radio, rijden vinnige Vlamingen zich onnozel om ergens op het parcours dicht bij de helden op de fiets te kunnen geraken, het kan niet op! Succes is een sneeuwbal die niet rollen kan.

Doping? Ach...

Maar, meneer, de mensen zijn dat toch beu, al die doping? Je zou het denken, zeker na het afgelopen jaar. Kijk, doping is van alle tijden en dopingverhalen in de koers zijn een even grote zekerheid als het feit dat het regent of dat het droog is. Maar de afgelopen maanden heeft de modale koersliefhebber nogal wat vette karbonaden op het bord gekregen, die op de maag zijn blijven liggen.

De vetste brok: de aantijgingen, beschuldigingen en uiteindelijk ook bekentenissen in het lijvige dossier rond Lance Armstrong. Gevolgd door allerhande andere mea culpa’s van gewezen renners. Die allemaal hadden geslikt en gespoten want ze waren nu eenmaal “kinderen van hun tijd en renners van hun generatie”. Tja.


Tweevoudig Ronde-winnaar Edwig Van Hooydonck heeft altijd gezegd dat ie gestopt is met koersen omdat ie niet wou meehuilen met de wolven in het bos. Omdat ie niet aan de verboden potjes wou zitten. Lees: ze deden het effectief allemaal , mag je dat zeggen? Museeuw heeft ook al bekend. Had Frank VDB nog geleefd, hij had het ook gedaan. Ullrich ook al, Riis al lang, de Planckaerts ook en de voorbije weken slag om slinger de ene na de andere, om Boogerd en Dekker maar niet te noemen. Om maar te zwijgen over hoe Hoste en Gilbert dezer dagen worden verweten foute medicamenten in huis te hebben gehaald.

Een beetje hypocriet

Maar haakt de koersliefhebber af? Neen, dubbel en dik neen! Hij klaagt en schuddebolt wel eens bij het zoveelste dopingbericht, maar twee dagen later hangt ie weer als verslaafd vast aan zijn koers. Want ’t is spektakel, meneer! En toch topsport, meneer! En doe jij nooit iets fout, meneer? En zou je ’t zelf niet doen, meneer?

’t Wijst op dat hypocriete dat de Vlaming ook in zich heeft, laat ons eerlijk zijn. Maar ben jij dat niet hypocriet, meneer? Maar tuurlijk! Ik ga het ook weer van heel nabij volgen. Net zoals ik dat ook zal doen tijdens de Tour. Een farizeeër, ja. Of noem me Pontius Pilatus in paastijden. Die verdomd goed weet wat ie graag ziet. Koers. Spektakel. Triomf en gejuich! Ik ook ja, ik ook. Al heb ik vaak mijn bedenkingen bij winnaars.


Och, pronostiekje? Toch Boonen ook al is ie geen favoriet? Of toch maar Cancellara? En ga je mee kijken? Pintje voor u? Of liever wat straffer spul?

(De auteur is radiojournalist bij de nieuwsdienst)