Paus Franciscus gaat voor in zijn eerste paasmis

Voor het eerst sinds zijn verkiezing tot paus eerder deze maand, heeft Franciscus de traditionele paasviering op het Sint-Pietersplein in Rome geleid. Volgens het Vaticaan zijn zo'n 250.000 mensen opgedaagd. De paus riep op tot vrede in het Midden-Oosten en in Korea. Uit bescheidenheid sprak hij enkel Italiaans. Aan het einde van de plechtigheid volgde de zegen urbi et orbi.
AP2013

Een kwart miljoen mensen stroomde vanmorgen samen op het Sint-Pietersplein in Rome om de paasviering bij te wonen die dit jaar voor het eerst door de nieuwe paus Franciscus werd geleid. Op zijn vraag bleef het bij een korte plechtigheid.

De viering begon met een mis in openlucht voor de Sint-Pietersbasiliek. Na hevige regenbuien vannacht bleef het gelukkig droog vanmorgen. Na afloop van de mis wenste de paus de aanwezige kardinalen een zalig paasfeest. Vervolgens maakte hij in een open jeep een rondrit op het Sint-Pietersplein.

Eerst bisschop van Rome, dan pas kerkleider

Daarna verscheen hij op het balkon van de basiliek voor een toespraak. Die begon hij met een eenvoudig "Zalig Pasen" net zoals hij de avond van zijn verkiezing tot paus de wereld met de woorden "buonasera" (Italiaans voor goeienavond, nvr) had toegesproken. "Christus is uit de doden opgestaan. Ik ben blij deze boodschap te kunnen aankondigen", ging hij verder. "We vragen hem haat in liefde te veranderen, wraak in vergiffenis en oorlog in vrede."

Doorheen zijn discours riep hij meermaals op tot vrede wereldwijd. Hij noemde de conflicten in Syrië, Israël en Palestina en het Koreaanse schiereiland bij naam en liet ook zijn afkeur blijken voor het geweld in verschillende Afrikaanse landen.

De paus eindigde de plechtigheid met de traditionele zegen urbi et orbi, een zegen aan de stad en de wereld. Uit bescheidenheid uitte hij zich enkel in het Italiaans en liet hij na de menigte in verschillende talen toe te spreken. Ook het traditionele dankwoord voor de bloemen uit Nederland was in het Italiaans te horen. Franciscus wilde hiermee benadrukken dat hij zich in de eerste plaats bisschop van Rome voelt en dan pas kerkleider.