"Logisch dat grote spaarders moeten helpen bij bankredding"

"Het is niet onlogisch dat grote spaarders aangesproken worden als een bank gered moet worden." Dat zegt minister van Financiën Koen Geens, net als Michel Vermaerke van Febelfin en Karel Van Eetvelt van Unizo, over de uitspraken van Europees commissaris Olli Rehn.

Olli Rehn, Europees commissaris voor Monetaire Zaken, zei zaterdag op de Finse televisie dat rekeningen van spaarders en beleggers boven de 100.000 euro in de toekomst nog aangesproken kunnen worden om een bank recht te houden. Nochtans was over een gelijkaardige uitspraak van Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de eurozone, al flink wat commotie ontstaan.

Econoom Paul De Grauwe vindt die uitspraak dom. "Met zo'n maatregelen stort je de hele economie de dieperik in. Bovendien lok je nog meer bankencrisissen uit", zegt hij in Het Laatste Nieuws.

Dat in Cyprus zo'n maatregel uitgewerkt is als voorwaarde voor geld van de EU en van het IMF, veroorzaakt onrust bij spaarders in de eurozone.

"Anders moet je het bij belastingbetaler gaan zoeken"

Minister van Financiën Koen Geens (CD&V) vindt de uitspraken van Olli Rehn evenwel niet onredelijk. "Het is oneerlijk dat je het bij de belastingbetaler moet gaan zoeken en op die manier aan iederéén vraagt om de slechte keuzes van bepaalde aandeelhouders te compenseren." Tot voor Cyprus werd de redding van een bank wél verhaald op de belastingbetaler, denk maar aan Dexia.

Ook de vereniging van de Belgische banken Febelfin is zo'n regeling genegen. "We willen graag meewerken aan Europese oplossingen", zegt Michel Vermaerke. Hij vindt dat de regels wel uniform moeten zijn en "onder scherp toezicht" ingevoerd moeten worden.

Karel Van Eetvelt van Unizo noemt het zelfs "logisch" dat grote aandeelhouders en spaarders er mee voor opdraaien als een bank gestut moet worden. "Olli Rehn wil een belangrijk punt maken. Je hebt de keuze om ofwel de consument te laten opdraaien, ofwel de belastingbetaler in het algemeen. Naar mijn aanvoelen is de doorsnee Belg of Vlaming voor dat laatste geen vragende partij."