Bladen ontdekt uit manuscript Karel de Kale

De band van een 16e-eeuws boek in de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam blijkt te zijn gemaakt van 2 bladen uit een 9e-eeuws manuscript. Dat hebben 2 Britse onderzoekers ontdekt. Het oude manuscript was privébezit van Karel de Kale (823-877), een kleinzoon van Karel de Grote.
De voor -en achterkant van het boek waarin de bladen werden ontdekt.

Nicholas Pickwoad, een vooraanstaande Britse kenner van boekbanden, kreeg het 16e-eeuwse boek onder ogen tijdens een workshop aan de Universiteit van Amsterdam. Hij vermoedde dat het hergebruikte perkament waarvan de band gemaakt is, afkomstig was uit een zeer oud manuscript.

Dat vermoeden werd bevestigd door de Britse historica Rosamond McKitterick, gespecialiseerd in manuscripten uit de Karolingische periode. Volgens haar is het manuscript gemaakt rond 860, mogelijk in Compiègne in Frankrijk. De bladen maakten ooit deel uit van een lectionarium, een liturgisch manuscript, uit het persoonlijke bezit van keizer Karel de Kale (beeld in tekst).

Volgens de Universiteit van Amsterdam zijn er maar weinig manuscripten uit die tijd bewaard gebleven en maakt dit de ontdekking zeer bijzonder.

In het manuscript stonden vooral katholieke gebeden en ceremonieën beschreven. Na de reformatie werden veel van dit soort geschriften versneden en hergebruikt in andere boeken. Ironisch genoeg werden de ontdekte bladen gebruikt om het werk van Johannes Calvijn (1509-1564), de grondlegger van het calvinisme, in te binden.

Na de ontdekking door de twee Britten werd de boekband met röntgenfotografie en geavanceerde scantechnieken geanalyseerd door Hendrik Hameeuw van de KU Leuven, medewerkers van de opleiding Conservering en restauratie van de UvA en radiologen van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam.