Boulevard of broken dreams - Marc Leemans

Vanuit werkgevershoek kwam deze week de jammerklacht dat het sociaal overleg op sterven na dood was. Ik hoop dat het meer was dan een (overigens verkeerde) vaststelling. Of meer dan een smoesje om voor een aantal cruciale dossiers het platte gelobby te verkiezen boven de constructieve dialoog.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Ik hoop dat het vooral bedoeld was als uitnodiging om verder te gaan dan de deelakkoorden die we als sociale partners vóór Pasen hebben bereikt rond een aantal bijzonder moeilijke dossiers.

Kaaimanbril

Niet dat het mini-akkoorden waren, zoals al te denigrerend werd voorgehouden. De loondiscriminatie van meerderjarige werkende jongeren (de zogenaamde jeugdlonen) fasegewijs maar volledig wegwerken tegen 1 januari 2015, voor 37.000 jongeren in totaal, ik zou dat niet mini durven te noemen. Terugblikkend op de moeilijkheden om tot dergelijk akkoord te komen, had ik ook niet de indruk dat de werkgevers dat mini mini vonden.

En dat samen met de welvaartsvastheid van de vervangingsinkomens en de bijstandsuitkeringen. Samen met een werkbaar alternatief voor de drastische besparing in de tijdelijke werkloosheid. Samen met de verhoging van de sociale en fiscale werkbonus voor de werknemers met laag tot middellaag inkomen. Dat is samen goed voor haast 400 miljoen aan koopkrachtverbeteringen voor de lage tot middellage inkomens, boven index. Onbeduidend? Ja, vanuit de Kaaiman- of Maagdeneilanden bekeken misschien.

Mag het iets meer zijn?

Maar mag het iets meer zijn? Ja, volmondig ja.
We blijven vragende partij voor een constructief overleg over arbeider-bedienden (zie ook de bijdrage die ik hier al eerder publiceerde.), al is het nu wel aan de regering om uit haar pijp te komen.

We hebben immers geopteerd voor een tripartiete formatie. De regering heeft daar een tijdje de nekspieren kunnen oefenen door aandachtig het pingpong tussen werkgevers en werknemers te aanschouwen. Maar dat kon ook niet blijven duren. Nu is zij aan zet. En dan liefst niet om voort te borduren op de waanzinnige idee om het onderscheid arbeiders-bedienden nog enige tijd te rekken door de Grondwet tijdelijk aan te passen (iets in de zin van: “Alle Belgen zijn gelijk voor de wet, behalve nog een tijdje de arbeiders?). Maar om eindelijk ook de nek uit te steken, conform de expliciete opdracht van het Grondwettelijk Hof tot “voltooiing van de harmonisering van de statuten”.

Maar daarnaast hebben we ook een andere karwei af te maken: de relance en de competitiviteit, ten bate van de werkgelegenheid. Hadden we niet afgesproken dat we dit onder sociale partners zelf zouden heropnemen? Dat werk blijft aan de winkel. Niet in het minst ook omwille van de nieuwe golf van herstructureringen enerzijds en de stijging van de jeugdwerkloosheid anderzijds.

Gebroken dromen

Laat me toe het even over het laatste hebben. Om twee redenen. Enerzijds omwille van de nieuwe alarmsignalen. De jeugdwerkloosheid zit opnieuw serieus in de lift: in Vlaanderen een stijging met maar eventjes 13,5% op één jaar. Bovenop de serieuze dreun die de jongeren al bij de eerste dip, bij het uitbreken van de financiële crisis, kregen te verwerken. Die slachtoffers zijn vandaag trouwens deels in de langdurige werkloosheid terecht gekomen. Noteer de alarmkreet van de VDAB in een recent rapport over de jeugdwerkloosheid: “de quasi onafgebroken groei van de zeer langdurige jeugdwerkloosheid stuurt de waarschuwing uit dat een groep minder kansrijke werkzoekenden permanent dreigt te verzeilen in de werkloosheid.”

Maar anderzijds stel ik vast dat alom de bezorgdheid en beleidsaandacht voor die jeugdwerkloosheid groeit. Vlaamse en federale regering legden er nadruk op tijdens de respectieve begrotingscontroles. Vanuit de Vlaamse en federale oppositie was er dan weer het tandemplan van Groen en Ecolo, dat naar het voorbeeld van de Franstalige non-profit wil bevorderen dat ouderen deeltijds gaan/blijven werken, waardoor er plaats komt voor werkloze jongeren. Waarbij je de oudere werknemers inzet als mentor van jongeren.

De eerste reacties van werkgeverszijde op dat tandemplan waren behoorlijk bot. Van het soort dat we gewend zijn wanneer we doorheen de monocultuur over het langere werken van ouderen enige aandacht voor jongeren durven vragen. Dan krijg je steevast om de oren geslingerd dat wij die arbeidsmarkt te veel bekijken als communicerende vaten, waarbij wat je meer doet voor ouderen noodzakelijk ten koste gaat van jongeren. Dat een hoge werkgelegenheidsgraad voor ouderen perfect samen gaat met een hoge werkloosheidsgraad voor jongeren. En als men echt indruk wil maken, dan schermt men met de "lump of labour fallacy". Staat chique, niet.

Karikatuurkritiek

Het is wat eigen aan de debatcultuur tegenwoordig om eerst een karikatuur te maken van andermans standpunt, om vervolgens een kritiek van de karikatuur te maken. Ons heb je nooit horen beweren dat die arbeidsmarkt werkt als een stoelendans, waarbij elke stoel die wordt bezet door een oudere een plaats minder betekent voor een jongere. Maar met de slabakkende arbeidsmarkt en de gebroken dromen van almaar meer jongeren, is het goed ook tot het besef te komen dat het niet misstaat vandaag iets minder blind te geloven in de heilzame effecten van het langere werken van ouderen op jongeren.

Wat dat betreft zitten we trouwens in goed gezelschap. Een van de belangrijkste Vlaamse stoottroepen voor het langere werken, het Steunpunt WSE (Steunpunt Werk en Sociale Economie) , is het inmiddels zelf gaan erkennen. “In het licht van de huidige conjunctuurverzwakking moeten we er bovendien rekening mee houden dat de hervormingen tijdelijk een negatief effect kunnen hebben op de tewerkstelling binnen de jongere leeftijdsgroepen”, gaven ze toe in een recente arbeidsmarktflits. Laat ons dat probleem dus niet onder de mat vegen.

Eén op de vijf werkloos

Uiteraard blijft de werkzaamheidsgraad van ouderen te laag. En uiteraard moet die verder omhoog. Maar laat ons eerst en vooral niet doen alsof niks is gebeurd. Sinds 2000 kenden we een spectaculaire groei van het aantal werkende 50-plussers. Sinds 2000 zijn er in de leeftijdsgroep 50 tot 64 jaar maar eventjes 458.000 mensen extra aan het werk gegaan, dat is gemiddeld 38.000 meer per jaar. En die groei is onafgebroken blijven aanhouden doorheen de financiële crisis. Vorig jaar nog met 3%, stelde de FOD Economie laatst vast.

Dit valt echter samen met de vaststelling dat de jeugdwerkloosheid inmiddels de 20% benadert. Meteen rijst dan de vraag wat aan dit probleem moet gebeuren. Iedereen heeft wel zijn eigen accenten en stokpaardjes. De toestand van de jeugdwerkloosheid is echter zo dramatisch dat we ons niet kunnen permitteren om ons in één piste vast te rijden. Een mirakeloplossing is er niet. We zullen het hele blik moeten opentrekken van zowel maatregelen naar de vraagkant (naar bedrijven), als naar de aanbodkant (naar jongeren en werklozen). Ik geef echter graag vijf elementen mee, in de hoop dat we minstens hierover het sociaal overleg kunnen voeden.

Vijf voorstellen

Eén, jongeren zullen eerst en meest de vruchten plukken van een globaal herstel van de werkgelegenheid. En dat vergt onder meer dat de loonlasten naar beneden gaan, zoals vanuit het VBO deze week opnieuw werd aangegeven. Maar dat het VBO dan eindelijk ook eens zijn taboes laat vallen rond de tax shift, alias alternatieve financiering van de sociale zekerheid. Ik meende dat het VBO daar vorige zondag een opening voor maakte in de Zevende Dag, maar in een opiniebijdrage op deze website werd ze snel en vakkundig weer dichtgemetseld.

Twee, ik ben blij met de herontdekking door het VBO van het alternerend leren. Met de nieuwe collectieve verplichting voor de privésector om leerwerkplaatsen te creëren ten belope van 1% van het totale personeelsbestand is een mooi kader gecreëerd om daar invulling aan te geven. Dat is uiteraard vooral werk voor Gewesten en Gemeenschappen, maar federaal moeten we nog altijd een volwaardig sokkelstatuut creëren, zoals het in het regeerakkoord staat. En met de RVA ook bekijken hoe we dit ook kunnen benutten voor jonge werklozen die niet meer op de schoolbanken zitten.

Drie, laat ons in alle openheid bekijken hoe we jong en oud kunnen matchen. De bovenvermelde tandemformule is inspirerend. Maar er zijn er andere. De Deense format van jobrotatie bv. (oudere werknemers volgen langere tijd opleiding en jongeren nemen hun plaats in om zo werkervaring op te doen).

Vier, laat ons zeker ook inhoud geven aan de brandnieuwe Europese aanbeveling over de youth guarantee: het recht voor elke werkloze jongere op een werkervaring of opleiding. Brussel en Henegouwen krijgen, met hun jeugdwerkloosheid boven de 25%, in de Europese ontwerpbegroting uitzicht op extra middelen om daar werk van te maken. Maar het zou een globaal project voor België moeten worden. En niet enkel voor de kortdurig werkloze jongeren, zoals Europa voorhoudt. Maar net zo goed voor de langdurig werkloze schoolverlaters. Die dreigen vanaf 1 januari 2015 hun inschakelingsuitkering te verliezen, ingevolge de beperking tot drie jaar van het recht op een inschakelingsuitkering, door deze regering vorig jaar nog beslist.

Laat ons dus tegen eind 2014 klaar staan met een hermetische benadering, dat elke jongeren die zonder uitkering dreigt te vallen, het uitzicht krijgt op een volwaardige werk- of opleidingsaanbod, dat hem of haar vrijwaart van uitsluiting. Want het is insluiten dat we moeten doen.

Werkwoord

Oh ja, en dan is er nog een vijfde kwestie: de strijd tegen de discriminaties en voor diversiteit. Waren we door de regering niet uitgenodigd om in de Nationale Arbeidsraad te bekijken wat kon gebeuren? Met de anonimisering van de cv’s als een van de opties. Je kunt niet omheen het schrijnende probleem van discriminatie van allochtonen (of mensen met migratieachtergrond, zo je wil). Zoals we als sociale partners ook een rol hebben te spelen in de re-integratie van personen met verminderde arbeidsgeschiktheid. Ook daarover is het overleg lopende in de Nationale Arbeidsraad.

Zoals het VBO deze week in een opiniebijdrage op deze site aangaf: sociaal overleg is een werkwoord. Blijf er in geloven. Maar blijf er ook naar werken.

(De auteur is voorzitter van het ACV.)
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.