Alamire fonds Leuven digitaliseert Vaticaanse manuscripten

Het mobiele digitale laboratorium van de Alamire foundation is gespecialiseerd in het fotograferen en bestuderen van oude muziekdocumenten. Daarom krijgen de Leuvenaars de opdracht van het Vaticaan het immense patrimonium ter hand te nemen.

Directeur Bart Demuyt van de Alamire Foundation uit Leuven laat met trots een enorm koorboek uit de zestiende eeuw zien. Hij zit geknield bij het boekwerk, dat ongeveer een meter lang is en uit de Vaticaanse Sixtijnse kapel komt.

Af en toe bladert hij heel voorzichtig een grote bladzijde om, waarna zijn medewerkster Lynda Sayce, via de computer signaal geeft aan de camera, die er boven hangt, om een foto te nemen. Zo werkte een team van wetenschappers de afgelopen maanden aan het digitaliseren van de ruim tienduizend bladzijden muziekmanuscripten.

Het mobiele digitale laboratorium van de Alamire Foundation is gespecialiseerd in het fotograferen en bestuderen van oude muziekdocumenten. Daarom kregen de Leuvenaars de opdracht van het Vaticaan het immense patrimonium ter hand te nemen.

“Eigenlijk hadden we enkel om de vijf koorboeken van Alamire gevraagd, maar uiteindelijk mochten we vijftig boeken digitaliseren: alles waar maar Vlaamse polyfonie in stond”, zegt Demuyt trots. “Hiermee hebben we een belangrijke stap gezet in het volmaken van onze collectie.”

Sommige boeken, zoals de Chigi Codex, waarin veel werk van de 15e eeuwse Johannes Ockeghem staat, zijn rijk versierd met prachtige miniaturen. Vaak ook met grappige, Bosch-achtige figuurtjes in de kantlijn. De handgeschreven muziekwerken uit de Vaticaanse bibliotheek werden gebruikt in de Sixtijnse kapel en de Giulia kapel van de Sint-Pietersbasiliek en uit de Basiliek Santa Maria Maggiore in Rome.

Alamire

De van oorsprong Duitse Petrus van den Hove (of Imhoff) noemde zich Alamire, een pseudoniem. De “A” verwijst naar de toonhoogte en de lettergrepen “la”, “mi” en “re” naar enkele noten uit de toonladder. Hij vestigde zich in Mechelen en was een van de belangrijkste muziekkalligrafen uit de zestiende eeuw.

Dankzij zijn atelier, waar kopiisten, verluchters en miniaturisten werkten, werd de befaamde polyfonie uit onze streken over de rest van Europa verspreid.

Hij schreef composities uit van de bekendste componisten uit die tijd: Josquin Desprez, Johannes Ockeghem, Adriaan Willaert, Pierre Moulu, Heinrich Isaac en Pierre de la Rue. Die laatste was de favoriete componist van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, die in Mechelen haar eigen hofkapel had.

Alamire maakte speciaal voor haar hof prachtige koorboeken. Uiteraard met veel composities van Pierre de la Rue, bekend om zijn melancholische chansons, waaronder het Vlaamse “Mijn hert altijt heeft verlanghen.”

"Digitalisering maakt research makkelijker"

“Bij de manuscripten van Alamire zie je dat de belangrijkste composities uit die tijd gebundeld werden en bovendien op een fantastisch, kunstzinnige manier worden geïllumineerd. Topvakmanschap”, zegt Demuyt.

“Het bijzondere is dat veel muziek uit die tijd, ook van de grote namen, nog steeds onbekend is. De digitalisering maakt research makkelijker. Wie weet ontdekken we dan dat niet Josquin DesPrez, maar bijvoorbeeld Johannes Regis of Pierre de la Rue de “Bach van de polyfonie” blijkt te zijn.”

De topmanuscripten, die prachtig versierd zijn met kunstzinnige miniaturen en rijke initialen, dateren van eind veertiende eeuw tot het begin van de zeventiende eeuw. Vanaf begin zestiende eeuw werden ook gedrukte muziekboeken uitgegeven.

Eerst door Petrucci in Venetië, daarna ook in ons land door Phalèse in Leuven en in Antwerpen door drukkers als Susato en Plantijn. Plantijn, die eind zestiende eeuw de officiële drukker van de Spaanse koning Philips II werd, gaf ook prachtige polyfonische werken uit.

Toch bleven kopiisten actief. Ieder hof wenste zijn eigen manuscripten te behouden, die soms (zoals in het geval van werken die Orlandus Lassus voor het Beierse Hof componeerde) nooit verder werden verspreid.

Ook was het formaat van de gedrukte werken vaak niet groot genoeg om hele koorpartijen duidelijk in op te nemen, zodat handgeschreven werken nodig bleven. Uiteraard hadden de unieke, luxe manuscripten ook een representatieve waarde, waardoor ze zeer geschikt waren als prestigieus cadeau.

Vlaamse polyfonisten domineerden muzikale toneel

Dankzij het atelier van Alamire werden de Vlaamse polyfonisten in heel Europa bekend en verspreid, en domineerden ze twee eeuwen lang het muzikale toneel aan de hoven van pausen, keizers en koningen.

De bijzondere manuscripten zullen dankzij de digitalisering in de toekomst ook wereldwijd toegankelijk worden voor het geïnteresseerde publiek, dat ze via de Integrated Database for Early Music (IDEM) gratis kan raadplegen.

Het project werd mogelijk gemaakt dankzij steun van de Hercules-stichting van de Universiteit in Leuven en de Vlaams ministerie van Cultuur, Joke Schauvliege, die dit een illustratie noemde van hoe door innovatie een uniek erfgoed in de internationale etalage kan worden gelegd.