In 15e eeuw verdreven Joden opnieuw Portugees

Portugal verleent de nationaliteit aan de afstammelingen van de sinds de 15e eeuw verdreven Joden. Ook buurland Spanje overweegt een gelijkaardige maatregel.
AP2013

In 1989 had toenmalig premier Mario Soares al vergiffenis gevraagd voor het leed dat de Joden in Portugal is aangedaan. Nu heeft het parlement in Lissabon unaniem een wetsvoorstel goedgekeurd die de nationaliteit verleent aan alle afstammelingen van Joden die ooit uit het land verdreven werden.

Daarmee draait Portugal een decreet terug uit 1497 waarmee koning Manuel I de Joden in het land dwong om zich te bekeren tot het katholicisme of te vertrekken, vaak met achterlating van de meeste van hun goederen. Vele "bekeerde" Joden werden de volgende eeuw bloedig vervolgd door de Inquisitie die -vaak terecht- vermoedde dat de bekering slechts openlijk was.

Daardoor is het aantal Joden in Portugal vandaag teruggevallen tot onder de 2.500. Een aantal van hen zijn dan nog inwijkelingen die tijdens de nazi-bezetting in de Tweede Wereldoorlog een onderkomen hebben gevonden in Portugal.

Ook de regering van Spanje zou overwegen om een gelijkaardige wet goed te laten keuren door het parlement. In Spanje werden in 1492 de Joden gedwongen om zich te bekeren of te vertrekken.

AP2013

Portugal verdreef Joden en kooplieden

De Joden woonden al voor de Romeinse periode in Portugal en kenden vooral voorspoed onder de moslimheersers. Na de Reconquista bleven ze lange tijd invloedrijk in het christelijke Portugal.

In 1497 dwong koning Manuel I hen evenwel om zich te bekeren of te vertrekken. Door de welvaart van de koloniale veroveringen dacht Manuel de Joden niet langer nodig te hebben.

Toch verloor Portugal veel door hun verdrijving, want veel van die Joden waren actief geweest als kooplieden en diplomaten. Het was ook vrij dom, want het kleine Portugal had te weinig mensen om zijn koloniaal rijk te kunnen controleren. Onder de afstammelingen van de verdreven Portugese Joden waren onder meer de Nederlandse filosoof Baruch Spinoza en de Engelse econoom David Ricardo (1772-1823), de grondlegger van de wet van het comparatieve voordeel.