Oude wijn in nieuwe vaten - Walter Van Steenbrugge

Een aantal parlementsleden haalde de afgelopen week het nieuws door het recent neergelegde wetsvoorstel te ondersteunen dat fiscale adviseurs strafrechtelijke aansprakelijkheid oplegt indien zij hun cliënten helpen bij het opzetten van constructies die berusten op een schending van de fiscale regelgeving. Forse gevangenisstraffen, flinke boetes en een beroepsverbod voor hen die fraudeurs technisch assisteren bij fiscaal bedrog.

De basisgedachte mag dan nog juist, nobel en zelfs rechtvaardig zijn, de opmerking of we hier geen oude wijn in nieuwe vaten gieten is al even terecht.

Bij alle fiscale misdrijven is immers de leer van de strafbare deelneming toepasselijk. Dit wil zeggen dat medewerkers aan fiscale fraude steeds binnen het toepassingsgebied van de fiscale strafwet vallen. Hetzij in hun hoedanigheid van mededader, dit wil zeggen wanneer zij noodzakelijke hulp hebben verleend aan de hoofddader, hetzij in hun hoedanigheid van medeplichtige, in het geval zij nuttige hulp hebben verstrekt.

Deze deelnemingsvormen worden in het Strafwetboek gedefinieerd en dekken een heel ruime lading en zijn dus zeker toepasbaar op mensen die op een of andere wijze advies of hulp hebben gegeven aan fraudeurs.

Vervolging

De leer van de strafbare deelneming is zo oud als ons strafwetboek zelf en dit is zo’n slordige 146 jaar. De leer van de strafbare deelneming is met andere woorden nogal basic en bovendien wordt iedereen geacht de wet te kennen.

Men eist van de burger dat hij zijn wetten kent, dan mag men voorwaar ook van de wetgever zelf hetzelfde verwachten. Als de indieners van het voorstel vinden dat de meesjoemelende adviseurs in de praktijk vaak ongestraft blijven, dan is dit natuurlijk een zaak van de vervolgende overheid, het Openbaar Ministerie, de uitvoerende macht of de rechters, deel uitmakende van de rechterlijke macht. Daarom behoeft een bestaande wet niet nog eens een identiek nieuw kleedje te worden aangetrokken.

Overigens dient gezegd dat het bestaande Belgische wettenarsenaal inzake bestrijding van de fiscale fraude qua omvang model kan staan in Europa. Er is de heel ruime wetgeving rond het misdrijf witwas, er is de wet van 10 februari 1981 die het geheel van de strafrechtelijke repressie inzake fiscale onregelmatigheden aanzienlijk uitbreidde en er is de wet van 19 december 2002 die de mogelijkheden vergrootte om inbeslagnames en verbeurdverklaringen in strafzaken (en ook in fiscaal strafrechtelijke zaken) te realiseren.

Verdubbelen

De middelen zijn bijgevolg voorhanden. Ze performant en doelmatig aanwenden is dan weer een andere kwestie. In ieder geval dient de wetgever te beseffen dat twee wetten maken die een identiek doel beogen enkel voor verwarring en interpretatieproblemen kan zorgen en op de duur nog een averechts effect kan ressorteren.

Als men de dingen dubbel legifereert, mag het geen verwondering wekken dat diezelfde overheid deze week een website heeft gelanceerd om overbodige wetten te signaleren. Eerst dubbelen om dan te ontdubbelen.

De wetgevende kamers hebben duidelijk nood aan meer expertise, aan mensen die transparante, eenvoudige en duidelijke wetten maken. Alles begint in de rechtsstaat immers bij de wet. Of om het met de woorden van Goethe te zeggen: “In der Beschränkung zeigt sich der Meister und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben”.

(De auteur is strafpleiter)
 

lees ook