Longvis nauwer met ons verwant dan "levende fossiel"

De longvis is nauwer met ons verwant dan het "levende fossiel", de coelacant (foto). Dat blijkt uit een onderzoek dat in het wetenschappelijke tijdschrift Nature is verschenen. De vorsers hebben daarvoor het DNA van zowel de coelacant als de longvis vergeleken met dat van landdieren.

De coelacant is een vissoort waarvan tot eind jaren 30 werd aangenomen dat het dier al 70 miljoen jaar was uitgestorven. De vis wordt daarom een "levende fossiel" genoemd. De wetenschappers hebben ontdekt dat het dier slechts zeer traag evolueert. Wellicht is dat ook niet nodig, omdat het in een relatief stabiele omgeving leeft.

Het "levende fossiel" heeft vier grote vleesachtige vinnen. Verschillende wetenschappers denken dat die vinnen de voorouders van ledematen zijn. Veel vorsers nemen dan ook aan dat het dier erg nauw verwant is met de eerste zeedieren die uit de zee zijn gekomen en op het land zijn gaan leven. De dieren waaruit na vele miljoenen jaren evolutie ook de zoogdieren en uiteindelijk de mens ontstaan is.

De nieuwe studie, die in het tijdschrift Nature is verschenen, suggereert echter dat een andere nog voorkomende vissoort nog nauwer verwant is met die eerste landdieren. Het zou gaan om de longvissen (kleine foto). Dat zijn vissen met een langgerekt lichaam, vier ledematen en een staartvin.

De wetenschappers hebben het genoom van beide vissen ontcijferd en vergeleken met die van bestaande landdieren zoals zoogdieren, vogels en hagedissen. Daaruit is gebleken dat de longvis nauwer met ons verwant is, dan de coelacant. Toch is de longvis wellicht niet de missing link tussen de zee en het land, daarvoor was het onderzoek niet uitgebreid genoeg.

De evolutie volgens het onderzoek: