Vive la Brabançonne! - VDC

'Wilt u een keer langs het paleis passeren, meneer Van Dievel, ik heb zorgen,' had de koning, op aarzelende toon, gevraagd via de rechtstreekse lijn die Laken verbindt met mijn modeste villa in Kalmthout. 'En brengt uw sympathieke hond mee als dat zou kunnen.'

Omdat des konings wil - voor ons althans - wet is, lieten Brabançonne en ik vallen waarmee we bezig waren (in het geval van mijn vriend en trouwe dobermann ging het om het schrijven van de doctoraatsthesis van Patrick Janssens, ikzelve was bezig met het tegen elkaar opzetten van de liberalen over het spaargeld van dikke spaarders bij twijfelachtige banken), en reden wij ter hoogte van Willebroek op de A12 zelfs de koninklijke motards uit het wiel die het staatshoofd ons ter escorte had toegestuurd.

Gelijk een pekinees

Een wijle later wandelden wij onder een Belgische lentezon langs de lanen van het koninklijke park. Albert II gooide met stokken waar Brabançonne om hem plezier te doen achteraan liep en voor zijn koninklijke voeten deponeerde. Toen de vorst even niet keek spuwde mijn dobermann met een vieze snuit wat boombast en aarde en gras uit.

'Ik had u van de week goed liggen hé, enfin, uw vakgenoten toch.'
Inderdaad was er op de redacties van de landelijke media dinsdag paniek uitgebroken toen "een ernstig te nemen gerucht" (het kind moest een naam hebben) de ronde deed als zou zijne majesteit Albert II troonsafstand doen.

'De hele dag, meneer Van Dievel, loopt die onuitstaanbare Piepermans de Spirou - u weet wel, een van mijn vijf chefs de cabinet - voor mijn voeten, gelijk de pekinees van mijn madame achter zijn bazin. Een keer diep zuchten, meer moet ik niet doen, of hij loopt naar de telefoon in de gang om aan alle hoofdredacteurs te melden dat het zover is, dat ik van de week zeker zal abdiceren. Dat het mij te zwaar wordt, dat ik dodelijk vermoeid ben, en patati en patata. Ik dacht: ik zal hem eens liggen hebben. Kost dat veel, Piepermans, vroeg ik, om iets op de VTM te mogen zeggen in de publiciteit voor het nieuws? Want daar kijken naar 't schijnt meer mensen naar dan naar het nieuws zelf. Zoef, en weg was hij hé, naar de telefoon op de gang.'

Het nummer van de Pensioentoren

'Maar gaat u het doen, sire, ik bedoel troonsafstand doen?'
'Ik peins van wel. Ik zou nu toch echt eens van mijn pensioen willen genieten. Hebt u misschien het nummer van de Pensioentoren? Ik zou willen weten hoeveel ik ga trekken. Maar geen woord tegen Piepermans hé, hij moet de laatste zijn die het te weten komt.'
'En wie gaat u dan opvolgen, sire, als ik zo indiscreet mag zijn om die evidente vraag te stellen.

Ik had andermaal een vermoeid lachje verwacht en de retorische vraag " Heb ik veel keus, meneer Van Dievel?", maar in stede lachte de vorst eens guitig en trapte buitenkant voet tegen een dennenappel die met een sierlijke boog terecht kwam op het hoofd van van Ypersele de Spirou die ons heimelijk was gevolgd.

Een surprise in de maak

'Ik heb een surprise in de maak, meneer Van Dievel'
Allerlei niet voor de hand liggende troonopvolgers schoten mij door het hoofd: Rik Torfs (is de gelijkenis u nog nooit opgevallen?) , Delphine Boël, Doña Fabiola, de kleine Elisabeth met Elio Di Rupo als voogd, prins Laurent. Nee, dat kon toch echt niet.
'U weet dat wij altijd goed overeen zijn gekomen met Beatrix van Olland.'
Ik knikte wat onzeker.
'Wij komen naar malkanders trouwfeesten en doopfeesten enzo, dat weet u toch?'
Ik begreep niet waar de koning naartoe wilde.
'Allez, meneer Van Dievel, anders zijt u zo rap van begrip!'
Het staatshoofd sloeg zich van pure pret op de dijen.
'En iedere keer als wij daar op bezoek gaan of wanneer zij op visite bij ons komen, denk ik: had ik maar een zeun gelijk de Willem Alexander en een schoondochter gelijk Maximake.'
Met een schok realiseerde ik mij waar de vorst heen wilde.
'Het is niet waar!?' flapte ik eruit.

'Ik heb er de constitutie op nagelezen, meneer Van Dievel, er is niets dat mij let om het Koninkrijk België op te doeken en het Koninkrijk der Nederlanden in ere te herstellen. En Piepermans weet van niets, hahahahaha!'

De koninklijke lach schalde door het koninklijke park. Achter iedere boom verscheen het hoofd van een hoofdredacteur van een landelijk medium.

En de Walen dan?

'Maar majesteit,' stotterde ik, 'de Walen en de Brusselaars zullen nooit akkoord gaan met het opdoeken van België!'
'En dan,' antwoordde de vorst onverveerd,' ik doe toch mijn goesting.'
'Ze zullen in opstand komen, sire, er zal bloed vloeien.'
'De soep, meneer Van Dievel, wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgeschept. Het ergste wat er kan gebeuren is dat de Brusselse bourgeoisie op straat komt onder het zingen van de Brabançonne.'
'In 1830 is daar oorlog van gekomen, majesteit!'
'Denkt u dat de mensen nog zo dom zijn als toen, meneer Van Dievel?'

lees ook