Robbedoes, een stripheld met vele vaders

Als u de vraag zou worden gesteld wie de eerste tekenaar van Robbedoes was en wie de laatste, zal u misschien het antwoord schuldig moeten blijven. De modale striplezer heeft allicht alleen de naam van (wijlen) André Franquin in gedachten, ook al was hij pas de derde tekenaar en gaf hij de reeks in 1968 al uit handen. Maar het was Franquin die de mooiste en grappigste verhalen bedacht én tekende, en die de strip tot een van de klassiekers van het Europese stripverhaal maakte. Na hem ging het - helaas - meer bergaf dan bergop met Robbedoes.

Over de precieze datum van de schepping van Robbedoes lopen de meningen en de schattingen uiteen. Maar het was in ieder geval rond deze tijd in de maand april van 1938 toen tekenaar RobVel (Robert Velter, een Fransman) de opdracht kreeg en uitvoerde om een stripfiguur te bedenken die het gezicht kon zijn van het stripweekblad dat de Waalse uitgever Jean Dupuis (later ook uitgever van onder meer Humo) op de markt wilde brengen. Het werd Spirou, Frans voor wildebras, wat jaren later helemaal niet kwaad als Robbedoes werd vertaald (de stripvertalingen zijn bij uitgeverij Dupuis altijd zeer keurig en inventief gebleven).

De roodharige Spirou was van beroep piccolo in een hotel, Hotel Moustic (een verwijzing naar het weekblad Télémoustique, dat nog altijd bestaat) en droeg jarenlang ook het rode uniform van de piccolo, een helaas bijna uitgestorven beroep. In 1943 deed Robert Velter afstand van zijn personage en kwam het auteursrecht in handen van de uitgever. Een goudmijn voor Dupuis, zo zou blijken. De volgende tekenaar was Jijé, in Vlaanderen misschien eerder bekend van zijn westernreeks Jerry Spring. Jijé introduceert Kwabbernoot bij Robbedoes, maar de tekenstijl blijft primitief en de verhalen lijken vaak onaf.

De gouden jaren van Robbedoes

In 1947 neemt André Franquin de stripreeks over en zet die helemaal naar zijn hand. Robbedoes en Kwabbernoot worden een ijzersterk journalistiek duo, zij het zonder deadline. Franquin voert nieuwe en bepalende nevenfiguren ten tonele: de Graaf van Rommelgem (geen stripreeks zonder verwarde professor!), het geniale dier Marsupilami, IJzerlijm, Wiebeling en de schurk Zwendel. De avonturen die Franquin in die goede twintig jaar bedenkt en tekent, zijn van het beste wat er in stripland is verschenen.

Mijn eeuwige favoriet is en blijft "QRN op Bretzelburg" (het op twee na laatste Robbedoes-avontuur van zijn hand), een hilarische pastiche op de voormalige Duitse Democratische Republiek.

Eigenlijk wil Franquin de reeks beëindigen met de dood van de hoofdfiguren, maar dat stuit op het veto van uitgever Dupuis. En dus eindigt de Robbedoes van Franquin eigenlijk met "Hommeles in Rommelgem", waarin alle personages - bij wijze van compromis - worden verlamd door de Z-straal van Zwendel. Het laatste album dat (in 1974) verschijnt met André Franquin als tekenaar, "Tembo Teboe", is eigenlijk al een buitenbeentje, is geen vintage Robbedoes meer.

In 1968 heeft Franquin het gehad met Robbedoes. Hij wil meer tijd voor zijn eigen knotsgekke reeks Guust Flater, over het kantoorleven bij weekblad Robbedoes (en waarin aanvankelijk ook Robbedoes maar vooral Kwabbernoot figureren). De man verzinkt later in een langdurige en diepe depressie, waarover hij zelf vertelde in zijn reeks Zwartkijken. Hij brak na een leven lang voor Dupuis te hebben gewerkt met de uitgeverij en sloot voor zijn eigen creatie - de Marsupilami - een akkoord met Marsu Productions.

Een stripheld met vele vaders

Maar Dupuis had dus wel de reeks Robbedoes in eigendom en besteedde de strip uit aan Fournier. Die had duidelijk last met de zware erfenis die hem te beurt viel. Fournier tekent 9 albums waarvan misschien alleen "Klontjes voor Doebie" de onverbiddelijke tand des tijds heeft doorstaan. Maar het beterde niet toen Fournier werd opgevolgd door Broca en scenarist Cauvin (ook van De Blauwbloezen) en Robbedoes eerder een soort kinderstrip en niet langer een tienerstrip werd.

Opnieuw kwam er een nieuw duo op de proppen: Tome en Janry die Robbedoes niet alleen drastisch "restyleden" en moderniseerden, maar ook tekenden voor meerdere puike verhalen ("Avontuur in Australië", "De terugkeer van Z", "Robbedoes in Moskou", "Robbedoes in New York",...). Ook Tome en Janry stoppen met Robbedoes en leggen zich toe op de commercieel interessantere spin-off De Kleine Robbe.

"Van hand tot hand"

Morvan en Manuera is het volgende duo dat zich aan Robbedoes een buil mag vallen. De namen zeggen u allicht niets. Even komt Yann - een iets bekendere naam in Vlaanderen - een handje toesteken, maar ook hij verdwijnt. De laatste auteurs van Robbedoes heten Yoann en Vehlman en zo weet u meteen evenveel als ik.

In totaal hebben er tot nog toe 22 (tweeëntwintig!) voor korte of langere tijd aan Robbedoes meegewerkt. Of dat de kwaliteit van de ooit zo rijke en originele reeks ten goede is gekomen, durf ik ten zeerste te betwijfelen.

Het Belgische Stripcentrum in de Brusselse Zandstraat wijdt vanaf deze week een grote overzichtstentoonstelling aan de 75e verjaardag van Robbedoes. De titel luidt niet ontoepasselijk "Van hand tot hand" en toont duidelijk de vele gezichten die Robbedoes in zijn carrière heeft gehad.