De Reyerslaan 52: van schietbaan tot openbare omroep

In oktober viert de Belgische televisie haar 60e verjaardag. De radio is intussen een kloeke tachtiger. Wat kleinschalig begon als de NIR in het Flageygebouw is doorheen de jaren uitgegroeid tot een multimediale duizendpoot aan de Reyerslaan in Brussel. Maar wanneer en hoe is de openbare omroep daar terechtgekomen? Welke functie hadden de terreinen voorheen? En vooral: wat is het verhaal achter de iconische zendtoren met zijn "vliegende schotel"? Duik mee in de geschiedenis van de VRT.

Toen het Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep in 1930 boven de doopvont werd gehouden, moest de Belgische staat op zoek naar een geschikte locatie waar het nieuwe medium radio een plek kon krijgen. Van televisie was toen nog geen sprake. De keuze viel op een nieuw te bouwen complex aan het Eugène Flageyplein in Brussel. Het werd tussen 1935 en 1938 opgetrokken en stond al gauw geboekstaafd als het Flageygebouw.

Tot de komst van de televisie deed het gebouw prima dienst. Maar toen het nieuwe medium in 1953 zijn intrede maakte, bleek het al snel te klein. Een visionaire raad van bestuur had jaren eerder grond naast het Flageygebouw voor de televisie gereserveerd, maar dat bood geen afdoende oplossing. Daarom werd uitgekeken naar een nieuwe vestiging. Het oog van de NIR viel al snel op een groot terrein even verderop in Schaarbeek.

De Nationale Schietbaan

Is de Reyerslaan 52 vandaag een term die eenieder bekend in de oren klinkt, dan was dat begin jaren 1960 ook al het geval maar dan om heel andere redenen. In 1889 had de Belgische overheid een heuse Nationale Schietbaan neergepoot op het terrein dat toen van oudsher bekendstond als het plateau van Linthout. Het werd de oefenstal voor de burgerwacht, een paramilitaire groepering in 1830 opgericht als tegengewicht voor het Belgische leger. Vanuit een lang en smal gebouw schoten de leden op doelen die her en der op de achterliggende vlakte stonden opgesteld. Talrijke aarden heuvels werden opgeworpen om de kogels op te vangen.

Die heuvels zijn er nog steeds en lopen kriskras doorheen wat nu het bos achter de VRT-gebouwen is. Het was immers dit terrein dat werd uitgekozen als nieuwe thuisbasis voor radio en televisie. Dat stootte op hevig protest van Belgische patriottisten en oud-strijders. Tijdens de beide wereldoorlogen was de schietbaan immers door de Duitsers ingenomen die van de “faciliteiten” gebruikmaakten om terdoodveroordeelden te executeren. Talrijke verzetsstrijders werden er terechtgesteld. Ze werden terplekke begraven op een kerkhof dat nu nog steeds bestaat als het Perk voor Gefusilleerden. Het bevindt zich achter de VRT-gebouwen en is publiek toegankelijk.

"Une affaire très belge"

Hoewel velen van oordeel waren dat een voormalige executieplek niet geschikt was voor amusement, werd de Nationale Schietbaan in 1963 toch gesloopt om plaats te ruimen voor de nieuwe gebouwen van de openbare omroep. Die heette intussen de BRT nadat de NIR in 1960 in een Nederlandstalige en Franstalige vleugel was opgesplitst.

Zaak was een juiste stijl en vooral een juiste architect te vinden om de plannen te ontwerpen. Voormalig directeur-generaal van de RTBF Robert Wangermée herinnert zich die zoektocht als “une affaire très belge”. De toenmalige raad van bestuur was netjes paritair verdeeld over de drie traditionele partijen en over beide taalgroepen. Resultaat van dit lappendeken was dat liefst 9 architecten werden aangesteld om iedereen tevreden te stellen. Voor de dagelijkse uitvoering werd nog een 10e architect opgetrommeld, een Joegoslaaf. Mogelijk ligt hierin de verklaring voor de strenge en volgens sommigen zelfs stalinistische structuur en look van de huidige VRT- en RTBF-gebouwen.

De eerste steenlegging vond plaats in 1964. Toenmalig voorzitter van de raad van bestuur Julien Kuypers hield daarbij een opvallende toespraak. “Wie een technisch gebouw als een omroepcentrum opricht, mag de toekomst ervan slechts op enkele tientallen jaren schatten”, klonk het. “In een tijd van elektronica, ruimtesatellieten en automatie bouwt men geen radio-TV-huis als een piramide van Cheops voor de eeuwigheid.”

Jaar na jaar werden nieuwe vleugels bijgebouwd. In 1968 verhuisden de televisiestudio’s van het Flageyplein naar de Reyerslaan. Later volgden de andere diensten. Tegen 1974 was de verhuis min of meer voltooid.

Opmerkelijk: niet alle gebouwen op de plannen zijn ook daadwerkelijk uitgevoerd. De oorspronkelijke maquette toont een futuristisch ogende schotelvormige structuur voor de hoofdingang. Van die constructie is nooit iets in huis gekomen. Op de plek van de huidige zendtoren was een hoge, balkvormige kantoortoren voorzien. Uiteindelijk werd het een rank en slank exemplaar van beton. Maar dat was nog niet voor meteen.

De toren

Hoewel de zendtoren vandaag het icoon van de VRT vormt, werd die pas jaren later gebouwd. Aanvankelijk werden beeld en geluid door gestraald via zenders op… het justitiepaleis in Brussel. Pas op het einde van de jaren 1970 kregen de plannen voor de toren vorm. Eerst zou die 120 meter hoog worden. Maar daar stak de Regie der Luchtwegen een stokje voor. Reden was de nabijheid van de luchthaven van Zaventem. In die tijd beleefden de jumbojets een grote opgang en die hadden een specifieke opstijgprocedure. Men wilde de vliegtuigen van en naar de nationale luchthaven ook zoveel mogelijk spreiden over het luchtruim boven Brussel. De toren moest daarom kleiner. Dit had echter tot gevolg dat de uitzendingen bepaalde delen van België niet konden bereiken. Daarom werd in Vloesberg een tussenstation gebouwd om ook het westen van het land te dekken.

Het ontwerp van de zendtoren was van de hand van de Naamse architect Roger Bastin. Net als de gebouwen eerder kwam ook de toren in verschillende fases tot stand. Eerst werd de lange, smalle schacht geplaatst. Vervolgens was de kenmerkende schotel aan de beurt. Die werd niet bovenop de toren gebouwd maar wel beneden op de grond, rondom de schacht. Met hydraulische kabels zou die later naar boven worden getrokken. Deze werkwijze viel goedkoper uit dan klassieke bouwmethodes.

Op maandag 19 mei 1980 was het zo ver. Aan een snelheid van 1,39 meter per uur werd de schotel van net geen 4 miljoen kilo centimeter na centimeter de hoogte in getrokken. Pas 5 dagen later, op vrijdag 23 mei 1980 om 11 uur, werd de top bereikt. Het was wereldwijd de eerste keer dat een dergelijk gewicht tot op een hoogte van 73 meter werd getrokken. Schacht en schotel samen maakten de constructie uiteindelijk 89 meter hoog. Sinds 2006 is de toren opgenomen in het lichtplan van Brussel. Elke avond vormt hij een lichtbaken hoog boven de stad.