"Hoe gaat men in de toekomst om met zulke transporten?"

Volgens de leden van de Kamercommissie Karin Temmerman (SP.A) en Stefaan Van Hecke (Groen) rijzen er belangrijke vragen in verband met de treinramp in Wetteren. De belangrijkste vraag lijkt te worden hoe men in de toekomst met dergelijke gevaarlijke transporten moet omgaan.

De treinramp in Wetteren krijgt ook een politiek staartje: morgen zullen minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH), minister van Overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille (PS) en staatssecretaris voor Mobiliteit Melchior Wathelet (CDH) in de Kamercommissie Spoorveiligheid op de rooster worden gelegd.

In Terzake zei commissielid Karin Temmerman dat er drie belangrijke vragen rijzen: hoe is het ongeluk kunnen gebeuren en hoe kan men vermijden dat het in de toekomst nog kan gebeuren; wat is er goed gelopen of fout bij de hulpverlening en met het rampenplan, en wat kan er verbeterd worden; en hoe gaat men in de toekomst om met dergelijke gevaarlijke transporten.

Snelheidbeperking

Van Hecke merkte daarbij op dat de trein te verkiezen is boven het vervoer over de weg en ook veel veiliger, maar hij zei wel dat de veiligheidscriteria dan zo hoog mogelijk moeten liggen. Van Hecke voegde eraan toe dat in Nederland er voor dergelijke transporten per trein een snelheidsbeperking bestaat tot 60 kilometer per uur. In België is dat niet het geval en men zou het kunnen overwegen, zeker in dichtbevolkte gebieden. Men zou ook moeten bekijken welke transporten er zijn en over welke trajecten ze lopen, en uitzoeken of ze niet over lijnen door minder dichtbevolkte gebieden zouden kunnen verlopen. Daar zou men ook rekening mee moeten houden bij de aanleg van nieuwe ontsluitingen, zoals die nu bijvoorbeeld gepland zijn in de Antwerpse haven.

Ook Temmerman zei dat men moet bekijken welke transporten er zijn en op welke manier die gebeuren. Er zijn immers ook andere manieren om gevaarlijke stoffen te vervoeren, zoals over het water of via pijpleidingen, wat in Nederland vaak gebeurd.

Wat het transport per trein betreft, zei Van Hecke dat de gemeenten en de hulpdiensten nu niet weten wat er op het spoor langskomt in hun gemeente. Temmerman merkte daarbij op dat het ruim bekendmaken van de gevaarlijke transporten die transporten ook kwetsbaar maakt. Maar de burgemeester, de politiecommissaris en de brandweercommandant zouden volgens haar wel best op de hoogte gebracht worden.

Van Hecke zei dat de communicatie ook niet ideaal is verlopen, en daarvoor moet men ook een analyse maken van de rampenplannen; Dat moet trouwens ook omdat de slachtoffers niet gevallen zijn bij het ongeval zelf maar daarna door de gassen. Ofwel is dat niet voorzien in het rampenplan, ofwel is het dat wel, en dan is het de vraag hoe het dan toch is kunnen gebeuren. 

Volgens Temmerman moet men vooral nagaan wat er goed gelopen is en wat fout, wat zijn de reacties van de mensen en hoe kan men ervoor zorgen dat het in de toekomst beter kan verlopen.