Europese begrotingsdiscipline? - Marc Leemans

Op 7 mei startte de Senaatscommissie Buitenlandse aangelegenheden de besprekingen over de ratificatie van het Europees Begrotingsverdrag. Dit verdrag werd, afgesloten op de Europese Top van 1 en 2 maart 2012.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Het Verdrag voegt bijkomende budgettaire regels toe aan het reeds omvangrijke, strakke kader van het verstrengde Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en het Sixpack, die de basis vormen voor het Europese begrotingsbeleid. Dit is tot nu toe gebaseerd op drie basispijlers: de 3%-norm voor het nominale begrotingstekort, de 60%-drempel voor de verhouding van de overheidsschuld t.o.v. het bbp en het voor iedere lidstaat van de eurozone afzonderlijk bepaalde Middellange Termijn Objectief (MTO) voor het structureel begrotingstekort, dat maximaal 1% mag bedragen.

Streng

Dit laatste criterium is reeds heel erg streng. Eigenlijk wordt elke lidstaat van de eurozone verplicht zijn schuldgraad permanent te reduceren: door de inflatie neemt het nominale BBP bbp ook bij een lage groei met gemiddeld meer dan 3% toe (2% inflatie + 1% groei), terwijl de schuld maar met 1% van het BBP mag groeien. Voor het Begrotingspact is deze regel evenwel nog niet streng genoeg : het structureel tekort mag nog maximaal 0.5% bedragen voor eurolanden met een schuldgraad hoger dan 60% en blijft maximaal 1% indien de schuld lager is dan 60%. Terecht spreekt Paul De Grauwe van een ‘ijzeren regel’ die iedere lidstaat van de eurozone in een ongemeen streng carcan duwt, i.p.v. een ‘gouden regel’ die op weg zou zetten naar duurzame groei.

Ook vanuit ‘onverdachte’ hoek als het IMF of de OESO wordt de EU meer en meer onder druk gezet om het over een andere boeg te gooien. Landen met budgettaire ruimte zouden een stimulerend beleid moeten voeren, zodat een tegengewicht geboden worden aan de eurolanden uit het Zuiden, die wel verplicht zijn hun hele grote begrotingstekorten tot aanvaardbare niveaus terug te dringen. Er wordt hierbij vooral richting Duitsland gewezen, maar het Duitse antwoord luidt steevast : dat kunnen wij niet vanwege onze Schuldenbremse (= de ijzeren regel, die de Duitsers als eerste in hun grondwet hebben ingeschreven). Het Begrotingspact ontneemt eurozonelanden zo elke mogelijke beleidsmarge om gepast in te spelen op de economische omstandigheden.

Het Begrotingsverdrag werd in paniek afgesloten in een context van een snel stijgende overheidsrente, als het verkeerde budgettaire antwoord op een monetair probleem. Eind 2011 beschikte de Europese Centrale Bank (ECB) immers niet over de nodige instrumenten om speculatie tegen overheidsschulden te bestrijden. De inwerkingtreding van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) en de aankondiging vorige zomer van de ECB dat ze overheidsobligaties kan aankopen op de secundaire markt heeft de onrust op de financiële markten ondertussen sterk bedwongen.

Debat

Toch gingen de eurozonelanden verder met de ratificatie van het verdrag, dat sinds 1 januari 2013 in werking is getreden

Ons land ratificeerde het Verdrag nog niet. Het ACV pleit dan ook voor een degelijke parlementaire behandeling met hoorzittingen en een debat ten gronde. In de eerste plaats om principiële redenen: het uit handen geven van een belangrijk deel van de budgettaire beleidsruimte is dit waard. Hoorzittingen moeten toelaten een impactanalyse te maken van het Begrotingsverdrag. Een vraag is bijvoorbeeld in welke mate de overheid zelf nog investeringen kan financieren, dan wel of ze nog meer een beroep op privaat-publieke samenwerking zal moeten doen, ook als deze finaal veel duurder uitvalt of om andere redenen niet wenselijk is. Het ACV dringt er ook op aan dat het Federaal Planbureau gevraagd wordt een econometrische analyse te maken van de toekomstige groei met de strenge begrotingscriteria van het Verdrag, en met alternatieve criteria. De recent ontdekte fouten in het werk van IMF-economen Blanchard (over het veel groter dan aangenomen effect van besparingen op de economische groei) en Rogoff (over het vermeende verband tussen een hoge schuldgraad en een zwakke economische groei) sterken ons alleen maar in onze overtuiging dat heel strenge begrotingscriteria werkelijk niet de beste manier zijn om een optimale groei en werkgelegenheid te creëren onder de randvoorwaarde van een beheersbaar schuldniveau.

Over de verdeling van het toegelaten tekort tussen de Federale overheid en de Gemeenschappen en Gewesten moeten nog afspraken gemaakt worden. Omdat de Gemeenschappen en Gewesten na de implementatie van de nieuwe Financieringswet een groter deel van de overheidsuitgaven voor hun rekening zullen nemen , moet ook de verdeelsleutel voor de begrotingsinspanningen herbekeken worden. Is het opportuun hierover nu al afspraken te maken of is het niet beter te wachten tot de nieuwe financieringswet er is? Het Verdrag vereist verder een omzettingswet die o.m. de werking van het automatisch correctiemechanisme bij overschrijding van de begrotingsnormen moet regelen. Omdat het Verdrag reeds in werking is getreden heeft België er alle belang bij de ratificatie en de omzetting in Belgische wetgeving gelijktijdig te laten verlopen. In het geval van ratificatie zonder omzettingswetten op federaal én regionaal niveau, riskeert België immers een boete, wanneer de omzettingswetten niet op tijd van kracht zijn.

Duitsland irriteren

Bij een meerderheid van senatoren leeft het voornemen om alvast in te stemmen met de ratificatie. En het debat ten gronde te beperken tot de manier waarop ons land het Verdrag omzet in Belgische wetgeving. Dit verontrust ons ten zeerste. Over de begrotingscriteria van het Verdrag is een verder debat dan uitgesloten. En de hoop dat we veel vrijheidsmarge hebben in de manier waarop we het Verdrag in onze wetgeving opnemen, is nihil. Het komt bijvoorbeeld aan de Europese Commissie toe om de beginselen vast te stellen waaraan het correctiemechanisme in geval van afwijking van het begrotingspad, moet beantwoorden. En de Commissie zal ook oordelen of de omzetting in nationale wetgeving beantwoordt aan de criteria van het Verdrag.

We maken ons weinig illusies. De regering lijkt vastbesloten met de nodige partijtucht de ratificatie goedgekeurd te krijgen. Ons land durft het niet aan om, ondanks alle stevige economische argumenten, Duitsland te irriteren en het zijn allicht goedbedoeld maar uiterst slecht vorm gegeven symbool van Europese begrotingsdiscipline te ontzeggen. Het ACV roept op om het ratificatieproces in ieder geval niet ondoordacht te laten verlopen. Ratificatie en omzetting in Belgisch recht moeten gelijktijdig gebeuren. De parlementen van de gemeenschappen en gewesten kunnen dit het best eerst doen, voor het federale Parlement. Hieraan voorafgaand moet er ook een samenwerkingsakkoord afgesloten worden tussen alle gefedereerde entiteiten en de federale overheid. Zonder dat er volledige duidelijkheid is over de verantwoordelijkheid en de budgettaire ruimte van alle overheden is de ratificatie een riskant avontuur. De complexe Belgische institutionele constellatie en de grondige wijziging van de financieringswet laat haastwerk absoluut niet toe, zeker niet voor een verdrag dat onze toekomstige groei en welvaart in het gedrang brengt.

(De auteur is voorzitter van het ACV)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.