“Veertig eurocent kan het verschil maken”

"Het is absoluut niet de juiste oplossing dat de kledingindustrie nu plots zou vertrekken uit Bangladesh", zegt econoom en Nobelprijswinnaar voor de Vrede Muhammad Yunus in de Bengalese krant The Daily Star. Hij pleit wel voor een internationaal minimumloon en zegt dat een prijsverhoging van slechts veertig eurocent het verschil kan maken voor de lokale werkers.

Vorige week nog kondigde het Amerikaanse entertainmentbedrijf Disney aan dat het gaat stoppen met de productie van kleding en promotieartikelen in Bangladesh. Yunus waarschuwt voor zo’n radicale reactie. "Als iedereen nu plots vertrekt, zal dat de sociale en economische toekomst van Bangladesh ernstig schaden. Bovendien zou het ook de fabrikanten zelf niet ten goede komen."

"We kunnen niet toelaten dat deze industrie verdwijnt", aldus Yunus. "Integendeel. Ons land moet zich net verenigen om de nijverheid te versterken." Hij wil dat de regering, de bazen van de kledingindustrie en de ngo's daarvoor de krachten bundelen.

AP2013

Internationaal minimumloon

De Nobelprijswinnaar pleit ervoor om een internationaal minimumloon in te voeren waar geen enkel bedrijf onder mag gaan. Momenteel bestaat er al wel een minimumloon in Bangladesh zelf, maar dat is erg laag. Yunus beseft dat een grensoverschrijdend minimumloon zijn land misschien wel minder competitief zal maken voor buitenlandse investeerders, maar denkt dat Bangladesh zich op andere vlakken zal kunnen onderscheiden. "Met een hogere productiviteit en sterke specialisatie zal investering in het land interessant blijven."

"Vermoedelijk zullen niet alle fabrikanten tegelijkertijd aan boord stappen van zo’n plan", vermoedt de econoom, "maar eenmaal enkele grote bedrijven het voortouw nemen, zal de rest snel volgen".

Veertig eurocent

Yunus is er bovendien van overtuigd dat met slechts een kleine inspanning de levens van de lokale werkers in landen zoals Bangladesh sterk kunnen worden verbeterd. "Als een kledingitem nu in het Westen wordt verkocht voor 27 euro, gaat slechts 4 euro daarvan naar het hele productieproces. Van de katoenboeren en de garenfabrieken tot de productie, verpakking en transport van het eindproduct. Eenmaal het product aankomt in het Westen, wordt daar pas de resterende 23 euro aan toegevoegd."

Om dat proces eerlijker te maken wil Yunus aan het totaalbedrag 40 eurocent toevoegen en die investeren in een trust die zich bezighoudt met de problemen waarmee de arbeiders worstelen. Een kwaliteitslabel op de kleding moet de koper hier dan op de hoogte brengen van het eerlijke productieproces. "Op die manier zou er grote vooruitgang kunnen worden geboekt op vlak van veiligheid, gezondheidszorg en onderwijs voor de arbeiders in Bangladesh."