Een Brusselse lente?

De voorbije jaren dacht ik altijd, als ik zo de politieke verklaringen hoorde over het Brussels gewest, waar ik woon: “Iedereen wil Brussel als symbool, maar de Brusselaars zelf kunnen in de ogen van veel politici gewoon de pot op”. Of nog: “Als inwoner van Brussel zit je geprangd tussen de Vlaamse onverschilligheid tegenover dit gewest en het Franstalige immobilisme”.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Maar de laatste tijd heb ik de indruk dat er een vernieuwd elan leeft in het denken rond Brussel. Al blijft het afwachten of het ook echt tot iets leidt.

Een grens is getrokken

Laten we eerst de feiten bekijken die tot verandering zouden kunnen leiden. Het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde is gesplitst. De grenzen zijn getrokken, Brussel maakt geen aanspraken meer op gebiedsuitbreiding, een Olivier Maingain niet te na gesproken. De stad deint wel uit, net zoals elke grootstad dat doet, en zal dus moeten overleggen met haar hinterland. Dat kan ondermeer via het vehikel van de “Communauté Urbaine”, de Metropolitane Gemeenschap, al loopt Vlaanderen niet over van enthousiasme voor die creatie.

Maar de demografische “overloop” en de mobiliteitsproblemen zullen Brussel en de omringende gemeenten verplichten met mekaar te praten. De relatie tussen stad en periferie is op veel plaatsen gespannen, in Brussel en de Vlaamse rand is dat door de communautaire context natuurlijk nog meer het geval. Laat ons hopen dat de splitsing van BHV en dus de begrenzing van Brussel die relatie “volwassener” maakt. “Nu ik weet dat mijn buur mijn grond niet wil inpikken, kan ik met hem praten”, zoiets.

De echte baas is weg

Er is natuurlijk ook een belangrijke politieke wissel in Brussel. Het verdwijnen van Philippe Moureaux lijkt me op dat vlak gewichtiger dan het vertrek van Charles Picqué. Het klopt dat het bilan van Picqué niet eenduidig is. Een belangrijke communautaire verzoener, een pragmaticus, een belangrijke ambassadeur van Brussel, jazeker, maar ook iemand die te weinig ambitie had voor Brussel en te weinig doortastend was.

Dat laatste had, behalve met het temperament van de man, ook te maken met Moureaux, vaak “de echte baas van Brussel” genoemd. Veel ideologisch-linkser dan Picqué, en iemand die binnen de Brusselse PS op de rem ging staan als het ging over veiligheid of activering van werklozen. Rudi Vervoort zal nog moeten laten blijken waar hij voor staat, als opvolger van Picqué.

Zijn pleidooi voor een verplichte inburgering is minder nieuw dan velen denken: het debat daarover is vorig jaar al gevoerd in Franstalig België, in Wallonië is er al een decreet uitgewerkt en in Brussel pleitte Charles Picqué vorig jaar al voor een verplicht parcours dat verder gaat dan wat er nu in Wallonië bestaat. Picqué wou bv de taalcursus verplicht maken in Brussel, in Wallonië is dat niet het geval.

Vervoort inspireert zich op het Waalse model, al was het maar omdat er een akkoord binnen de Franse Gemeenschap is om op dezelfde lijn te blijven. Het principiële verzet tegen een inburgeringscursus is aan Franstalige kant eindelijk grotendeels weg (al spreekt men aan Franstalige kant officieel van “parcours d’accueil” (onthaal) eerder dan van “parcours d’intégration”, kleine nuance) maar de realisatie ervan zal nu vooral afhangen van de middelen. Je kunt geen taalcursus of beroepsoriëntatie opleggen als je geen geld hebt om dat aan te bieden als overheid.

Twee nieuwe zwaargewichten

Een andere politieke evolutie is natuurlijk de komst van twee extra vice-premiers (naast Joëlle Milquet) naar Brussel: Laurette Onkelinx en Didier Reynders. Onkelinx leidt voortaan de Brusselse PS-federatie, in opvolging van Rudi Vervoort die dit een half jaar deed, en voor hem, Philippe Moureaux. Reynders komt aan het hoofd van de Brusselse MR, in opvolging van Françoise Bertieaux.

Onkelinx en Reynders zijn twee zwaargewichten in hun eigen partij en Reynders blaakt nu al, zoals de hele MR, van zelfvertrouwen. Reynders ziet zichzelf en/of zijn partij als het Belgische bindmiddel na de verkiezingen van 2014: het linkse Wallonië is voor de PS, het rechtse Vlaanderen voor de NVA en een Brussel geleid door de MR zou dan een betere gesprekspartner zijn voor Vlaanderen dan een Brussel geleid door de PS.

Het mag misschien goed nieuws lijken voor Brussel dat twee ambitieuze mensen naar hier verhuizen, de verwachting is wel dat zowel Reynders als Onkelinx zich op de federale lijst zullen presenteren en dus een federale toekomst blijven viseren, eerder dan een Brusselse. Al weet je natuurlijk nooit in de politiek. Maar op dit moment lijkt de puur Brusselse strijd te zullen gaan tussen Vervoort en Vincent De Wolf (MR).

Gehecht aan het kleine

Na enkele recente debatten over Brussel komt het me voor dat er ook iets verandert in het dénken over dit gewest. Sommige Vlaamse politici lijken genuanceerder naar Brussel te kijken dan vroeger. Misschien omdat Vlaanderen nu met vertraging via Antwerpen en Gent de stedelijke problemen ontdekt die in Brussel al langer bestaan.

Tegenover diegenen die vinden dat Brussel met de zesde staatshervorming teveel geld krijgt, stelde CD&V-voorzitter Wouter Beke onlangs in een groot Brusseldebat “dat Antwerpen 1.250 euro per inwoner extra financiering krijgt, en Brussel straks 540 euro per inwoner”.

In Brussel zelf gingen er vroeger heel veel stemmen op voor een fusie van de 19 gemeenten, bv tot een zestal gemeenten, evenveel als de politiezones. Nu is het discours eerder dat zoiets zou leiden tot een verzesvoudiging van het probleem Brussel-hoofdstad; die gemeente is te groot en te sterk in haar relatie met het gewest. Je zou kunnen zeggen: een échte baronie. Er lijkt nu meer belang te worden gehecht aan een grotere transfer van bevoegdheden van de gemeenten naar het gewest, eerder dan een afschaffing van de gemeenten.

Sommigen, ook aan Vlaamse kant, pleiten voor méér Brusselse gemeenten (meer dan de huidige 19), met dan wel duidelijk minder bevoegdheden. Gemeenten die dan eerder als districten zouden functioneren. Ook CD&V-voorzitter Wouter Beke opende die piste, op het eerder genoemde Brusseldebat: waarom geen 20 of 22 gemeenten/districten die dan gelijker van schaal zouden. Beke koppelde dat pleidooi wel aan dat van één politiezone voor het hele gewest, maar het bleef een opmerkelijke uitspraak vanwege CD&V.

Wellicht kunnen Nederlandstaligen en Franstaligen in Brussel elkaar sneller vinden in de discussie over schaal en bevoegdheden van de gemeenten dan in een pleidooi voor een totale afschaffing ervan. Franstalige inwoners van Brussel zijn dikwijls meer gehecht aan hun gemeente dan Nederlandstalige, omdat ze er vaker ook geboren en getogen zijn.

Calimero-complex afleggen

De verhouding tussen Nederlandstaligen en Franstaligen (om mij gemakshalve even tot die twee groepen te beperken) in Brussel blijft complex. Aan Franstalige kant gaan er bv stemmen op om Brussel zelf bevoegd te maken voor onderwijs, terwijl er maar heel weinig Nederlandstaligen hiervoor te vinden zijn. Zeker niet onder de gezinnen met kinderen. Zij beseffen het belang en de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs in Brussel, en zij niet alleen.

Toch is er in die bijna 25 jaar dat het gewest bestaat onmiskenbaar een Brusselse identiteit is gegroeid, voorbij de taalgrenzen. De hoop van veel Brusselaars is dan ook dat hun politici nu eindelijk méér ambitie zullen tonen voor deze stad. De houding van de Brusselse ministers is tot nu toe vaak heel defensief geweest. Zeker voor Picqué was dat bijna een existentiële zaak: hij voelde zich voortdurend verplicht het bestaan zelf van Brussel te verdedigen. De opkomst van de NVA en de roep naar Vlaamse onafhankelijkheid heeft die defensieve houding nog versterkt, tot op vandaag. Sommige Brusselse ministers zien in elk initiatief vanuit Vlaanderen een bedreiging voor hùn gewest.

De toekomst zal uitwijzen of de nieuwe politici die in Brussel zijn gearriveerd dat Calimero-complex kunnen afleggen. En of ze durven gaan voor grote projecten in plaats van een behoud van het status-quo. Veel Brusselaars zitten erop te wachten.

(De auteur is VRT-journalist en kenner van Brussel en Wallonië.)