Boudewijn en Belgisch Congo: een vergeefse strijd tegen “het kwade”

In de tweede aflevering van de documentaire reeks “Boudewijn. Naar het hart van de koning” komt een minder fraaie kant van de koning aan bod. Naast minzaam en goedhartig was hij ook een overtuigde katholiek die zijn leven lang “het kwade” zou bestrijden. Wars van pragmatisme was hij niet bang in de onafhankelijkheidsstrijd van Belgisch Congo in te grijpen. En dat had grote gevolgen.

De herinnering aan koning Boudewijn en een nostalgische genegenheid: voor velen gaan ze hand in hand. Toen hij stierf, roemde iedereen hem om zijn rechtschapen levenswandel en hoogstaande moraal. Maar die eigenschappen hadden ook een keerzijde. Doordrongen van het katholieke geloof was Boudewijn ervan overtuigd dat de wereld uit goed en kwaad bestond, zonder weg daar tussenin. En het kwade, dat moest worden bestreden.

De tweede aflevering van “Boudewijn. Naar het hart van de koning” belicht deze minder bekende kant van de koning tegen de achtergrond van de onafhankelijkheid van Belgisch Congo. Die leek nog mijlen veraf toen Boudewijn in 1955 voor het eerst een bezoek bracht aan de kolonie.

De reis werd een ware triomf. “Voor de Congolezen leek hij haast een buitenaardse verschijning”, zegt voormalig premier Mark Eyskens daarover. De ontvangst was bijzonder hartelijk en al gauw kreeg Boudewijn de bijnaam “Bwana Kitoko”, “mooie jongeman”. De jonge koning hield een bijzonder goed gevoel aan zijn eerste Congo-ervaring over. Volgens sommigen was het de eerste keer dat hij in het openbaar lachte.

Een dubbelmonarchie

Een jaar eerder was in de Franse kolonie Algerije de onafhankelijkheidsstrijd losgebarsten. Het duurde niet lang of ook in Belgisch Congo sloeg de vlam in de pan. In 1958 vielen bij rellen in Leopoldstad 30 doden. De Belgen panikeerden. Zou de hel van Algerije ook in Congo losbreken? Het paleis besloot in te grijpen. Boudewijn hield een radiotoespraak die vele politici met verstomming sloeg. “Het uiteindelijk doel van ons streven is in voorspoed en vrede de Congolese bevolkingen te leiden op de weg naar de onafhankelijkheid, zonder uitstel maar ook zonder onbezonnen overhaasting”, sprak hij.

Volgens historicus Mark Van den Wijngaert gokte Boudewijn erop dat zijn populariteit in de kolonie groot genoeg was opdat een onafhankelijk Congo hem meteen als staatshoofd zou aanstellen. De koning zou op die manier aan het hoofd van een dubbelmonarchie komen te staan. Helaas voor hem, kwam van die plannen niks in huis.

“Ironie, beledigingen en slagen”

In januari 1960 werd in Brussel een rondetafelconferentie gehouden om de onafhankelijkheid voor te bereiden. De Congolese nationalistische politicus Patrice Lumumba verklaarde na afloop trots dat de kolonie op 30 juni 1960 onafhankelijk zou worden, veel sneller dan algemeen verwacht of door de Belgen gewenst. “Ik verzeker het Belgische volk dat ook na die datum een oprechte en duurzame vriendschap tussen onze beide landen zal blijven bestaan”, meende hij.

Groot was de verbazing dan ook toen Lumumba in de hoedanigheid van kersvers verkozen eerste minister tijdens de onafhankelijkheidsplechtigheid op 30 juni vernietigend uithaalde naar het Belgische koloniale verleden. Even tevoren had koning Boudewijn in een speech zijn voorganger koning Leopold II nog uitgebreid gelauwerd omwille van zijn “geniale” werk in Congo.

Lumumba nam echter geen blad voor de mond: “We hebben van de ochtend tot de avond de ironie, de beledigingen en de slagen gekend omdat we negers waren. We hebben gezien hoe de wet nooit gelijk was maar zich plooide naar de kleur van de huid.” Lumumba deelde de aanwezige Belgische goegemeente klappen uit die ze nooit zou vergeten, Boudewijn niet in het minst. De koning was woedend. Volgens Van den Wijngaert was Lumumba vanaf dat moment voor hem de verpersoonlijking van het kwaad.

“Royal coup”

Amper 2 weken na de onafhankelijkheid scheurde de zuidelijke provincie Katanga zich van Congo af. Moïse Tshombé riep zichzelf uit tot president van Katanga en zou al snel een marionettenleider worden in handen van de Belgische regering. Die hoopte via hem de greep op de centrale staat terug te krijgen.

Bovendien hoopte de Belgische regering met deze politiek de rechtstreekse toegang tot de talrijke bodemschatten van de provincie te vrijwaren. De nationalist Lumumba wilde de Congolese rijkdommen immers ten goede van de Congolezen laten komen. Hij zocht daarom steun bij de VN om de controle over Katanga te heroveren. De Belgische regering moest kiezen: voor of tegen de VN. De koning koos voor het laatste. Hij vroeg het ontslag van de regering-Eyskens om met een nieuwe regering de intrede van de VN-blauwhelmen in Katanga te verhinderen.

Deze zogenoemde “royal coup” mislukte maar België liet het regime van Tshombé ongemoeid, dit tot grote ontgoocheling van premier Lumumba. Hij riep dan maar de hulp in van de Sovjet-Unie om Katanga onder controle te krijgen. Het bleek een foute zet: de hele wereld ging Lumumba als communist beschouwen. In september 1960 ontsloeg de Congolese president Kasavubu zijn eerste minister. Niet veel later pleegde het leger een staatsgreep. Aan het hoofd van het land kwam een stafchef met de naam Joseph-Désiré Mobutu. Hij nam Lumumba gevangen.

“Physiquement si possible”

Wat volgde was een zwarte bladzijde uit de Belgisch-Congolese geschiedenis. De Belgische minister van Afrikaanse zaken (en vertrouweling van koning Boudewijn) graaf d’Aspremont Lynden beraamde samen met Tshombé een complot om Lumumba uit de weg te ruimen. “Physiquement si possible”, stond te lezen in een geheim document. Daarvan werd Boudewijn per brief op de hoogte gebracht. Hij liet evenwel na de rest van zijn regering op de hoogte te brengen.

Het complot ging uiteindelijk niet door maar begin 1961 leverde Mobutu Lumumba wel uit aan Tshombé. Niemand twijfelde eraan dat die laatste de voormalige premier zou laten executeren. En zo geschiedde, tot ontzetting van de internationale gemeenschap. “Ik denk dat koning Boudewijn niet ontevreden was over het verdwijnen van de man die de 80-jarige relaties tussen België en Congo had afgebroken”, zegt politicoloog Emmanuel Gerard daarover.

Wat later zou gebeuren in het Belgische mandaatgebied Burundi, vertoonde akelig veel gelijkenissen met de gebeurtenissen in Congo. In Burundi won de zoon van de koning en nationalist Louis Rwagasore in september 1961 de verkiezingen in de aanloop naar de onafhankelijkheid. 3 dagen later zetten de Belgische gezagdragers in Burundi een samenzwering op touw om hem uit de weg te ruimen. De jonge Griek Jean Kageorgis werd ingeschakeld als huurmoordenaar. Hij vermoordde Rwagasore met 1 welgemikt schot. Kageorgis werd later ter dood veroordeeld. Opmerkelijk: koning Boudewijn verzette hemel en aarde om een executie te voorkomen. Tevergeefs.

“Een moeilijk te begrijpen naïviteit”

In Congo scheerde de populariteit van Mobutu intussen hoge toppen. Maar het was de populariteit van een schrikbewind. Mobutu ontpopte zich tot een dictator die de mensenrechten systematisch schond. Toch had hij aan Boudewijn een goede vriend omdat hij het katholieke geloof hoog in het vaandel droeg. Pas in 1985 durfde Boudewijn voor het eerst in het openbaar, en voorzichtig, de problematiek van de mensenrechten in Congo (dat intussen Zaïre heette) aan te kaarten. Zijn relatie met Mobutu zou de daaropvolgende jaren danig verwateren.

“De kaart spelen van een president als Mobutu, kan je in het beste geval beschouwen als de uitdrukking van een moeilijk te begrijpen naïviteit”, besluit minister van Staat Willy Claes. “Moet de verklaring worden gezocht in het feit dat hij principieel katholiek was en een aantal vijanden als de baarlijke duivel beschouwde?”, vraagt politicoloog Emmanuel Gerard zich ten slotte af. “Er is in elk geval een merkwaardige paradox tussen zijn religieuze overtuigingen en zijn houding tegenover de Afrikaanse leiders.”

Meest gelezen