Aantal geboorten in Vlaanderen daalt tweede jaar op rij

Het aantal geboorten in Vlaanderen is in 2012 opnieuw gedaald. Daartegenover staat wel dat het totaal aantal jonge kinderen nooit zo hoog geweest is de afgelopen tien jaar. Kinderopvang blijft dus broodnodig. Dat blijk uit het rapport "Het kind in Vlaanderen" van Kind & Gezin dat vandaag werd voorgesteld.
AP2012

In 2012 werden 69.446 kinderen geboren in Vlaanderen, een daling van meer dan één procent tegenover 2011. De oorzaak daarvan is de daling van het vruchtbaarheidscijfer, of het aantal kinderen per vrouw. Vrouwen stellen een zwangerschap uit, vooral in de leeftijdsgroep van 20 tot 29 jaar. Ook bij jonge dertigers is er een daling. Enkel bij vrouwen ouder dan 35 bleef de vruchtbaarheid vorig jaar stijgen.

Dat betekent dat de vruchtbaarheid van de jongste vrouwen op het laagste punt ooit staat. Dat wil echter niet zeggen dat de gezinnen kleiner zijn, want het aantal derde geboorten is bijvoorbeeld gegroeid tegenover vroeger. Het aantal jonge kinderen van 3 tot 12 jaar neemt dan weer met iets meer dan één procent toe en is nog nooit zo hoog geweest sinds 2002. Dat komt door de stijging van het geboortecijfer van 2003 tot 2010. De groei zal een grote impact hebben op de nood aan kinderopvang en onderwijs.

Aandacht voor diversiteit

Een ander belangrijk thema in het onderzoek van Kind & Gezin is de toenemende diversiteit. Bijna een vierde van de pasgeboren kinderen had een moeder die niet als Belg geboren was. Dat is een stijging met anderhalf procentpunt tegenover het jaar ervoor. De belangrijkste nationaliteiten zijn Marokkaans, Turks en Nederlands. Het hoogste aantal niet-Belgische moeders van pasgeborenen ligt in Antwerpen, waar een derde van de moeders een andere afkomst heeft.

Die diversiteit leidt ertoe dat ook een vierde van de geboren kinderen niet Nederlands als moedertaal heeft, wat echter niet wil zeggen dat de moeder geen Nederlands kent. De meest gesproken andere talen tussen moeder en kind zijn Frans, Arabisch en Turks. Het aandeel Nederlands neemt af met iets meer dan één procentpunt.

Voor Katrien Verhegge, administrateur-generaal van Kind & Gezin, is die toenemende diversiteit een belangrijk aandachtspunt: "We zitten met een enorm diverse groep kinderen en we blijven ervoor gaan om al die gezinnen zorg op maat te bieden, met respect voor hun eigen waarden en normen", klinkt het.

Kansarmoede licht gestegen

Op het vlak van tewerkstelling van de ouders verandert er niet veel tegenover 2011. Bijna 90 procent van de jonge kinderen heeft minstens één werkende ouder. Bijna 4 procent leeft in een gezin waar de ouders niet werken. Bij ongeveer een derde van de kinderen tot 12 jaar werken beide ouders.

Een probleem bij de jonge gezinnen is de kansarmoede, die met 0,7 procentpunt is gestegen tegenover het jaar ervoor. In Antwerpen en Limburg ligt de kansarmoede-index het hoogst, vooral bij kinderen van wie de moeder de niet-Belgische nationaliteit had bij geboorte.

Goed nieuws is dan weer dat minder kinderen overleden zijn door ongevallen en wiegendood. Het aantal kinderen dat borstvoeding krijgt, blijft gelijk.