Van euthanasie naar dood op bestelling - Fernand Keuleneer

In de aanloop naar de wet van 2002 is meermaals betoogd dat de architectuur en de formulering van de wet over euthanasie onvermijdelijk tot een geleidelijke uitbreiding van haar toepassingsgebied moesten leiden. Zoals alle juristen weten, heeft een juridisch systeem nu eenmaal een eigen dynamiek.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Salamitactiek

En inderdaad, op dit moment wordt volop campagne gevoerd. Voor de afschaffing van het institutioneel pluralisme en het onwerkzaam maken van de gewetensclausule, en voor de uitbreiding tot minderjarigen en tot dementerende patiënten door een permanent geldige wilsverklaring en een tot dementie verruimde interpretatie van het concept “buiten bewustzijn”. Kortom, alles wat opposanten, onder wie ondergetekende, bij de discussie van de wet van 2002 voorspeld hadden. Toen werden ze bestempeld als leugenaars die “de mensen bang wilden maken”. Nu heet dat “voortschrijdend inzicht”. Voor mij is het salamitactiek.

Wie oordeelt?

Ook ditmaal wordt de campagne gekruid met een flinke portie volksverlakkerij. De terminale minderjarige kankerpatiënt is het campagnebeeld, net zoals de discussie voor de wet van 2002 op gang getrokken werd met schrijnende voorbeelden van ondraaglijke en niet te lenigen fysieke pijn.

Maar daarom gaat het al lang niet meer. Zowel in de publieke discussie van de voorbije jaren als in de praktijk ligt de klemtoon niet langer op het fysiek lijden als verantwoording voor euthanasie. Telkens wordt in aangiftes ook psychisch lijden vermeld, en vaak is het zelfs de enige verantwoording. Als, zoals in de wet het geval is, “psychisch lijden” en “fysiek lijden” op dezelfde voet naast elkaar geplaatst worden als rechtvaardigingsgronden voor euthanasie, is het perfect voorspelbaar dat de beoordeling van de situatie van een patiënt een louter subjectief karakter krijgt en niet getoetst kan worden.

Anders dan bij fysieke pijn kan niemand buiten de betrokkene zelf oordelen over de aanwezigheid of niet-aanwezigheid van ondraaglijk psychisch lijden; wie anders dan de patiënt zelf kan uitmaken of er psychisch lijden aanwezig is, en wie anders dan de patiënt kan zulk een lijden beoordelen?

Ziekte of ongeval?

Bovendien is het onmogelijk de gevallen af te bakenen waarin psychisch lijden al dan niet tot euthanasie aanleiding mag geven. Volgens de wet moet het fysiek of psychisch lijden het gevolg zijn van een ernstige en ongeneeslijke, door ziekte of ongeval veroorzaakte aandoening. Behalve bij agressie of zelfverwonding wordt fysiek lijden uiteraard steeds door ziekte of ongeval veroorzaakt, en daar stelt het criterium dan ook geen probleem.

Maar voor psychisch lijden is de vereiste van ziekte of ongeval niet houdbaar. Waarom mag er gediscrimineerd worden tussen mensen die psychisch lijden ten gevolge van ziekte of ongeval, en mensen die psychisch even erg lijden maar niet ten gevolge van ziekte of ongeval? Heeft de Wereldgezondheidsorganisatie “gezondheid” trouwens niet gedefinieerd als niet louter de afwezigheid van ziekte of handicap, maar als een toestand van volledige fysieke, mentale en sociale “well-being” ? Ziekte of ongeval zullen niet lang als noodzakelijke voorwaarde overeind blijven.

Het campagnebeeld is de minderjarige terminale kankerpatiënt, maar wie dankzij deze plannen toegang krijgt tot euthanasie is de minderjarige verwarde puber, die suïcidale neigingen heeft, en van zichzelf vindt dat hij of zijn ondraaglijk lijdt. Zoals uit de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt, is het de bedoeling dat hij of zij dit “recht op euthanasie” zelfstandig uitoefent. Men wil ons alleen nog wijsmaken dat daartoe ook de instemming van de ouders nodig is, een juridisch onhoudbare voorwaarde of beperking, en menselijk een totaal immorele belasting door de wetgever van diezelfde ouders.

"Anders geworden"?

De dood-op-verzoeklobby (die wel degelijk bestaat) wil euthanasie verder ook mogelijk maken voor patiënten die lijden aan dementie, precies omwille van het argument dat de huidige regeling een onredelijk onderscheid maakt tussen patiënten die in aanmerking komen voor euthanasie op basis van een wilsverklaring. Onder de huidige wetgeving is levensbeëindiging op basis van een wilsverklaring enkel toegelaten als de patiënt niet meer bij bewustzijn is, en deze toestand volgens de stand van de wetenschap onomkeerbaar is. Zij zijn de enige patiënten op wie euthanasie mag uitgevoerd worden zonder dat er sprake moet zijn van fysiek of psychisch lijden.

Men wil dit uitbreiden tot patiënten die niet buiten bewustzijn verkeren, maar lijden aan dementie en in hun vroegere toestand in een wilsverklaring de wens geuit hebben om in dat geval hun leven te beëindigen. Ook fysiek of psychisch lijden sneuvelen dus als voorwaarde. Het gaat hier om patiënten bij bewustzijn, die een “persoonlijkheidsverandering” ondergaan hebben waardoor ze niet noodzakelijk fysiek of psychisch lijden, maar wel “anders geworden zijn”.

Als die situatie intreedt zullen “hulpverleners” dan zo’n persoon die “anders” geworden is van het leven mogen beroven, zonder dat die “anders geworden” persoon daar op dat ogenblik om vraagt.

Levensmoe?

Als een patiënt blijkbaar het recht moet hebben om van de gemeenschap te eisen dat zijn leven wordt beëindigd als hij “anders” wordt , dan toch ook als hij zijn leven “moe” is en hij daaronder psychisch lijdt ? Er wordt ons verteld dat zulks (nog) niet kan: een “veranderd persoon” zou wel in aanmerking komen, maar een “levensmoe persoon” niet. Waarom ?

Ofwel ben je voorstander van individuele autonomie en zelfbeschikkingsrecht, en dan ben je coherent en ga je de hele weg, ofwel hanteer je andere standaarden. De betutteling à la carte is ongeveer de ergste die er bestaat, want de meest arbitraire. Maar wellicht gaat het opnieuw om de salamitactiek, om een voorlopig standpunt dat ingegeven wordt door de vaststelling dat de publieke opinie nog onvoldoende rijp is. Maar als de afwijzing oprecht is wordt het pas echt een onsamenhangend boeltje.

Levensplicht?

Wie kan er vanuit het perspectief van individuele autonomie en zelfbeschikking tegen zijn dat een individu niet tot een last voor zijn omgeving wenst te worden ? Is dat niet de morele reflex van de meeste mensen ? Zoals er na de legalisering van abortus nog relatief weinig kinderen met het syndroom van Down geboren worden, zou dementie wel eens zeldzaam kunnen worden door de legalisering en promotie van euthanasie op basis van een wilsverklaring. Zoals de Japanse Minister van Financiën begin dit jaar zei: “Hurry up and die.”

En waarom zou men ook niet aanvaarden dat een rationeel individu instemt met een clausule in een verzekeringspolis waardoor de verzekeringspremie wordt verminderd of de uitkering bij overlijden verhoogd op voorwaarde dat de verzekerde zich vooraf akkoord verklaart met de toepassing van euthanasie, bij bepaalde ziektepatronen en vanaf een bepaalde leeftijd?

Aangezien, in de gangbare optiek, een individu geen levensplicht heeft, in staat is om rationele afwegingen te maken en euthanasie losgekoppeld wordt van de stervensfase in het menselijk leven, zijn er naar mijn oordeel geen andere dan louter emotionele, irrationele redenen om daartegen gekant te zijn – nog steeds in de optiek die thans opgeld maakt.

Waarom zou men wel mogen beslissen geen “andere” persoon te willen worden, ook al lijdt die “andere persoon” niet, maar daarentegen niet mogen beslissen om nu minder kosten te dragen en van het leven te genieten, en later het leven van anderen niet te bezwaren?

Dood op bestelling

Het wordt hoe langer hoe duidelijker dat euthanasie losgekoppeld wordt van elke notie van pijn en lijden (in de laatste ontwikkeling zelfs psychisch lijden), zeker ook van sterven en stervensfase, met enkel nog beperkingen die niet anders dan willekeurig zullen zijn - de individuele of collectieve expressie van een gelegenheidsemotie. Euthanasie wordt “dood op bestelling” - al dan niet onder impuls van dominerende maatschappelijke opvattingen en financieel-economische factoren.

Om al deze redenen is het zo belangrijk dat het institutioneel pluralisme gewaarborgd blijft, dat euthanasie geen algemeen afdwingbaar patiëntenrecht wordt, en instellingen de vrijheid behouden om, zeer zeker met correcte en transparante informatie naar de patiënten toe, de toepassing van euthanasie binnen hun muren niet te aanvaarden.

Daarom is het ook nodig te blijven herhalen dat euthanasie geen medische handeling is. Een verwijzingsplicht opleggen aan een arts die uit principe nooit euthanasie wenst uit te voeren kan enkel overwogen worden in instellingen die euthanasie aanvaarden. Van artsen eisen dat ze binnen 7 dagen moeten laten weten of ze gewetensbezwaren hebben, komt in de meeste gevallen neer op een verplichting om euthanasie uit te voeren, en is bovendien strijdig met de euthanasiewet zelf, die een herhaald verzoek tot euthanasie vereist.

Herhaald verzoek binnen 7 dagen ? Het moet blijkbaar allemaal kunnen. Maar het moet toch niet tè gek worden.

(De auteur is advocaat en was plaatsvervangend lid van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie van 2002 tot 2012.)
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.