Schaalvergroting in de Vlaamse media - Hilde Van den Bulck

U zal het aan de berichtgeving hebben gemerkt: Er is woensdagavond in medialand een bommetje ontploft. De mediagroepen Corelio (van onder andere De Standaard, Het Nieuwsblad en De Vijver) en Concentra (met het Belang van Limburg, Gazet van Antwerpen, Acht, en andere) hebben beslist hun betaalde krantenactiviteiten (zowel gedrukt als online) te bundelen in een joint venture: Het Mediahuis.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Het Mediahuis

De naam straalt zelfvertrouwen en ambitie uit. Hét Mediahuis. Alsof er in Vlaanderen geen andere mediahuizen (meer) zijn. Alsof dit het enige mediahuis is dat er toe doet. De naam zegt: ‘Move over, Van Thillo en Co, er kan er maar één de grootste zijn, en dat zijn wij!’. En ja, met bijna 60% van de lezersmarkt en een nog groter deel van de advertentiemarkt steekt het Mediahuis zijn concurrent De Persgroep (Het Laatste Nieuws, De Morgen, De Tijd, …) naar de kroon.

Achter al deze bravoure gaat evenwel een bange en onzekere economische realiteit schuil. Terwijl wij ons met grote ogen vergaapten aan de vernieuwde concurrentieslag tussen de Vlaamse televisieomroepen en aan de epische discussies tussen omroepen en distributeurs, verschenen in de jaarverslagen van spartelende krantenuitgevers verlieslatende cijfers.

Toen waren ze nog met twee

Want de krantensector heeft het moeilijk. Zowel de adverteerder als de lezer is karig met de centen: de adverteerder uit angst voor de crisis, de lezer omdat die - intussen zo gewoon aan gratis online informatie - steeds minder bereid is er voor te betalen. In afwachting van een nieuw businessmodel tracht men via schaalvergroting en rationalisering de eindjes aan elkaar te knopen. Gevolg: Het Mediahuis.

Met deze fusie zijn de Vlaamse kranten nu in handen van nog slechts twee groepen: Het Mediahuis en De Persgroep. In het geval van consumptiegoederen maakt men zich bij dergelijke duopolies vooral zorgen om economische factoren zoals prijszetting, toegang tot de markt voor nieuwe spelers en andere mogelijk marktverstorende elementen. Maar kranten, en ruimer de media, beschouwen we geen ‘business like any other’.

Twee is geen?

De media worden immers gezien als steunpilaren van de democratie die een publiek forum bieden waarop een waaier aan meningen het debat met elkaar kunnen aangaan. Vanuit dit perspectief vreest men bij toegenomen concentratie voor een afnemende diversiteit: minder verscheidenheid aan titels, maar ook aan onderwerpen en stemmen die aan bod komen. De bezorgdheid komt tot uiting in termen als verschraling en vervlakking, soms ook commercialisering.

Des te opvallender is hoe omzichtig de eerste reacties op de fusie zijn: Mediaminister Lieten is ‘gematigd’, professor emeritus mediarecht Leo Neels zelfs 'helemaal positief'. Ook stemmen vanuit de sector zijn eerder voorzichtig. Er blijkt vooral veel begrip. Want wat is het alternatief? Zonder fusie zouden wellicht al op korte termijn één of meer titels sneuvelen. Bij een verkoop aan het buitenland leeft het gevaar dat een venture capitalist de boel komt strippen. De eenmaking laat toe de krachten te bundelen, oplossingen te zoeken, en het roer tijdig te keren voor de eeuwenoude krantenboot zijn ultieme, dodelijke ijsschots raakt.

De impact

Dat neemt niet weg dat de impact merkbaar zal zijn. Concentratie betekent immers altijd rationalisering. In de mediasector begint die meestal in de ‘periferie’ van het creatieve proces: het samenvoegen van HR-, logistieke- en andere diensten betekent dat het daar met een aantal mensen minder kan. Maar daarna wordt onvermijdelijk de saneringsblik op de redactionele kern van het krantenbedrijf gericht.

Krantengroepen hebben er geen belang bij de inhoudelijke identiteit en dus de pulling power van hun merken te ondermijnen tot op het punt dat de lezer niet meer weet waarom hij nog trouw zou zijn aan die ene titel. Het 83% marktaandeel van Het Belang van Limburg zal niet lang stand houden als de krant de kern van haar eigenheid – Limburg voor en door de Limburger - verliest.

Maar waarom zou bijvoorbeeld De Standaard nog regionale redacteurs voor Antwerpen en Limburg aanhouden als bij – nu zusterkranten – Gazet van Antwerpen en Belang van Limburg regionale berichtgeving wordt geproduceerd door topexperts, klaar voor de knip-en-plak toets?

Justin

En een bericht over Justin Biebers nieuwste capriolen kan toch net zo goed door één redacteur als door vier journalisten tot een kort bericht bewerkt worden?

Met dit laatste kunnen vele lezers ouder dan zestien jaar wellicht leven: De Standaard en Het Nieuwsblad wisselen dit soort - van een internationale celebrityroddelsite geplukte – randanimatie al jaren uit. Het wordt andere koek van zodra het gaat om onderwerpen als politiek en economie, media en welzijn, cultuur en milieu. Hierbij weegt een veelzijdigheid aan visies, inzichten en stemmen wél zwaar. Dit is de plek waar rationalisering terminale wonden kan slaan, en waar we ons zorgen over moeten maken.

Indra

Onrustwekkend in dit verband was de reactie van Indra Dewitte in Vanthilt on tour op de avond dat het nieuws bekend werd. Nog heel even het gezicht van De Zevende Dag, gaat Indra weldra aan de slag als adjunct-hoofdredacteur bij Het Belang van Limburg. Op de onvermijdelijke vraag wat zij van de Mediahuis-fusie dacht, antwoordde Indra: ‘Ik hoop dat ze van het Belang van Limburg geen kopblad gaan maken’. De opmerking van medegast Lisbeth Imbo – zelf op weg naar De Morgen - dat de nieuwe groep zich maar beter schrap kon zetten voor de vechtlustige Indra, ontlokte haar: ‘nee, nee, ik ben bezorgd’.

Misschien is haar contract bij de krant nog maar in potlood in plaats van niet-uitwisbare inkt getekend maar haar reactie is niet echt geruststellend. Méér dan ooit rust er immers een zware verantwoordelijkheid bij de hoofden van de krantenredacties: een verantwoordelijkheid om hun journalisten, hun redactionele diversiteit en hun eigenheid te beschermen en te benadrukken, om hun ‘creatieve producten’ onmisbaar te maken voor de eigenaar-uitgever.

U en ik

Maar het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Als het de informatiehongerige burger-consument menens is met de zorg voor een kwalitatieve pers – hetzij als gedrukt medium, als website of als app - wordt het hoog tijd dat die de centen bij het woord voegt, en opnieuw betaalt voor zijn gazet.

(De auteur doceert Communicatie aan de Antwerpse Universiteit.)
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.