Wie naar rusthuis gaat, neemt vaker antidepressiva

Mensen die in een rusthuis gaan wonen, nemen na hun opname niet meer, maar wel andere geneesmiddelen. Dat blijkt uit een studie van de vereniging van socialistische ziekenfondsen. Rusthuisbewoners gebruiken minder cholesterolverlagers en bloedverdunners, maar meer antidepressiva en antipsychotica.

Het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten (NVSM) onderzocht een jaar lang het geneesmiddelengebruik van 7.000 bejaarden. Het eerste half jaar woonden ze nog thuis, de zes maanden erna verbleven ze in een rusthuis.

Uit het onderzoek bleek dat de bejaarden vanaf het moment dat ze naar het rusthuis gingen, niet meteen meer maar wel andere medicijnen begonnen te gebruiken (gemiddeld zo'n 8 verschillende). Vorige studies concludeerden nochtans dat rusthuisbewoners veel meer geneesmiddelen toegediend krijgen dan ouderen die thuis blijven wonen. Dit onderzoek spreekt dat dus tegen.

"Vereenzaming moeten we te allen prijze tegengaan"

Bejaarden nemen in een rustoord andere middelen, is dus de conclusie van de socialistische mutualiteiten. Wat vooral opvalt, is het toegenomen gebruik van antidepressiva, medicatie tegen neerslachtigheid (45% van de rusthuisbewoners, 39% van de thuiswonenden) en antipsychotica, middelen tegen hallucinaties en wanen (18% van de rusthuisbewoners, 13% van de thuiswonenden).

Een kwart van de rusthuisbewoners die antidepressiva nemen, begon daarmee in het rusthuis. Voor antipsychotica is dat zelfs de helft. Waarschijnlijk heeft de toename te maken met het verlaten van hun oude thuis, een ingrijpend moment voor de ouderen.

NVSM-topman Paul Callewaert stelt zich vragen bij het veelvuldige voorschrijven van de psychische medicatie. "Extra geneesmiddelen kunnen rusthuizen beter vermijden", vindt hij. "Via activiteiten en bezoekjes moeten ze tegengaan dat hun patiënten afglijden op een morele roetsjbaan. Vereenzaming moeten we te allen prijze tegengaan", zegt hij in De Morgen.

Gebruik bloedverdunners en cholesterolverlagers daalt

Volgens onderzoekster Majda Azermai van de Universiteit Gent zit België in het Europese koppeloton voor het voorschrijven van deze geneesmiddelen. "Bijna 80 procent van onze rusthuisbewoners neemt slaappillen, antipsychotica of antidepressiva. Meer dan de helft krijgt slaappillen, een derde antipsychotica. 40 procent van hen neemt antidepressiva", verduidelijkt ze in de krant.

Het gebruik van bloedverdunners en cholesterolverlagers neemt dan weer gevoelig af na een rusthuisopname, blijkt uit het onderzoek. Volgens Callewaert heeft dat te maken met het veranderen van huisarts, die controleert of de medicatie nog wel zin heeft. Recente studies tonen aan dat de bloedverdunners en cholesterolverlagers grote neveneffecten hebben op hoge leeftijd.

Om na te gaan of rusthuisbewoners ook na hun eerste zes maanden in het rusthuis de antidepressiva en antipsychotica blijven nemen, zijn verdere studies nodig. Het NVSM waarschuwt tot slot dat medicatie geen gemakkelijkheidsoplossing mag zijn en pleit voor meer psychologische begeleiding van rusthuisbewoners.