"Moeder waarom werken wij?"

Het stof na de uitspraken van Jan Pieter De Nul op een Trends- colloquium vorige week is nog niet gaan liggen. Over de juistheid van de geciteerde cijfers is er al veel inkt gevloeid. Hoeveel werkenden dan wel niet-werkenden er zijn, hoeveel ambtenaren en hoe hard zij al dan niet werken, die discussie gaan we niet heropenen. Ik wil het hebben over de toon van de toespraak. En die lijkt meer te zijn dan een stijlbreuk. Het lijkt meer een trendbreuk te zijn in de sociale relaties de we de afgelopen decennia hebben gekend.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Van overleg naar confrontatie?

Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog werd tussen de verschillenden deelnemers van het economisch-sociaal en politieke leven een consensusmodel uitgewerkt dat tot doel had de economische wederopbouw in goede banen te leiden. Ondernemers moesten kunnen ondernemen, werknemers zouden mits een aantal afspraken zorgen voor een vreedzame sfeer in de bedrijven.

Daar werd op toegekeken door de organisaties van werkgevers en werknemers die met mekaar regelmatig in overleg gingen om afspraken te maken over lonen en arbeidsvoorwaarden. Die lobbygroepen van werknemers, werkgevers en boeren kregen ook een politieke vertaling in politieke partijen,waar mandatarissen de belangen van die groepen, vakbonden, patroonsorganisaties, boerenbond, gingen verdedigen. We mogen ook niet uit het oog verliezen dat in die naoorlogse jaren Europa nog verdeeld was in een westelijk deel waar sociale markteconomie heerste en en een oostelijk waar het communisme de plak zwaaide. Het economisch model met marktcorrecties leek het meest valabele om dat communisme buiten de deur te houden.

Hobbelig parcours

Niet dat die afgelopen decennia noodzakelijk eindeloze periodes van peis en vree waren. Er waren van tijd tot tijd zware conflicten en sociale onrust. In het begin van de jaren zestig bijvoorbeeld waren er de stakingen tegen de eenheidswet van premier Eyskens. Nog in die jaren zestig waren er zware rellen rond de sluiting van steenkolenmijnen, zoals in Zwartberg, waarbij doden vielen. Later, in de jaren tachtig waren er de stakingen, betogingen en bijbehorende rellen tegen de plannen van de regering om de Waalse staalsector te saneren. Maar telkens vonden vakbonden en patroons mekaar om de sociale rust en ons sociale model te redden.

Vakbonden schroomden zich ook niet om in moeilijke tijden de regering ter hulp te springen om moeilijke maatregelen door hun achterban te laten slikken en zo het overlegmodel in stand te houden. Denk aan de ‘groep van Poupehan’ waar vakbondsleider Houthuys de toenmalige premier Martens ter hulp schoot om de ACV-achterban ervan te overtuigen enkele indexsprongen over te slaan. Op die manier kon er zwaar worden bezuinigd op de overheidsuitgaven zonder dat het uit de hand liep.

Einde van het model?

Dat de toon over en weer tussen vakbonden en sommige patroons is verhard is op zich geen nieuws. Dat is al een tijdje bezig. Maar het wijst wel op een trendbreuk. Het feit dat binnen de groep van tien akkkoorden al lang niet meer mogelijk zijn wijst op een trend. UNIZO-voorzitter Karel Van Eetvelt trekt al een hele tijd het nut van de groep van tien in twijfel, het cenakel waarbinnen werkgevers en vakbonden de afgelopen decennia (meestal) akkoorden hebben bereikt. Van akkoorden is de afgelopen tijd al lang geen sprake meer.

De zoveelste ultieme test is het overleg rond het eenheidsstatuut van arbeiders en bedienden. De afloop zal een teken aan de wand zijn: als werkgevers en werknemers er ultiem toch in slagen een akkoord te bereiken zou dit meteen bewijzen dat de ambitie bestaat om het consensusmodel overeind te houden. Is dit niet het geval dan is dit een teken te meer dat we naar een nieuw en veel harder sociaal-economisch model aan het evolueren zijn.