Minimalisten versus maximalisten - Carl Devos

De Wetstraat is aan zomervakantie toe. Velen zijn moe, door het harde werken of door onophoudelijke stresserende ruzies. De laatste tasten reserves nog meer aan dan het eerste. Het was een – vooral mentaal – belastend politiek seizoen. En het ging ook altijd ergens over, zelfs als het nergens over leek te gaan. Het ging over beleid, denk aan die vele begrotingsoefeningen. En heel vaak over politieke posities. Over maatregelen, maar heel dikwijls over principes.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Dat geldt ook voor de discussie over de relatie Peeters II – Di Rupo I. Vorige week en de week daarvoor hadden we het hier over de nieuwe strategie van Kris Peeters, CD&V-kopman voor de Vlaamse én federale verkiezingen van 2014. Peeters wijst er sinds enige tijd nadrukkelijker op dat de financiën van de federale overheid ook de onze zijn. Niemand kan hem tegenspreken.

Peeters wil met zijn competitiviteitspact een antwoord bieden op de roep van ondernemingen in Vlaanderen en op de steeds luider klinkende vraag aan de deelstaten om bij te dragen tot de geconsolideerde begrotingsinspanningen. Hij geeft op offensieve wijze toe aan die druk: hij wil zelf de voorwaarden definiëren (o.a. in ruil voor een loonlastenverlaging voor Vlaamse ondernemers) waarin die samenwerking – lees Vlaamse bijdrage – moet gebeuren. Maar dat er samenwerking is, lees dat de Vlaamse regering een deel wil bijdragen, is voor Peeters duidelijk. Onderliggend motto: CD&V is de partij die resultaten boekt door met anderen akkoorden te sluiten. Waarmee ook is gezegd: er zijn er die zich opsluiten in het grote gelijk, niet samenwerken en zo niet alles doen wat kan voor de concurrentiekracht.

Pragmatisme of beginselvasthied

Eigenlijk is deze onderlinge discussie al zo oud als wijlen het kartel tussen CD&V-N-VA, of beter, sinds het kartel in een regering stapte, Vlaams in 2004 maar vooral federaal in 2007. Sedert jaren is het onverslijtbaar debat gaande over beginselvastheid vs. resultaatgerichtheid. Talloze metaforen, over de hoogte van de lat of een lepel suiker, borrelnootjes of een vette vis … hebben altijd hetzelfde verhaal verteld, en dat is anno 2013 niet anders, zoals het ook volgend jaar nog zal klinken. En het is niet verboden om daarbij ver terug te gaan, tot bij de minimalisten en de maximalisten die lang geleden in de Vlaamse beweging in discussie gingen over de juiste strategie en het minimale doel.

Ja, tot voor kort klonk het bij iedereen in de Vlaamse regering: het begrotingsevenwicht, niets dan het begrotingsevenwicht. Dat was het antwoord op elke vraag aan Peeters II of die kon bijdragen tot de pensioenen van haar ambtenaren, de usurperende bevoegdheden wou financieren of een grotere reserve wou aanleggen om de Belgische schuld wat te drukken. Tot voor enkele weken. In die zin wijkt Peeters – gevolgd door SP.A – van die lijn af, door gewijzigde omstandigheden en voortschrijdend inzicht, en blijft Muyters die houden: hij heeft het regeerakkoord (het begrotingsevenwicht volstaat) aan zijn zijde. En ook een ander argument: dat Vlaanderen gewoon geen extra geld heeft. Maar in politieke discussies volstaan argumenten zelden.

Eén van de zwakke punten van de Peeters-strategie is de houding van de andere deelstaten en van coalitiepartner N-VA. Als N-VA het gevoel krijgt vooral in de persoonlijke campagne van Peeters te moeten figureren, moet van hen geen enthousiasme verwacht worden. Zoals gisteren bleek. N-VA weigert ostentatief om die nieuwe lijn van CD&V en SP. A te volgen. Vlaanderen mag in de zak tasten, binnen bestaande en voor nieuwe eigen bevoegdheden.

Daarmee houdt de N-VA zich aan de mantra die al sinds 2009 op het Martelarenplein klinkt. Dat plein is, toevallig, net helemaal heraangelegd. Maar ook in een gebouw rond het plein werd een weg geplaveid, tenminste door Peeters & Co: die naar de federale regering. N-VA gaat niet mee. Een voorafspiegeling van 2014.

N-VA leek het competitiviteitspact te blokkeren, en de beeldvorming draaide negatief uit: de staatsthervormingsfetisjisten van N-VA laten voor hun obsessie ondernemers in de steek. N-VA begreep in de loop van de dag dat haar verzet steeds onredelijker overkwam, en stuurde de communicatie bij. Maar het beeld was gemaakt: van N-VA mag Vlaanderen geen extra inspanningen doen als die de federale regering enigszins kan helpen, zelfs al stroomt het voordeel via loonlastverlaging naar Vlaanderen terug. De federale overheid, nochtans is dat ook een overheid van en voor Vlamingen, lijkt in alle omstandigheden een te bestrijden vijand.

Flanken

Veel nuances van N-VA – natuurlijk willen die de loonlasten verlagen – gingen verloren, ook het feit dat zij wel op de regeringslijn bleven. Dat ze daarmee net geïsoleerd raakte is cynisch. Dat anderen afwijken is een argument dat in eigen kringen zal overtuigen maar de vraag is of de buitenwereld dat zo overtuigend vindt. Of het beeld daar niet eerder een is van een immer tegenstribbelende N-VA, een partij die precies geen bondgenoten meer wil, die zichzelf aan de kant lijkt te zetten.

N-VA zat gevangen: toegeven aan Peeters zou de eigen Vlaamse lijn ondermijnen en ook de eigen federale oppositie niet meteen helpen; weigeren komt over als onredelijk, een lastenverlaging laten liggen wegens obsessief verzet tegen Di Rupo I. Peeters zei het subtiel: dat intergouvernementeel concurrentiepact is er voor de bedrijven.

Er zijn er zeker die de principiële houding van N-VA – weigeren om Vlaams geld in die federale put te gooien – zullen steunen en denken dat N-VA hiermee stemmen wint. Er zijn ook die vrezen dat de partij hiermee weer als een bende onwillige lastigaards overkomt. In het verleden werd gesproken over een noord- en een zuidfront in N-VA. Bij de verkiezingen van 2010 mikte N-VA, aldus toenmalig partijwoordvoerder Jeroen Overmeer, doelbewust op twee kiezersgroepen: “De centrumrechtse stemmen die teleurgesteld waren in Open VLD en CD&V en ons als alternatief zouden kiezen om de communautaire knoop te ontwarren. Die noemden we de noordflank. Aan de andere kant waren er de stemmen van LDD en Vlaams Belang, de wat rebelsere foertstemmers die ook in ons het alternatief zagen, de zuidflank.” (De Standaard 21 juni 2010) Vier jaar later zijn de fronten verschoven.

Het gaat nu meer over diegene die de communautaire zaak prioritair achten (voor het gemak, de Weyts-flank) en zij die daarin minder geïnteresseerd zijn en vooral de economische structuurhervormingen willen realiseren, zelfs al is dat via samenwerking met Di Rupo en wat minder staatshervorming (voor het gemak, de Bracke-flank). Door die tegenstelling loopt ook: zij die een allen-tegen-één-koers opzoeken vs. zij die dat net willen vermijden. Die beenruimte is relevanter dan de discussie tussen pakweg links (Peumans) en rechts (Jambon). Elke flank vindt dat beide (staatshervorming en sociaaleconomische hervorming) samengaan en best gezamenlijk doorgevoerd worden, de discussie ontstaat bij het prioriteren als beide samen niet lukken.

Ook deze crisis is weer opgelost, binnen de regering. Een Vlaamse regeringswissel is nooit een optie: ‘met deze ploeg tot het einde’ heeft Peeters altijd met klem gesteld. N-VA wippen omdat die de regeringslijn getrouw is, is volgens velen in de Wetstraat (en of dat ook objectief zou gebeuren doet er dan niet toe), hen een cadeaucheque van 5 procent stemmen geven. Dus heeft N-VA gisteren wat bijgestuurd en bleef ook Peeters vrij vriendelijk, met een tikje tussen de lijnen.

N-VA haalde binnen dat Vlaanderen eerst binnen de eigen bevoegdheden alles zal doen wat mogelijk is en dat de andere deelstaten gelijk moeten oversteken. Peeters heeft eigenlijk nooit iets anders beweerd, maar nu kan N-VA zeggen: we houden die (ook federale) kopman van CD&V wat bij de Vlaamse les. Peeters, de probleemoplosser, kan zeggen dat zijn voltallige regering het pact steunt. In beleidstermen levert heel die discussie weinig verschil op, maar de beginselen en politieke posities zijn ermee weer mooi in de verf gezet. De ‘Gestalt’ van 2014.

Begroting

Principiële strijd wordt er ook geleverd in Di Rupo I, over de begrotingscontrole 2013 en de begrotingsopmaak 2014. Die gaan in elkaar over. Niet enkel financieel: hoe meer terugkerende besparingen en inkomsten er nog voor 2013 genomen worden (er wordt ook naar een buffer gezocht die volgend jaar handig is), hoe kleiner de inspanning voor de begroting 2014 wordt. Maar ook beleidsmatig: wat voor de controle van 2013 afgeschoten wordt, kan moeilijk over enkele weken wel aanvaard worden voor de opmaak van 2014.

Het gaat nu dus over de principes van anderhalf begrotingsjaar, en dus ook het soort begroting waarmee men in mei 2014 naar de kiezer trekt. Lees: besparen/belasten en hoeveel en welke structuurhervormingen, die veel meer zijn dan louter besparingen en belastingen met een meerjarig effect.

Straks, als de resultaten bekend zijn, zal uiteraard belangrijk zijn welke concrete maatregelen er precies genomen zijn. Maar zeker ook: welk beeld roept de begroting op? Welke verhoudingen zitten erin? Is de indruk dat de regering makkelijker geld bij de burgers en bedrijven ophaalde dan dat ze bespaarde en hervormde? Of hebben we het gevoel dat deze regering er alles aan doet om ons te sparen en echt niet voor de gemakkelijkste weg kiest? Meer dan elke begrotingspost geeft deze psychologische strijd de pas van het politieke spel aan.

Euthanasie

Principiële discussie is er ook in het uiterst delicate debat rond euthanasie voor minderjarigen. Doorgaans wordt de politieke afhandeling volgens één van de volgende drie wijzen geregeld: ofwel wordt de zaak in het regeerakkoord geregeld; ofwel gebeurt dat niet maar worden wisselmeerderheden wel uitgesloten (de Dehaene-techniek, waardoor elke meerderheidspartij een vetorecht krijgt en dat dus ook vooraf bekend is); ofwel wordt de zaak aan het parlement overgelaten en stemt elke partij of elke vertegenwoordiger vrij, met de mogelijkheid van wisselmeerderheden. Tijdens de regeringsvorming is voor het laatste gekozen.

Maar CD&V heeft dat zo niet begrepen, of is dat vergeten. In een voor alle partijen cruciale materie wil ze niet geïsoleerd worden. Daarmee duiken oude patronen weer op, zoals tijdens eerdere debatten over ethische kwesties. Het feitelijk resultaat van de positie van CD&V is dat ze haar ‘moraal’ aan anderen wil opleggen. Anderzijds valt te begrijpen dat de christendemocraten het niet appreciëren om in zo’n gevoelig thema geïsoleerd te worden. Stel dat de PS in een voor die partij belangrijk debat alleen wordt gezet, omdat dat niet in het regeerakkoord is uitgesloten. Maar dan hadden ze dat anders en beter moeten regelen tijdens de formatie.

De vorige dagen was er discreet overleg tussen o.a. CD&V en Open VLD om in deze zaak rustig te blijven. Vandaar dat de harde reactie van Peeters bij Villa Politica woensdag, dat zij die CD&V in deze niet erkenden met vuur speelden, zo raar overkwam. En als een rode lap op een stier werkte. Wat bedoelde Peeters met dat ‘met vuur spelen’? Waar zou wie hoe op welke blaren moeten zitten? Peeters die de kunst van de subtiele tikjes beheerst liet zich even gaan, dat kan altijd steviger op een domein waarop men zelf geen beleidsverantwoordelijkheid draagt. Vraag het maar aan N-VA.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.