Vakantie = luieren? Niet voor iedereen!

Vakantie! Luieren aan de rand van een zwembad, picknicken in de bergen, rondkuieren in pittoreske stadjes,… Wie kijkt er niet naar uit? Toch zijn er ook mensen die hun jaarlijkse pauze op een heel andere manier invullen. Spoedarts Nele Vangheluwe trekt al voor de tiende keer op rij naar Afrika. Niet om leeuwen te spotten op safari of uit te blazen aan een hagelwit strand. Wel om te doen wat ze ook hier elke dag doet: mensen in nood helpen.

Dokter Vangheluwe is een van de honderden artsen en paramedici die zich vrijwillig en onbetaald inzetten voor Artsen Zonder Vakantie, een ngo die actief is in Congo, Rwanda, Burkina Faso, Kameroen, Benin, Burundi en Tanzania.

De organisatie is meer dan dertig jaar geleden ontstaan toen Frans De Weer, een chirurg uit Bonheiden, op reis in Kameroen concludeerde dat zijn vakantieoord veel meer aan hem kon hebben als arts dan als toerist. Een jaar later was het zover. Toen hij met zijn team arriveerde in het ziekenhuis, scandeerden de kinderen: “Les médecins sans vacances sont là”. Meteen was ook de naam van de organisatie geboren.

Meer dan dertig jaar later zendt Artsen Zonder Vakantie elke week twee teams naar Afrika. De artsen en verpleegkundigen offeren een paar weken vakantie op om in weinig comfortabele omstandigheden hun job te blijven uitoefenen.

Ze behandelen patiënten, maar geven ook vorming aan het personeel ter plaatse. Veel artsen in Afrikaanse ziekenhuizen hebben maar een basisopleiding gekregen, terwijl ze complexe medische problemen voorgeschoteld krijgen die in Europa enkel door specialisten worden behandeld. Meestal selecteren de ziekenhuizen vóór de komst van de Belgische vrijwilligers de zwaarste gevallen. Tijdens hun missie zijn chirurgen vaak van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aan het opereren.

© Griet Hendrickx

"Altijd weer spannend"

Dokter Vangheluwe, in het dagelijkse leven spoedarts in Deinze, vertrekt op 11 juli naar een broussehospitaal in Congo. Elektriciteit is er niet, behalve als de generator wordt aangelegd, maar dat moet aangevraagd worden. Water is ook schaars. “Altijd weer spannend”, zegt ze.

Maar ze kijkt ernaar uit, want ze kreeg al een enthousiaste mail van het ziekenhuis dat haar binnenkort ontvangt. Bovendien is ze intussen een doorgewinterde Arts Zonder Vakantie, dit jaar al aan haar tiende missie toe. “Ik heb al zo vaak gezegd: nu stop ik ermee, het wordt te zwaar. Maar elk jaar sta ik toch weer te springen om te vertrekken.”

Nele Vangheluwe was als beginnend arts al geëngageerd. Tijdens haar opleiding bracht ze enkele maanden door in India. “Ook daar moeten ziekenhuizen het met minder middelen doen, maar het is toch in niets te vergelijken met Afrika”.

In 2004 vertrok ze voor de eerste keer op missie met Artsen Zonder Vakantie. Naar Kigali, Rwanda. “Patiënten slapen met tientallen samen in één zaal”, beschrijft ze de ziekenhuizen waar ze terechtkomt. “Maaltijden of dagelijkse verzorging is een taak voor de familie, het ziekenhuis staat enkel in voor de strikt medische behandeling. De afdeling intensieve zorg is niet meer dan enkele bedden gegroepeerd rond het bureautje van de verpleegkundige die toezicht houdt.”

De spoeddienst, Neles eigen specialiteit, staat in Afrika nog in de kinderschoenen. Tijdens haar verblijf helpt ze mee om de afdeling in haar gastziekenhuis beter uit te bouwen. “We spelen in op het materiaal dat ze ter plaatse hebben, en zorgen er ook voor dat er materiaal geleverd wordt. Dat gaat echt niet om hoogtechnologisch materiaal, maar om stethoscopen of vingerklemmetjes om de zuurstof in het bloed te meten.”

Haar ervaring als Arts Zonder Vakantie helpt haar ook om thuis als dokter voortdurend bij te blijven. “Hoe beter ik mijn werk hier doe, hoe meer ik ook daar kan betekenen.”

"Geef ons de moed om voort te doen met de middelen die we hebben"

Tijdens een missie in Bukavu leerde Nele haar Congolese collega’s reanimatietechnieken. “Reanimatie is vooral een kwestie van organisatie, van taakverdeling: wat doet de arts, wat doet de verpleegkundige, waar bewaar je het materiaal? Dat zijn dingen waar Afrikaanse ziekenhuizen nog niet mee vertrouwd zijn."

"Toen ik terug was in België, kreeg ik elke keer een telefoontje als er daar een reanimatie was uitgevoerd. Dat doet enorm veel deugd. Datzelfde ziekenhuis is intussen een referentieziekenhuis geworden. Er werkt dan ook een erg dynamische ploeg.”

“Maar soms ben je de wanhoop nabij, als je ziet hoe je een meisje met brandwonden verliest dat hier in België gered had kunnen worden. Of als je mensen ziet sterven omdat ze hun medicatie niet kunnen betalen. Patiënten in Afrika kopen hun antibiotica soms per pil omdat ze er het geld niet voor hebben. Maar je mag de moed niet verliezen. Want na je missie vertrek jij wel weer naar huis, terwijl de collega’s met wie je daar een band hebt gesmeed, verder moeten.”

Nele heeft bewondering voor de Afrikaanse artsen, die moeten roeien met de riemen die ze hebben. “Ze weten wat er in de medische wereld bestaat, maar kunnen het zelf niet gebruiken. Ik zal nooit vergeten wat een dokter me zei”, vertelt ze met een krop in de keel. “Hij zei: Blijf komen, want jullie zijn een teken van hoop. Laat ons niet vallen. Geef ons de moed om voort te doen met de middelen die we hebben."

En dus gaat ze, ook deze zomer weer. “Het kan niet dat niet iedereen recht heeft op dezelfde gezondheidszorg”, zegt ze. “Je kunt zeggen dat het een druppel op een hete plaat is. De mogelijkheden om structureel iets te veranderen heb ik niet, nee. Maar dit is iets wat ík, met mijn mogelijkheden, kan bijdragen.”

© Griet Hendrickx

Meer info: www.azv.be.