Vijf dagen gevangen in boom door woeste tijgers

Vijf Indonesische houtsprokkelaars hebben het avontuur van hun leven gehad. Sumatraanse tijgers vielen hen aan en omsingelden de bomen waarin ze gevlucht waren. Een zesde man kon het verhaal helaas niet navertellen.

Het zestal was in het Mount Leuser National Park in Atjeh, Indonesië, op zoek naar het zeldzame agarhout, dat gebruikt wordt voor wierook en parfums. Toen ze een valstrik hadden opgezet om kleinwild te vangen, bleek hun buit een tijgerwelpje te zijn. De overige tijgers waren woest, zonnen op wraak en achtervolgden het onfortuinlijke gezelschap.

Ten einde raad leken bomen de enige uitweg. Helaas werd dat een van hen ook fataal: de tak waarop hij zat begaf het en de tijgers toonden geen genade. De overige vijf mannen hadden weinig andere keuze dan wachten, maar de roofdieren bleken veel geduld te koesteren om hun welp te kunnen wreken.

Het gevangen vijftal slaagde er per sms in naburige dorpelingen te alarmeren, maar die hadden minstens drie dagen nodig om hen te bereiken in het natuurreservaat. De houtsprokkelaars dronken intussen regenwater, maar verzwakten met de dag door het gebrek aan voedsel. Een opgetrommeld team van dierentemmers, politieagenten en natuurbeschermers wist uiteindelijk de dieren te verjagen. De uiteindelijke redding zou maar liefst vijf dagen geduurd hebben.

Het Mount Leuser National Park in Atjeh, Indonesië huisvest ook nog andere beschermde diersoorten, zoals orang-oetans, neushoorns, olifanten en luipaarden.

In Indonesië leven nog maar ongeveer vierhonderd Sumatraanse tijgers. In 1970 waren er nog ongeveer duizend.