Het voorlopige hoogtepunt

We zijn halverwege onze missie. Het Nederlandse experiment loopt in principe een jaar, dus ik vond het erg mooi om juist de voorbije week het voorlopige hoogtepunt te mogen optekenen. Dat was niet de jaarlijkse barbecue op het Binnenhof, hoewel ik daarover grote verwachtingen koesterde. Het was ook niet de ontmoeting met de rondborstige Anita Ekberg, nu een nukkige diva in een rolstoel. Het was een bezoek aan een streng gelovig gezin.

De Nederlandse amish

Al jarenlang wilde ik doordringen tot de streng gereformeerden in Nederland. Dat is een groep die voor ons zo goed als onbekend is. Jonge Nederlanders met grote gezinnen die helemaal volgens de Bijbel leven. Ze fascineren me mateloos. Ik associeer ze met de amish in de Verenigde Staten waarover ik ook al elke documentaire verslind. Misschien is het gewoon een uitvloeisel van de serie “The little house on the prairie” en de film “Witness” die ik als kind en tiener zag voorbijtrekken. Het idyllische landschap, de heerlijke eenvoud, de duidelijke waarden: ik vind het allemaal erg aantrekkelijk.

En nu was er eindelijk een acute aanleiding om die gelovigen op te zoeken: een uitbraak van mazelen in de biblebelt. Ik moest alleen gesprekspartners zien te vinden: een dokter, een schooldirecteur, ouders…

Die mensen vaccineren meestal niet, om geloofsredenen. Maar wegens datzelfde geloof hebben ze ook geen radio of tv in huis. Die toestellen brengen - zoals u vast weet - ongevraagd veel slechte dingen in de huiskamer. Dus halen ze die dingen gewoon niet in huis. Dat geeft hen zeeën van tijd om ’s avonds te lezen, te musiceren, kinderen te maken of te internetten.

Want dat laatste mag vreemd genoeg wel van God, met de nodige beperkingen uiteraard. Ik werkte tot mijn ontzetting dus al decennia lang voor verdorven media. Hoe kon ik het huis van die mensen ooit betreden met een camera en microfoon?!

Mission impossible

Ik mocht me niet bij voorbaat laten ontmoedigen. Ik zocht streng christelijke gemeenten, belde met secretarissen en dominees. Vrouwen moesten overleggen met hun man, mannen moesten overleggen met God, en die vond het altijd beter om het niet te doen. Ik belde met andere journalisten die dezelfde queeste waren begonnen.

Alleen de Evangelische Omroep had de mensen ooit voor de camera gekregen, maar zij werken dan ook met christelijke journalisten die soms zelf uit die middens komen. Het was een oneerlijke strijd. Avonden lang mailde ik met wie leek te twijfelen, overdonderde hen met argumenten waarom ze hun verhaal moesten doen. We zouden het discreet opnemen, geheel volgens hun wens en hun uitspraken achteraf niet gek gaan verknippen. Dat doen we trouwens nooit, maar ik haalde echt alles uit de kast. Ten einde raad ging ik zelfs op een christelijk forum staan met een oproep. Helaas, het bleef een mission impossible.

Teken van God

De dag voor de geplande opnamedag stond een paginagroot artikel met zo’n gezin in de Volkskrant, om 9 uur hing ik al met de vader aan de telefoon. Als hij zich zo uitgebreid liet interviewen door een krant, met levensgrote foto, dan kon hij ons toch ook wel te woord staan…?

Daar liet ik mezelf dus weer kennen als niet-gelovige: een krant kan nog net wel, radio en tv dus echt niet. Diezelfde avond zat bij Knevel en Van den Brink tot overmaat van ramp ook een gelovige vader. Als ik het type zou geweest zijn dat vloekt, dan had ik die avond hartsgrondig gevloekt. En toen, het was al over tienen, kreeg ik een mailtje. Een tussenpersoon had een gezin gevonden. Die wilden met mij praten, ook met een camera en microfoon ja. Echt?! Ik kon het bijna niet geloven. Was dit een teken van God?

Blokfluit en Bijbel

De dag van de opname bleef ik zenuwachtig. Het gezin kon nog altijd afzeggen, God kon zich altijd bedenken. Maar we werden binnengelaten, in een eenvoudig rijtjeshuis in Amstelveen. Zes van de negen kinderen keken me vol verwachting aan: zij waren even nieuwsgierig naar mij als ik naar hen.

Ze zagen er modern uit, de jongens hadden lange haren, iedereen had z’n mooiste kleren aan. De moeder droeg een lange rok en geen make-up. Ze moest mijn leeftijd zijn en had dus negen kinderen gebaard. Ik droeg een lange broek, had make-up op om er op tv niet pips uit te zien en had geen kinderen gebaard, alleen duizenden radio-reportages. Wie had hier de juiste keuze gemaakt? En hadden we ooit wel gekozen?

Het gezin was vriendelijk, gastvrij en ze zagen er erg gelukkig uit. Een christelijke spreuk boven de deur, een orgel met blokfluiten in de hoek, een bijbel op tafel. Meer hadden ze kennelijk niet nodig. De vrouw voerde het woord, maar als het erop aankwam, zou ze zich altijd neerleggen bij de wil van haar man: hij was het gezinshoofd.

Ik was het niet eens met wat ze zeiden, maar was diep onder de indruk van de principiële houding en hun geloof. Ik droomde weg. Hoe makkelijk zou zo’n leven niet zijn? Je hebt een gedetailleerde handleiding, een man die niet alleen op je uiterlijk valt, schattige kinderen met vlechtjes die eerbied voor je hebben. Maar je moet natuurlijk wel diep geloven. Geloven dat werkelijk alles de wil van God is. En op zondag moet je twee keer naar de kerk. Die tweede keer zou ik nooit kunnen opbrengen. En dus blijf ik veroordeeld tot een leven van duivelse media en opsmuk.