Frambozentijd - Celia Ledoux

Over meisjes en zelfbeeld ging ik schrijven. Maar het moet gezegd: als de burgemeester van een wereldstad carnavalnonsens uitkraamt en de Antwerpse coalitie zonder veel poeha de hele sociale en culturele constructie ontmant – “ze krijgen nog geld als ze onze politieke lijn volgen”, want volgen en loven is precies wat cultuur moet doen – dan is het komkommertijd. Wanneer het politiek protest op vakantie gaat, zelfs in deze tijden.

Alleen ik blijf thuis. A la verticale de l'été, op doktersvoorschrift. Een uitgever, een staatssecretaris, drie redacteurs, alle vrienden: ze wachten. Ik schaam me ergens maar kan niet anders. Als ik het liggen niet serieus neem, leert het mij binnen de tien seconden mores.

Er is geen nieuws

Er is geen nieuws, behalve 1) het dataretentie-voorstel van Vande Lanotte en Turtelboom. Handige timing, met de aandachtslacune in de vakantie, want zo is er minder kans op een proteststorm. 2) de onderbetaling van – nochtans zorgbesparende – vroedvrouwen. Niet handig, want iedereen is op vakantie en zo blijft de proteststorm uit. Misschien moeten vroedvrouwen rond half september nog eens protesteren. 3) het feit dat offshoreconstructies, aldus John Crombez, nu op de belastingbrief moeten. Of die timing slecht of goed is: ik weet het niet meer.

Zintuigen scherpen aan

Ik klap de laptop dicht en zie mijn huis voor het eerst in lange tijd. Tijdens drukke periodes neem je dat dak voor lief. De witte muur waarop dochter altijd klimt heeft een schilderbeurt nodig. Het spijkertje dat loshangt, het speelgoed op een hoop. Ik beloof mijn huis orde, wanneer het weer kan. De kans is groot dat wanneer het kan, de razende dag me weer opslorpt.

Je ziet meer, naarmate het liggen loopt. Alle zintuigen scherpen aan, alsof de zieke beschermd moet worden door betere waarneming. Stank teistert, kleur trilt. In de groenkoloniale oase van het atrium rijpen één paprika en twee tomaten, terwijl ik schommelend hoop op beterschap. De collectie boeken en CD's, met liefde misbruikt. Mijn bed, dat zachter lijkt dan anders wanneer ik er elke avond weer uitzonderlijk vroeg in val en aan watdanook vraag om me alsjeblieft, alsjeblieft snel te laten inslapen. Jammer genoeg lijk ik ook scherper te voelen. Mijn lichaam is in oorlog, het heftigst 's avonds.

Er is niets gevallen, mama

Hoewel mijn hart racet bij de minste inspanning, doe ik geen zak. Vreemd genoeg voelt dat niet heel prettig. Maar zo is het.
Ook mijn lichaam ís. Er is geen aanleiding voor eelt, slijt, droogte, wallen. Is dit hoe miljonairsvrouwen conserveren?

Mijn dochter emancipeert, groeit en vult de ruimtes die mij mankeren. Boem! “Er is niets gevallen, mama!” Voor het gemak geloof ik haar.
Mijn onaangeraakte make-up hangt aan badkamermuren, zij plukt de frambozen die ik rijp staar. Af en toe klaagt ze dat ík wel de mama ben, hoor. Ze heeft gelijk. Ik bestel rijstpapier, lijm, ballons. We schikken ons naar nieuwe werkelijkheid.

Alleen maar zijn

Komkommertijd is het niet: al ons zomerzaad blijft ongeplant. Ik vroeg een permacultuurman eens wat je onder een vijgenboom kan planten. Hij snoof. “Een stoel en een tafel jong.” Ik plant mezelf er af en toe en voel mijn lapje gonzen in een brullend levenloos Brussel. Ik dank mijn bomen, zelfs die zak van een vlier en de dapper zieltogende perzik. “Ik heb een keileuke toren mama!” roept de dochter. Iets verderop wankelt potgrond in een gestapeld moddergevaarte. Deze zomer is er geen aarde en energie over voor struikboonzaadjes. Deze zomer is niet voor doen. Alleen voor zijn.
Mag dat nog, alleen maar zijn?

(De auteur is columniste en schrijfster.)

lees ook